maandag 23 oktober 2017
Wezel, hermelijn en bunzing lijken het niet goed te doen in ons land. Hoogstwaarschijnlijk komt dit hoofdzakelijk doordat hun leefomgeving achteruit gaat. Alle drie de soorten hebben een voorkeur voor een kleinschalig, structuurrijk (cultuur-)landschap. Dit type landschap is echter op veel plekken verdwenen in ons land. Voor gezonde populaties kleine marters zijn verbindingen door middel van lijnvormige landschapselementen, dekking, voldoende voedsel en schuilplaatsen van groot belang. Voor de hermelijn en de bunzing kan daarnaast ook vernatting gunstig zijn. De Werkgroep Kleine Marterachtigen zette een aantal maatregelen op een rij in het laatste nummer van Zoogdier. (pdf; 0,3 MB).

Deel deze pagina