Natuur in de buurt?

Verbaasd, verwonderd of zomaar enthousiast over een natuurbeleving/-vakantie of je favoriete plekje die je met anderen wilt delen? Dan is dit de rubriek om die ervaring te plaatsen!
Geef uw verwondering of bewondering via e-mail door aan Frank ten Bolscher email: webmaster@noordwestveluwe.knnv.nl 
We plaatsen dat soort belevenissen graag op onze website. Uw digitale foto is uiteraard van harte welkom.

Vele waarnemingen binnen het gebied van onze afdeling zijn te vinden op www.knnvnwveluwe.waarneming.nl  Ga dan van deze doorlinkpagina verder naar de tekst Waarnemingen.
 

Jan-Willem vertelt .... Vuurwansen

Woensdag 19 augustus 2016 trof Dick Dooyewaard onder de lindebomen rondom de Oude Kerk te Ermelo grote hoeveelheden Vuurwantsen (Pyrrhocoris apterus) aan.  In totaal werden er wel zo'’n 1.500 geteld. Nimfen zowel als volwassen exemplaren. Ook donderdag manifesteerden de vuurwantsen zich op de lindes. Zij het al iets minder dan woensdag.  De vuurwantsen eten vooral delen van de plant.
Met vriendelijke groet, Jan Willem Jonker
 

Nico vertelt .... Modderkruiper

Promotie loont de moeite!
Laatst werd mijn aandacht getrokken door een stofwolk op de bodem van mijn vijver.
Ik bleef rustig zitten kijken om even later tot mijn verbazing een kop met een paar snorharen boven de prut uit te zien steken.
Later zag ik een visje van een centimeter of 10-12 stil boven de grond hangen.
Het kon niet anders of dit moest een modderkruiper zijn. Waarschijnlijk een ‘kleine modderkruiper’. Hoe komt zo’n beest in mijn vijver?? Toen bedacht ik me dat ik een paar jaar geleden in de beek (De Kronkel bij Putten) heb gevist. Dit was om wat waterbeestjes voor het aquarium van de promotiestand op het schaapscheerdersfeest te vangen. Zo’n bakje met leven trekt altijd veel bekijks en heeft ook nog een leuke educatieve functie. Toen al zag ik dat er een heel klein modderkruipertje bij zat. Ik heb na afloop de bak geleegd in mijn vijver en er nooit meer bij stilgestaan. Nu is dat kleine dreumesje dus ongemerkt uitgegroeid tot een beest van meer dan 10 cm!
Hartstikke leuk. Zo zie je maar weer, promotie loont de moeite.
Nico Hoogteyling

 Nico vertelt .... Lamsoren 
Vorig jaar, zomer 2013, had ik in Engeland bij een schilderachtig tuincentrum(pje) een potje met lamsoren (limoniun vulgare) gekocht om hier in de tuin te zetten. Zijn prachtige, paarse bloemkroon zie ik in mijn tuin ook wel zitten en hoewel het een zoutminnende plant is, moet het waarschijnlijk wel kunnen. De plant herinnert mij aan mooie zomers in Tholen en aan kwelders op de Waddeneilanden en, als het zou lukken, nu ook nog aan een vakantie in Engeland!
Thuis gekomen vond ik één plantje toch wat karig en heb ik er via een kweker nog twee bijgekocht. Dit jaar moesten ze dus gaan bloeien. De Engelse plant liep deze zomer keurig uit en ging lekker bloeien. De twee Nederlandse planten zaten echter stevig in het blad maar vertoonden geen spoor van bloei. Moest ik er toch een pak zout bij gooien, of lag het ergens anders aan? Ik wist het niet en had mijn hoop op het volgend jaar gevestigd, misschien zouden ze dan bloeien. Totdat ik gisteren de tuin in liep en tot mijn stomme verbazing zag dat de twee ‘Nederlanders’ bloeiaren hebben gemaakt en op het punt staan om te gaan bloeien (14-12-2014).
Waar moet het naartoe met deze wereld…
Nico Hoogteyling 
 
 

Nico vertelt ..... Velduil

Zojuist (24 nov) had ik een leuke ervaring 
Kuierend bij de monding van de Hierdense Beek viel mijn oog op twee vechtende torenvalken vlak boven het weiland. Ik richtte mijn kijker en zag nog net dat de één er vandoor ging terwijl de ander onder in mijn beeld wegviel. De vluchteling volgend in de lucht vroeg ik mij af waar de andere toch was gebleven en ging vervolgens op zoek naar de andere die naar mijn idee in het gras was gaan zitten. Al snel had ik hem gevonden, maar rolde bijna om van verbazing toen ik zag dat het geen torenvalk was maar een pracht van een….. velduil!
Snel mijn telescoop opgezet en weldra keek ik in de felgele ogen van het prachtige beest.
Hele kleine oorpluimpjes gaven aan dat hij mij ook wel in de smiezen had, zijn veertjes wapperden lichtjes in de wind. Hij en ik, alleen in dat grote weiland, we hielden elkaar in de gaten! In een poging om toch iets vast te leggen van dit moment drukte ik mijn mobieltje tegen de lens van de telescoop en drukte af.
Er zijn vast betere foto’s gemaakt, maar voor mij is het toch een herinnering aan iets heel moois…..

