't Mosmanneke is een natuurliefhebber in hart en nieren. Tijdens zijn wandelingen door de natuur komt hij oog in oog te staan met wat er leeft, groeit en bloeit. De natuur is voor hem alles en voor 't mosmanneke is het dan ook genieten, als hij met zijn rugzak door bos en veld kan trekken. Wij hebben hem op de voet gevolgd met zijn columns. Na bijna vijf jaar en 32 afleveringen komt hier in december 2011 een eind aan. De columns worden voortgezet op zijn eigen website

Matjens

 

De Slikken van de Heen Oost 2 (november/december 2011)

In deze laatste aflevering van het Mosmanneke is het nog steeds ploeteren geblazen om het schelpstrandje te bereiken. Het Kleefkruid was trouwens al verdord en was niet langer bij machte iemand het leven moeilijk te maken. Maar er bleef nog genoeg over!

De Slikken van de Heen Oost (september/oktober 2011)

Het schelpstrandje liet zich vanaf het Benedensas en de Heense Dijk niet zo gemakkelijk bereiken. De wildernis had me binnen de kortste keren helemaal opgeslokt. De Moerasmelkdistel (Sonchus palustris) keek bijna hautain op me neer, maar legde me verder geen strobreed in de weg. Hoe anders was dat met brandnetels, kleefkruid, bramen en adelaarsvaren. Ze namen me ‘grijnslachend’ zonder enige vorm van respect in een beklemmende omarming. Maar eenmaal op het strandje zijn alle ontberingen weer snel vergeten. Zeker als je in de rietstrook langs het water verwelkomd wordt door twee roepende Waterrallen.

Vliegende papierfabriek (juli/augustus 2011)

Als je de auto tussen Rucphen en Zundert bij het trappistenklooster parkeert dan kun je letterlijk in alle richtingen de natuur in. De Moeren, Tachtig Bunder, Veldekensberg, Lange Maten, De Riggen, Pannenhoef, Hazenmeren, De Lokker, het ligt allemaal binnen wandelafstand. Met een beetje geluk loop je ook nog onder sfeervolle omstandigheden door de Stouwdreef. Zoals elke wandeling in de natuur had ook deze tocht weer een hoogtepunt. Onder een rij enorme Zomereiken aan de rand van een met biezenpollen begroeid weiland vlogen twee Hoornaars.

Zijn schijnbessen bessen? (mei/juni 2011)

Half september 2010 wandelde ik naar observatiehut “De Steltkluut” in het Rammegors. De weg werd me versperd door twee grazende Reeën. Het pad langs de Oostdam, tussen Rammegors en Schelde-Rijnkanaal, was gemaaid en het uitschietende gras betekende een lekker hapje voor ze. Heel langzaam liep ik door.

Goudknopje op de Dintelse Gorzen (maart/april 2011)

Al vóór we, komende vanaf het Benedensas, het bruggetje over de Botkreek opliepen kwam de camera uit de rugzak. Een paar Schotse Hooglanders liepen het water in en bleven daar een tijdje staan. Met de struiken op de achtergrond en het diffuse ochtendlicht leverde dat een bijna Afrikaans tafereeltje op. Eigenlijk werd het landschap nog Afrikaanser toen we langs de modderige oevers van het Volkerak, zover het oog reikte, een gele zee van Goudknopje (Cotula coronopifolia) zagen staan.

De Cévennen5: Langs de Tarn (januari/februari 2011)

De afdaling met de auto vanaf Causse Méjean naar het plaatsje La Malène langs de Tarn was spectaculair. Veel gelegenheid om van het uitzicht te genieten was er niet want de 10 haarspeldbochten eisen al je aandacht op. We parkeerden de auto in het plaatsje en liepen links van de Tarn in westelijke richting. Het pad was breed, goed begaanbaar en er was weer van alles te zien.

De Cévennen4: Cernonvallei (november/december 2010)

In deze voorlaatste aflevering van het KNNV kamp in de Cévennen weer wat bijzondere flora en fauna die we in ons eigen landje niet zo gauw tegen zullen komen. De botanische rijkdom van de Cévennen lijkt in de Cernonvallei zijn hoogtepunt te bereiken.

