De afgelopen zomer viel de overlast van de limonadewespen erg mee. Maar nu is het de tijd dat er appels met wespen en al uit de boom vallen. Ze dwarrelen met het blad gewoon naar beneden en blijven op de grond liggen. De zomereiken strooien weer met hun galappels.

Galappel en lensgallen (foto Henk Kuiper)Galappel en lensgallen (foto Henk Kuiper)

Een galappel is een mooi groen of roodachtig bolletje dat aan de onderkant van een blad groeit. Het wordt tussen de een en twee centimeter groot. In de omgeving van Tilburg vind je die eigenlijk maar op één soort boom: de zomereik. Overal in onze stad waar je deze boom langs wegen en in parken aantreft, heb je een grote kans om ook een galappel te vinden.

Nu zit die galappel wel op het blad, maar de boom heeft helemaal niks aan dat vreemde uitstulpsel. Hij wordt gedwongen om gallen te maken. De boosdoener is een galwesp: een heel klein donker wespje. Een vrouwtje galappelwesp heeft in mei of juni een ei gelegd op een eikenblad. Daarbij liet ze ook wat chemische groeistoffen achter. Door die stoffen gaat de boom op die plek veel sponsachtige cellen maken. Het larfje dat uit het ei is gekropen, zit er midden in en geeft ook zelf van die groeistoffen af. Uiteindelijk leeft de larf lekker beschermd alleen in zijn kleine kamertje, midden in het zachte bolletje.

De voortplanting van de galappelwesp verloopt heel bijzonder. Met het vallen van de bladeren, komen ook de galappels mee naar beneden. Deze liggen tussen de bladeren op de grond. Het larfje verpopt zich dan tot een galwesp. Dat bolvormige beestje heeft een wat omlaag gerichte kop met vrij krachtige kaken. Die zijn nodig om zichzelf naar buiten te knagen. Dat doen de wespjes in december of januari. Je kunt zien als de wesp uit de gal is: dan zit er een mooi rond knaaggaatje in.
Uit de galappels komen alleen maar vrouwelijke wespen. Je zou verwachten dat de voortplanting dan stopt, maar deze vrouwtjes kunnen toch gewoon eitjes leggen. Dat doen ze op eikenknoppen op de stam. En ook hier geldt dat er door de meegekomen groeistoffen weer een gal gemaakt wordt. Nu geen galappel, maar een paars fluweelgalletje. In mei of juni zijn de wespjes die daarin zitten weer volwassen. Deze keer komen er wel vrouwtjes en mannetjes uit. Er wordt gepaard en galwespvrouwen leggen eieren op de jonge bladeren. Dat worden dan weer wel galappels. De levenscyclus is rond.

Er leven tientallen soorten galwespen op de zomereik. Die hebben allemaal zo’n dubbelleven met twee soorten gallen. Zo zie je op de foto ook lensgallen. Die vallen nu ook mee naar beneden en groeien nog door tot in maart. Daar komen ook alleen vrouwtjes uit. Zij gaan eieren leggen op de bloemknoppen van de eik. Aan de katjes van de eik hangen in mei dan de mooie lichtgroene besgalletjes. Vroeger werd gedacht dat het twee soorten galwespen moesten zijn, omdat het ook twee soorten gallen zijn. Later heeft men deze speciale manier van voortplanten ontdekt.

Gallen komen op alle onderdelen van de eik voor, ook op de twijgen en op de eikels. Ze hebben ook leuke namen gekregen: ananasgal, ramshoorngal, satijnen knoopjesgal en de knikkergal. Met hulp van deze laatste gal en een roestige spijker is binnen enkele dagen inkt te maken. Deze methode werd al in de Romeinse tijd toegepast.

Op allerlei bomen en kruiden komen gallen voor. De galverwekker kan ook een schimmel, mug, vlieg, mijt, bladvlo of bladluis zijn. Galwespen prikken ons nooit, maar prikkelen wel. En zeker de verwondering bij het zien van al die vreemde galvormen.

Rob Vereijken

Deel deze pagina