(Kerkuil- Nico Hoogteyling)
 

Ellen vertelt ..... Boottocht Randmeer

Op de dag dat Sinterklaas de haven van Harderwijk aandeed  vertrok de boot met IVN-ers, KNNV-ers en een enkel verdwaald lid van de Vogelwacht om eens fijn vogels te spotten op de Randmeren.
Zoals u weet ligt Harderwijk aan het Wolderwijd, maar u weet misschien niet dat die naam is verzonnen door Godfried Bomans. Op Wikipedia (de Engelse versie) vindt u meer wetenswaardigheden over het Wolderwijd, bij elkaar gesprokkeld door Quintijn Pellegrom, ons jongste KNNV-lid, samen met zijn broer Chrispijn. John heeft minstens een kwartier met Quintijn gekletst voor hij er achter was dat hij een van onze buurjongens is…
Maar behalve om gezellig buurten ging de tocht dus ook om vogels spotten.  Koos Dijksterhuis vertelde pas geleden in zijn kolom in de Trouw dat hij regelmatig vragen van lezers krijgt. Ook een vraag van een lezer uit Amsterdam, die lezer was onlangs de grens van Amsterdam gepasseerd en had daar een vogel gezien. De vraag aan Koos was: “Weet u welke vogel dat was?” Eh, tja.
(Volkert)
John en ik zijn ook Amsterdammers en dus betrekkelijk nieuw wat de wereld buiten de stad betreft.
Maar we doen ons best, en ook geholpen door de belangeloos ter beschikking gestelde kijker van Nico zien we soms ook wel iets dat voor een vogel kan doorgaan. We hadden geluk met het weer, het bleef nagenoeg droog maar het was wel wat grijs. We verlieten het Wolderwijd al gauw omdat we richting Elburg gingen. En we hebben veel vogels gezien, o.a. twee ijsvogels, een flink aantal grote zilverreigers en natuurlijk knobbelzwanen en aalscholvers. Ik denk dat de meerkoeten qua aantal de andere vogels voorbijstreefden. Ik heb een keer in een strenge winter gezien dat er bij een wak in het Wolderwijd een vos en een visarend geduldig zaten te wachten op de lekkere hapjes die meerkoeten dan zijn. De uitputtende lijst van gespotte vogels zult u wel bij de verslagen van activiteiten vinden.
Met dank aan Nico en  de voorzitter van de IVN NW Veluwe,
Ellen Smal
 
Harm Werners vertelt: ....... Kraaien op het stuifzand.
Kraaien op het stuifzand. Ik geniet van alle vogels. Zelfs eksters en kraaien draag ik geen kwaad hart toe. Volgens de omschrijving van de Zwarte kraai in vogelgidsen zie je die overdag -overeenkomend met mijn eigen ervaring- vaak in paren, maar zelden in groepen. Hooguit een gezinnetje na de broedtijd of een klein groepje. Wel is bekend, dat ze net als sommige andere vogelsoorten gemeenschappelijke slaapplaatsen hebben. Wat dit betreft zag ik in het begin van de middag op 25 oktober aan de rand van het Beekhuizerzand iets bijzonders. Ik telde er minstens 60. En beslist geen roeken of kauwtjes, die wel in grote groepen opereren. Af en toe kwamen de zwarte vogels met de voor de soort karakteristieke krassende geluiden uit de boomtoppen naar beneden zeilen. Speciaal voor mij poseerde een aantal van hen ook nog even in de kruin van een dode boom. Toen de groep uiteindelijk uiteen ging en alle kanten op vloog lieten ze mij achter met weer een leuke natuurervaring rijker.
 