De Cévennen3: Causse de Blandas (september/oktober 2010)

Tien kilometer wandelen met de KNNV door het desolate landschap van de Causse Méjean, dat moet haast wel iets bijzonders opleveren. En dat leverde het ook. Al rondkijkend en stilstaand bij allerlei vondsten trokken we over steenachtige paadjes de ruige heuvels in.

De Cévennen2: Smaragdhagedissen en Transektariers (juli/augustus 2010)

Tijdens het kampement van de landelijke KNNV in de Cévennen werd er niet alleen overdag gevogeld. Heel de nacht door zat er wel ergens een Nachtegaal te zingen. Zelfs ’s morgens vroeg op weg naar de “sanitoires” werd er nog gevogeld. Wat wil je als er ineens vier Vale Gieren over de bergkam komen zeilen. Ze kwamen, vlijmscherp afgetekend tegen de blauwe lucht, majestueus cirkelend, recht over het kamp.

De Cévennen (mei/juni 2010)
De landelijke KNNV organiseert elk jaar reizen en kampen naar allerlei fraaie natuurgebieden in Europa. Na vele jaren van afwezigheid had ik me weer eens opgegeven voor een kamp in de Cevennen, een soort aardse hemel op natuurgebied.

Spaanse Nederlander met melk (maart/april 2010)
Waar het met de Molenplaat bij Bergen op Zoom, mede door de oprukkende bebouwing van de Bergse Plaat naar toe gaat, werd benadrukt door een man met een minibusje die vijf honden kwam uitlaten! Verder had men de smalle strook tussen Binnenschelde en Markiezaatsmeer geëgaliseerd, maar goed ook want er dreigde daar een natuurgebied te ontstaan! Tegenwoordig doet deze strook dienst als paaiplaats voor Snoek.

Koeien om bang van te worden (januari/februari 2010)
Tussen Willemstad en Ooltgensplaat in de buurt van de Volkeraksluizen liggen de Ventjagers- en Hellegatsplaten. Water en land vormen daar een natuurgebied van ca 1000 hectare. Er staan maar liefst 3 observatiehutten waarin je comfortabel naar de vogels kunt kijken.

Bruin mannetje, wit vrouwtje (oktober/december 2009)
Op de natte, donkere stam van een Tamme Kastanje zat het vrouwtje van de Plakker. Een nachtvlinder behorende bij de Spinners. De rupsen spinnen namelijk een cocon waarin ze tot vlinder kunnen verpoppen.

Zomerbelevenissen in mijn tuin -deel 2- (augustus/september 2009)
Nog meer bijzondere natuurgebeurtenissen tijdens de hete zomerse dagen van 2006 als we van ‘s morgens tot ‘s avonds in de tuin zaten.

Zomerbelevenissen in mijn tuin -deel1- (juni/juli 2009)
Tijdens de hete zomerse dagen van 2006 zaten we van ‘s morgens tot ‘s avonds in de tuin. Als natuurliefhebber blijf je dan toch op de kleine dingetjes letten die rondom je gemakkelijke stoel gebeuren.

Botaniseren? Levensgevaarlijk! (april/mei 2009)
Wij hebben een Californische Cipres (Chamaecyparis lawsoniana) in de tuin. Dat klinkt behoorlijk indrukwekkend, dus zal het wel een bijzondere boom zijn. Nou, vergeet het maar. Deze conifeer is misschien wel onze meest algemene sierboom.

Duiven zijn ook niet gek (februari/maart 2009)
We zitten met onze fietstocht, die we in de vorige aflevering zijn gestart, nog steeds in de Hoevense Beemden en doen er nu ook nog een stuk Haagsche Beemden bij. In het Zandwiel langs de Poldersdijk werd druk gevist.

Elfen zitten op andere bankjes (december 2008/januari 2009)
Een tijdje terug stond er een grote foto in de krant van de ‘Elfenbank’ op een Eik langs de Bosschendijk tussen Oudenbosch en Hoeven. De foto was zo mooi dat ik er, op weg naar de Hoevense en Haagsche Beemden, toch maar even langs fietste.

Voor de columns van 2007-2008: Klik hier

 

Deel deze pagina