 
Kraaienboom (Harm Werners)
 
Kraaien Harm Werners
 Kraaien op het zand (Harm Werners)                                                    
 
   
Ellen Smal vertelt: ......... De groene eendagsvlieg.
Ik had Nico gemaild om hem te vertellen dat ik ergens las dat de groene eendagsvlieg blauw is. Het kan ook andersom zijn, dat weet ik niet zo precies.
Hebben jullie dat nou ook? Ik kom het vaker tegen: naamgeving die een argeloze natuurvorser op het verkeerde been zetten. Het gaat vaak over kleur. Neem nou iets simpels als bruine kikkers, die kunnen alle kleuren van de regenboog hebben. Mijn buurmeisje beweert in elk geval dat er bij mij in de tuin zwarte kikkers zitten. En wat te denken van de blauwe reiger, die grijs is. Of neem nou de bonte kraai. Is die bontgekleurd? Nee, saai zwart met grijs. Tjalling wees me eens op een Surinaamse meeuw en ik was zo dom om te kijken. Ja hoor, een kraai. Ik geloofde hem dus niet toen hij beweerde dat er een blauwborst zat op een pad in het Oostvaardersplas-gebied. Maar die bestaan echt. Wit-gesterd nog wel. Ik had toen alleen van roodborstjes gehoord.
Andere verwarrende dingen: de kastanje boleet zal je nooit onder een kastanje aantreffen. Vliegdennen kunnen niet vliegen, of betekent die naam dat ze aantrekkelijk zijn voor vliegen?
Misschien kennen jullie nog wel meer voorbeelden. Het blijft moeilijk hoor, natuur.
29 augustus 2014.
 
 
Hennie en Koos Hermans vertellen: ......... Kolibrievlinder in tuin in Hierden.
Op zondag 10 augustus zagen wij in de tuin van onze (schoon)moeder in Hierden een kolibrievlinder. Jammer genoeg hebben we geen foto kunnen maken. De kolibrievlinder is te herkennen aan de grijze tot bruine voorvleugels met twee van elkaar af gelegen donkerbruine, dunne en enigszins grillige strepen aan de bovenzijde. De achtervleugels hebben een oranje kleur aan de bovenzijde. De spanwijdte (of vlucht) van de vleugels is ongeveer 5 centimeter.
De vlinder komt voor in zuidelijk Europa en noordelijk Afrika. Het is een zeer snelle soort, de kolibrievlinder is een van de bekendste trekvlinders. In de zomer vliegen grote aantallen kolibrievlinders naar het noorden en westen van Europa en 's winters trekken de vlinders naar zuidelijkere delen van Afrika. De vlinder wordt jaarlijks ook in België en Nederland aangetroffen. 
 
Ellen Smal vertelt: ......... Kijkt een merel op haar neus?
Deze keer en kleine opmerking: in de Trouw van 5 augustus een verhaal van Koos Dijksterhuis over de merel en het slakkenhuis.
Koos ziet dat ze huismerel op Schiermonnikoog een tepelhoorn (een zeeschelp) met haar snavel greep en met een smak tegen de terrastegels gooide.
En toen keek ze op haar neus, want het slakkenhuis bleef heel. Mijn vraag is nu: kan een merel op haar neus kijken? Heeft ze een neus en is het fysiek voor haar te doen om er op te kijken?
 
Nico Hoogteyling vertelt: ......... Duikende boomvalk.
Vanmorgen 03/08 werd ik bijna omvergeblazen door een duikende boomvalk op topsnelheid. Ik hoorde hem roepen en snelde de tuin in.
Toen ik omhoog keek zag ik een stipje pijlsnel van grote hoogte recht om mij afkomen.
Duidelijk dat het de boomvalk was. Ik zag zijn opgetrokken vleugels en het rood onder zijn staart.
Hij dook als het ware mijn achtertuin in om, op het laatste nippertje, ter hoogte van de dakgoot te wenden. Toen vloog hij verder de tuin van de buren in om over het huizenblok weer te verdwijnen. Dit alles kon niet langer hebben geduurd dan 3 tot 5 seconden. Spectaculair hoe hard zo'n ding gaat!
Ook al is het maar een heel klein valkje, het is toch zeer bedreigend als je zo’n beestje met zulk een hoge snelheid op je af ziet komen. Ik schrok er gewoon van.
Nico Hoogteyling.
 
Betty Dekker vertelt: ......... Oostelijke vos.
Op 20 juli werd ik verrast door een enorme vlinder in mijn tuin. Op het eerste oog ging het om een vossoort, maar welke? De vlinder was enorm groot, groter dan een atalanta bijvoorbeeld. De onderzijde, die ik vooral geregeld te zien kreeg, was lichtbruin en gekarteld aan de randen, zodat het wat mij betreft om de grote vos kon gaan. Maar de binnenzijde van de bovenvleugels deden mij twijfelen. Wel erg veel wit langs de bovenrand.
Nu had ik via de Vlinderstichting vernomen dat er een invasie va oostelijke vossen aan de gang was. Deze dagvlinders werden vooral in het noorden van het land gesignaleerd. Maar de vlinder staat niet beschreven in onze (westelijk georienteerde) vlinderboeken. Dus bleef ik twijfelen. Toen de soort uiteindelijk even op de schaal met rottende pruimen ging zitten en ik goed naar de poten van de vlinder kon kijken, was het gedaan met mijn twijfels. De poten waren geel, waar ze bij een grote vos altijd zwart zijn. Het ging wel degelijk om de oostelijke vos. Een paar vlinderaars bevestigden mijn determinatie.
Zal deze vlinder zich gaan vestigen in Nederland? Afwachten maar.......
 
Ellen Smal vertelt: ......... Bloemetjes plukken.
Gisterochtend, 7 juli, heb ik bloemen geplukt in de volkstuin van twee vriendinnen, o.a. oranje bloemen zoals Oost-Indische kers, omdat we tot de tanden gewapend voor de tv wilden zitten om Oranje aan te moedigen. Ik heb zelfs een oranje bril waardoor alles er zonniger uitziet, wel nodig in de kwartfinale tegen Costa Rica!
En toen zat er ineens een beestje stevig verankerd op mijn borst, een soort kever. Met enige moeite heb ik hem losgemaakt en in de tuin gezet op een bloem van het kaasjeskruid. Daarna dacht ik nog, jammer dat ik hem niet heb gefotografeerd, want ik kende hem niet en ik vond hem wel mooi.
Vandaag zat ik tuinbonen op de bank in de tuin van hun jasje te ontdoen en mijn oog viel op dat zelfde insect, hij zat zo stil dat ik dacht dat hij de geest had gegeven, maar goed, wel een mooie mogelijkheid om hem eens goed te bekijken en nu dan wel te fotograferen. De foto opgestuurd naar een paar kenners bij de KNNV en het bleek een penseelkever te zijn. Nooit van gehoord, maar leuk.
Nadat hij zo had geposeerd zag ik toch beweging komen, hij strekte hier en daar een pootje en toen vloog hij zelfs op. Linnaeus himself heeft hem al gespot en benoemd, zie hieronder.
Hij houdt van witte bloemen, liefst schermbloemen, daar knaagt hij aan. In de bos bloemen zaten inderdaad witte schermbloemen. Op dit moment heb ik die niet op voorraad in mijn tuintje, maar in de bermen langs het Zeepad bloeit nu wilde peen, dus hij kan daar terecht om verder te eten.
Stam:        Arthopoda (Geleedpotigen)
Klasse:      Insecta (Insecten)
Orde:        Coleoptera (Kevers)
Familie:     Scarabaeidae (Bladsprietkevers)
GeslachtTrichius

Soort:       Trichius fasciatus, Linnaeus, 1758
 
Ati Vijge vertelt: ......... Voorjaarspaddenstoel op voorjaarsbloeier
Op 9 april zag ik bij kasteel Staverden minstens 25 anemoonbekerzwammetjes. De doorsnee van de zwammetjes varieert van 1 tot 3 centimeter op een steel van 3 tot 10 centimeter. De paddenstoel komt voor op wortelstokken van de bosanemoon in loofbossen en langs bosranden op vrij voedselrijk leem of zand in maart-april. Gelijktijdig dus met de bloei van de bosanemoon die rijkelijk op het Landgoed Staverden voorkomt. De soort is zeldzaam en staat op de Rode Lijst als bedreigde soort.


Anemoonbekerzwam en bosanemoon (foto's: Ati Vijge en Tjalling van der Meer)

Ati Vijge vertelt: ......... Rupsen Hageheld op Ermelose Heide.
Op 16 maart signaleerde ik op de Ermelose heide 52 rupsen van de Hageheld. De rups overwintert als halfwas rups en is daarom nog wel eens zonnend te vinden. Al eerder zag ik er in januari 20 en in februari 30. De soort komt in heel Europa voor. In Nederland in het hele land in bosrijke streken, open heideterreinen en en moerassen. Voedselplanten zijn onder andere wilgen, slee- en meidoorn en bramen. Meer informatie is te vinden op http://www.vlindernet.nl/rupsinfo.php?vlinderid=43
De foto van de bijbehorende vlinder is van Harm Werners. Te zien is een paartje hageheld. Wat vooral opvalt is het dikke lijf van de onderste vlinder. Dat is het vrouwtje, dat voor de eiproductie moet zorgen en die eitjes zitten al in haar lichaam.


Rups en vlinders Hageheld (foto's: Ati Vijge en Harm Werners)

Tjalling vertelt: ......... "Blauwstrikje" op het Wolderwijd gesignaleerd
Op dit moment van schrijven, 8 februari 2014, wordt het Wolderwijd ter hoogte van de bebouwing van de Harderwijker wijk Stadsweiden bevolkt door veel kleine zwanen. De twee weken daarvoor waren dat er maximaal een kleine 400, maar er zijn onder invloed van het zachte winterweer ook al weer trekwaarnemingen naar het noorden waar te nemen. Ter hoogte van het Oostzeestrand zag ik de afgelopen weken een paar keer een kleine zwaan met een blauw bandje om de hals. Voor mij was deze waarneming eigenlijk niet zo vreemd want in de periodieke kleine zwanenbrief van Wim Tijssen uit het Noordhollandse Westerland is regelmatig iets te lezen over kleine zwanen die vanuit onderzoeksmotieven zijn voorzien van een gekleurd bandje en één van deze officieel gemerkte kleine zwanen draagt de bijnaam "Blauwstrikje".  Dat strikje zit echter onderaan de hals.
Opgevraagde informatie bij Wim Tijssen over de kleine zwaan op de foto leverde het volgende op. Deze kleine zwaan houdt zich al vijf jaar lang ieder jaar in de winterperiode op in de omgeving Eempolder-Delta Schuitenbeek-Wolderwijd. De zwaan is niet officieel voor onderzoek gemerkt omdat de blauwe band van het officiële "blauwstrikje" voorzien is van een cijfer- en lettercode. Een code ontbreekt op dit blauwe bandje.
Het vermoeden bestaat dat deze kleine zwaan ergens in Rusland in het broedgebied tijdens de rui van een herkenningsbandje is voorzien door een lokale natuuronderzoeker die wellicht wilde weten of de vogel jaarlijks terugkeert naar dat gebied. Een ander vermoeden van Wim is dat de zwaan eens tijdens het foerageren in het water haar kop in een stuk plastic gestoken heeft dat is blijven zitten. Dat laatste waag ik te betwijfelen: immers de kop is veel groter dan het blauwe bandje dat bovenaan de hals zit en niet naar onderen is gezakt. Dit jaar had dit "blauwstrikje" vier jongen die ik ook in haar nabijheid zag.
Tjalling van der Meer


"Blauwstrikje" op het Wolderwijd (foto: Tjalling van der Meer)

Luuk Vermeer vertelt: ......... Is dit een nieuwe paddenstoelensoort?
Een zoektocht naar wat dit is. Ik heb onderstaand kleine ding gevonden in de buurt van kasteel Staverden. Het groeit tussen en in de beukenbladeren. Het is ongeveer 5/ 10 mm groot met een bijzonder mooie rode kleur. "Ik heb werkelijk geen idee. Ik denk aan een soort paddenstoel, maar weet het niet zeker. Ik heb deze foto al gemaild naar andere paddenstoelenspecialisten, onder andere Naturalis in Leiden, maar ook die weten het nog niet. Na deze vondst heb ik ook nog in andere soortgelijke gebieden gezocht maar verder zonder resultaat. Er stonden er meerdere op die plek. Op diezelfde plek groeit ook de trechtercantharel. Dit jaar maar heel weinig, maar andere jaren vrij veel".
Wie heeft enig idee! Geef het dan even door om het antwoord hier te vermelden en natuurlijk om aan Luuk door te geven!

Dick Dooyewaard gaf de waarschijnlijke oplossing voor deze afbeelding. "Dit lijkt dit wel een Netpluimpje. Geen paddenstoel, maar een slijmzwam en het zit dus wel in de buurt. Misschien de roodbruine, maar die is minder rood en zeldzaam of het gebundelde netpluimpje. Het formaat klopt ook. Heel klein, maar door de kleur (denk aan de gele Heksenboter) vallen ze toch op".
Zie ook deze link.


(foto: Luuk Vermeer)

Ati Vijge vertelt: ......... Plakkers in Harderwijk
Op 2 september 2013 nam ik 6 plakkers waar in de omgeving van een rotonde in Drielanden te Harderwijk onderaan prunussen. Het waren alle vrouwtjes met eitjes. De plakker is een nachtvlinder en behoort tot de familie van de donsvlinders. De vrouwtjes zijn een stuk groter dan de mannetjes. De mannetjes zijn duidelijk herkenbaar aan de sterk geveerde antennen.
In Nederland is de plakker een gewone soort. In het noordoostelijke deel van het land komt de soort echter niet voor.
Deze vlindersoort is vooral te vinden op warmere plaatsen in open eikenbossen en kan soms als plaaginsect optreden, vooral op eikenbomen. Er komt één generatie per jaar voor. De vliegtijd is van halverwege mei tot en met augustus. Typisch: 2 september kan nog wel maar op prunus binnen de bebouwde kom van Harderwijk? Geen eikenbos in de buurt!


(foto: Ati Vijge)

Harm Werners vertelt: ......... Welkome nieuwkomers!
Na 23 teljaren is het gaaf in het 24e seizoen een nieuwe dagvlindersoort te kunnen begroeten en in dit geval op dezelfde dag zelfs twee nieuwkomers. Op de Galgenbergroute in het Harderwijker bos aan de rand van het Beekhuizerzand liet op 5 augustus 2013 eerst het bruin blauwtje zich zien. Het was goed opletten omdat op het grasveldje ook het Icarusblauwtje en de Bruine vuurvlinder hun domicilie hebben, maar de rode vlekken op de bovenvleugel liepen onmiskenbaar door tot in de punt. De soort lijkt de profiteren van het opwarmende klimaat.
Als klap op de vuurpijl werd even later ook nog eens de keizersmantel waargenomen. Volgens het jaarverslag 2012 van het Landelijk Meetnet Vlinders en Libellen werd die in dat jaar op geen enkele route gezien. De keizerlijke verschijning past perfect in de gunstige berichten over met zekerheid geconstateerde voortplanting binnen Nederland. Bovendien wordt de keizersmantel de laatste jaren regelmatig op de Veluwe gesignaleerd, zoals vorig jaar een exemplaar in de tuin van een van de tellers. Het geeft Betty Dekker en mij een extra impuls om mee te blijven doen aan het verzamelen van de telgegevens voor het meetnet.


Bruin blauwtje en keizersmantel in het 24e jaar van de Galgenbergroute (foto's: Harm Werners)

Ria Thijs vertelt: ......... Flamingo's op het Veluwemeer
Op 21 juli 2013 zag ik op het gedeelte van het Veluwemeer tussen Nunspeet en Doornspijk zes flamingos's.
Een famingo tegenkomen in Midden- en Zuid-Europa in ondiepe wateren zoals lagunes en zoutpannen langs de kust is niet bijzonder. Worden ze op de Veluwerandmeren gesignaleerd, dan genieten ze over het algemeen een warme belangstelling van een breed publiek. Het is vaak onduidelijk of deze vogels van wilde afkomst zijn. Behalve de Europese flamingo (Phoenicopterus ruber) wordt ook de Chileense flamingo (Phoenicopterus chilensis) in Nederland gezien. Er broedt een gemengde populatie flamingo's op de Nederlands-Duitse grens in het  Zwillbrocker Ven (nabij Winterwijk).
Buiten het broedseizoen zijn flamingo's in over het algemeen kleine aantallen te vinden in ondiepe wateren in Nederland, zoals de Veluwerandmeren en het Deltagebied. Het is onduidelijk of deze vogels allemaal van wilde afkomst zijn. Het vermoeden bestaat dat deze zwervende flamingo's afkomstig zijn uit het eerdergenoemde Zwillbrocker Ven.
Het voedsel van flamingo's bestaat onder andere uit kreeftachtigen en andere kleine aquatische organismen. Behalve dierlijk voedsel staan ook zaden van waterplanten en algen op het menu. Dan ben je in de Veluwerandmeren natuurlijk aan het goede adres.


Drie van de zes flamingo's op het Veluwemeer (foto: Ria Thijs)

Koos en Hennie Hermans vertellen: ......... Rupsen helmkruidvlinder in Harderwijker tuin
Op 11 juli 2013 zagen we in onze tuin aan de Korhoenlaan in Harderwijk drie rupsen van de helmkruidvlinder.
De helmkruidvlinder is een nachtvlinder die bij de familie van de nachtuiltjes hoort. Wanneer de vlinder goed bekeken wordt lijkt het wel of de soort een kapje op heeft.  De vlinder vliegt van half mei tot half juli en komt in heel Nederland voor, maar vooral op de zandgronden van Gelderland en de Utrechtse Heuvelrug. De meeste kans om de vlinder te zien zijn bosranden, open plekken in het bos en soms bermen. De eitjes worden afgezet op bloemknoppen en bloemen.
De tot 50 mm lange rupsen zijn vanaf half juni tot half augustus te vinden. De rupsen doen zich tegoed aan de bloemknoppen, bloemen en onrijpe vruchten en pas als deze niet meer voorhanden zijn worden de bladeren aangevreten. De rupsen verpoppen zich op de grond in een dikwandige cocon. De poppen kunnen meer dan één winter overwinteren.
De waardplanten van de helmkruidvlinder zijn kruidachtige planten zoals gevleugeld- en knopig hemkruid en melige toorts.


(foto rups: Koos Hermans en afbeelding helmkruidvlinder: Wikipedia)

Ati Vijge vertelt: ......... Vliegende herten in Vierhouten
Op 2 juli 2013 betrapte ik de vliegende herten van de foto hieronder. Het vliegend hert is één van de grootste keversoorten van ons land en is erg zeldzaam. Ze komen voor in bosrijke gebieden op maar enkele plaatsen in ons land, waar de larven hun voedsel vinden. De larven voeden zich met vermolmd hout dat half begraven is en dat door bepaalde schimmels moet zijn afgebroken. Hierdoor is deze keversoort erg kwetsbaar. De soort kent een lange ontwikkelingscyclus van vier tot acht jaar.  Het larvestadium duurt van drie tot vier jaar.
De Nederlandse naam vindt zijn oorsprong in de enorme kaken van het mannetje. Deze kaken dienen alleen om te imponeren. Ze kunnen er niet mee bijten. Bij de vrouwtjes ontbreken de grote kaken.


Mannetje en vrouwtje vliegend hert (foto: Ati Vijge)

Martin Jansen vertelt: ......... Visarend weer gesignaleerd
De waarnemingenwebsite www.knnvnwveluwe.waarneming.nl  van onze afdeling (al eens bekeken?) vermeldt op 2 juli 2013 alweer een visarend op de Veluwerandmeren, waargenomen door Martin Jansen. Een visarend waarnemen doet je hart altijd sneller kloppen. Ieder jaar trekken visarenden via de visrijke randmeren naar het zuiden. Regelmatig worden ze dan, soms met enkele exemplaren tegelijk, in het bijzonder boven het Veluwemeer waargenomen maar ook op de doortrek boven de andere Veluwerandmeren.
De doortrek van visarenden naar hun overwinteringsgebied in Afrika vindt in het bijzonder plaats van augustus tot in oktober. Het wordt dus opletten de komende maanden! Van april tot in mei kunnen ze weer worden waargenomen op weg naar hun broedgebieden. De visarenden die onze randmeren passeren broeden voornamelijk in Zweden.
Vertoef je in de buurt van de randmeren let er dan de komende periode eens op! Karakteristiek voor de visarend zijn de geknikte vleugels in de vlucht.


 (foto: Tjalling van der Meer)

Dick en Sieby Dooyewaard vertellen: ......... Bevers in de Flevopolder
In Flevoland zijn een aantal jaren geleden bevers ontsnapt uit het Natuurpark. Deze dieren doen het goed. In 2005 werd door Staatsbosbeheer gemeld dat er 14 burchten zijn in Flevoland. Tijdens een telling in 2011 zijn er 74 bevers geteld, maar volgens de deskundigen zouden het er ook meer dan 100 kunnen zijn omdat tijdens zo'n telling nooit alle bevers geteld kunnen worden. Ondanks dit behoorlijk grote aantal is het een toevalstreffer een bever waar te nemen. Wij hadden op 14 april 2013 het geluk in een vaart in het Harderbos twee exemplaren waar te nemen. Harm Werners had al eerder op 5 juli 2012 het geluk een zwemmende bever te ontmoeten in een vaart in het Harderbos.
Opletten dus bij een bezoek aan het Harderbos.


(foto: Harm Werners)

Harm Werners vertelt: ......... Zeldzame elzenwespvlinders op landgoed Oldenaller!
Op 2 juli 2012 deed ik een leuke waarneming op het landgoed Oldenaller. Een paartje elzenwespvlinders, een zeldzame nachtvlindersoort die in Nederland verspreid over het land kan worden waargenomen. Waardplant (stam of wortels van) jonge elzenboompjes, maar soms ook berk. Bijzonder is, dat de rups minstens twee keer overwintert. Wespvlinders proberen door hun sterke gelijkenis met wespen eventuele belagers te misleiden. Alle in ons land voorkomende soorten hebben een of meer geel of rood gekleurde banden op het lichaam. Ook hun smalle vleugels met doorzichtige velden doen sterk denken aan een wesp.


Paartje elzenwespvlinder van Oldenaller (foto en tekst: Harm Werners)

Harm Werners vertelt: ......... Zeldzame Grote vos op landgoed Oldenaller!
Op 15 maart 2012 nam ik, op het landgoed Oldenaller een Grote vos waar. Deze tot de schoenlappersfamilie behorende dagvlindersoort is volgens de maatstaven van de Vlinderstichting uitgestorven in Nederland. Vlinders, die tot deze categorie worden gerekend hebben zich hier tien jaar lang niet aantoonbaar voortgeplant. Na zijn verdwijning worden er echter jaarlijks nog wel enkele exemplaren aangetroffen binnen onze landsgrenzen. Lang werd er van uit gegaan, dat dit uit het buitenland afkomstige zwervers waren. In 2010 en 2011 vertoonde het aantal op de database gemelde Grote vossen echter een opvallende stijging. Geconstateerd werd, dat de soort zich in Flevoland weer had voortgeplant en in Zuid Limburg werden meerdere exemplaren tegelijk gezien. Het heeft er alle schijn van dat de Grote vos zich in ons land gaat hervestigen. De op het landgoed Oldenaller gesignaleerde vlinder draagt bij aan deze veronderstelling. Dat dit exemplaar zo vroeg in het jaar werd gezien heeft te maken met het feit dat de soort als imago (volwassen vlinder) de winter doorbrengt. De vlinder moet het landgoed al in de herfst van vorig jaar bereikt hebben omdat niet mag worden aangenomen, dat deze zo vroeg in het jaar -op één van de eerste fraaie lentedagen- al een grote afstand heeft overbrugd. De door de waarnemer van het dier gemaakte foto zal niet de schoonheidsprijs verwerven, maar als bewijs is het afdoende. Op de linker bovenvleugel is namelijk te zien dat deze vos vier vlekken heeft. waar zijn veel algemenere familielid, de Kleine vos, er drie heeft. Verder vertoont de vleugelrand het voor de Grote vos kenmerkende onregelmatige patroon van zwarte “balkjes” met tussenliggende lichtere vlekken. Bij de Kleine vos zijn met name de lichtere vlekken nadrukkelijker aanwezig. In elk geval mag de terreinbeheerder zich gelukkig prijzen met het feit, dat de zeldzame Grote vos hier is aangetroffen.


Grote vos landgoed Oldenaller (foto en tekst: Harm Werners)

Fam. Knossen vertelt: ......... Kerkuil verdwaald!
Op 2 januari 2012 werden we aan de Rietgansstraat in Ermelo plots verrast door een kerkuil die rustig op het konijnenhok in de tuin bleef zitten en zich nog rustig liet fotograferen ook! De vraag rees of het beestje wel gezond was gezien zijn gedrag dat helemaal niet schuw was.
Volgens de uilenbrief 2011 (een uitgave van het landelijke steenuilenoverleg) broedden er in 2010 2214 kerkuilenparen in Nederland. Op de Veluwe waren dat er hiervan 135. In 2009 was het aantal broedparen beduidend lager, namelijk 1737. De veldmuizenpopulatie was in dat jaar ook minder ten opzichte van die van 2010. De veldmuis is het belangrijkste voedsel van de kerkuil.
Ook in onze omgeving broeden kerkuilen, onder andere in Hierden en op het landgoed Staverden. Nu ligt de Rietgansstraat niet zo ver van het buitengebied Horst waar gezien het aantal boerderijen ongetwijfeld kerkuilen zullen broeden maar vreemd is het wel: een kerkuil in je tuin!


(foto: lynn Knossen)

Tjalling vertelt: ......... Vogeleiland bij natuurtuin Harderwijk, meer dan vogels!
Een bezwarenprocedure van onder andere de Gezamenlijke Natuurbeschermingswerkgroep van onze afdeling met de Vogelbeschermingswacht Noord-Veluwe heeft er toe geleid dat de geplande fietsbrug die naar verwachting in 2014 zal worden aangelgd, zodanig wordt verlegd dat het vogeleiland aan de rand van Harderwijk niet wordt aangetast. En dat is maar goed ook want steeds meer blijkt dat dit eiland een hele belangrijke natuurfunctie heeft.
Niet alleen broedt de ijsvogel al zo'n 30 jaar in deze omgeving, maar sedert een viertal jaren heeft ook een boomvalkenpaar er in de broedtijd domicilie gekozen. Boven de wijk Stadsweiden is het dus regelmatig genieten van deze valken. In winterperiodes met vorst  vinden houtsnip en roerdomp er een toevlucht.
Maar het eiland biedt meer dan vogels. In de voorjaar- en zomerperiode kunnen we er genieten van de fraaie weidebeekjuffer. En wie herinnert zich nog de discussie over de sporen in de natuurtuin in de strenge winter van 2009-2010.  Uiteindelijk  werd het mysterie opgelost met de waarneming van een boommarter op 13 november 2010 door Chris Herzog en zijn zwager Bertus. In eerdere jaren werd er ook al eens een bunzing gesignaleerd en nog niet zo heel lang geleden huisde er enkele jaren een eekhoorn. Overigens al een tijdje niet meer gezien.
Op 11 april 2011 meldde ons lid Henk Jager via mail bij de natuurtuin in Harderwijk waarschijnlijk een (boom)marter te hebben waargenomen onder bijvoeging van afbeeldingen. De afbeeldingen gingen vervolgens heen en weer en enige "geleerden" uit onze afdeling kwamen tot de conclusie dat het hier om een hermelijn in zomerkleed ging. Helaas geen boommarter, maar deze waarneming is natuurlijk even leuk en maakt duidelijk dat het in de ruigten van het vogeleiland ook voor dit soort dieren goed toeven is.
Het voorgaande geeft aan dat het vogeleiland onze gemoederen ook aardig kan bezig houden.
Tjalling van der Meer


De hermelijn in zomerkleed op de duiker bij het fietspad (Foto: Henk Jager)

Deel deze pagina