Het werk werd even neergelegd, want een enthousiaste dans van een van de binnengekomen vrouwen werd verwacht. Normaal was er meerdere keren per dag een rondedans, maar de laatste tijd was het erg stil op de dansvloer.

Bijen zoeken naar bloemen waar veel nectar en stuifmeel in zit. Als een haalbij zoiets vindt, gaat ze terug naar de bijenkast om deze vondst te melden. Maar hoe breng je je boodschap over als een paar duizend bijen in de kolonie tegelijkertijd een zoemend geluid maken? Een opgewonden bij loopt eerst over de raat in het nest en stoot andere bijen aan. Deze ruiken aan haar en proeven van de meegebrachte nectar, zodat ze buiten de goede bloem kunnen herkennen. Ze volgen de boodschapper van het goede nieuws, die rondjes loopt en na 1 of 2 cirkels omdraait en in tegengestelde richting verder gaat. Deze rondedans vertelt de andere bijen dat er binnen 100 meter van de kast een grote voedselbron is.

Bij met stuifmeelklompjes (foto Marcel Horck/Stadsimkerij Beezzzz)Bij met stuifmeelklompjes (foto Marcel Horck/Stadsimkerij Beezzzz)

Is het eten verder weg, dan dansen de bijen de kwispeldans. Nauwkeurig wordt daarmee aangegeven hoe ver weg en in welke richting die heerlijke bloemen staan. Is de bloem gevonden, dan begint het verzamelen van nectar en stuifmeel. De nectar zuigen ze met hun lange tong op en bewaren het in de honingmaag. Het stuifmeel wordt met de voorpoten verzameld en daarna tussen stevige haren aan de binnenkant van de achterpoten gestopt. Een succesvolle bij draagt twee grote en oranje-gele stuifmeelklompjes.

Bij terugkeer in de kast blijft de nectar meestal nog even in het lijf van de haalbij zitten. Daar wordt het ingedikt en bewerkt tot de honing die wij kennen. 

Al 2500 jaar worden bijen door de mens gehouden. De Grieken hadden al grote waardering voor de door de beestjes gemaakte was en honing. De dieren spelen ook een grote rol bij de bestuiving van allerlei planten, en vooral fruitbomen. 

In de vrije natuur leeft nog maar zelden een kolonie honingbijen in een holle boom. Gewoonlijk zorgt de imker voor een huis voor de bijen. In de kast zet hij al voorgemaakte raten. Het bijenvolk bouwt daar verder aan en de koningin stopt in iedere zeshoekige cel een ei. Daar is ze eigenlijk constant mee bezig. Ze legt soms meer dan 1000 eieren per dag en er blijft weinig energie en tijd over voor een staatsbezoek aan een van de buurbijenvolken. Welkom is ze daar zeker niet, want de wachters van een vreemde kast zouden haar niet doorlaten. 

Het gaat al jaren niet goed met de honingbij. Ook in Tilburg hebben de bijen het moeilijk. Het aanbod van geschikte bloemen met nectar en stuifmeel is erg teruggelopen. Het buitengebied is eentoniger en je ziet zelden rijke, bloeiende bermen. De stad is vaak nog het meest geschikt als leefplaats voor een  bijenvolk. 

Gelukkig schieten we de bijen nu te hulp. Langs het Bels Lijntje wordt een bijenlint aangelegd van bloemenveldjes. Dit jaar is ook het project Bee-o-topen gestart. In het Piushavengebied en Moerenburg wordt met ander beheer of met het inzaaien van bloemen de stad aantrekkelijker gemaakt voor honingbijen. Zij profiteren niet alleen van de ingrepen; ook andere bloembestuivende insecten, zoals hommels, wilde bijen en vlinders, snoepen lekker mee van het beschikbare voedsel.

Meer weten over de bijenprojecten, kom zondag 31 mei naar de Natuurmarkt bij de Piushaven. Je hoort dan ook hoe je in je eigen tuintje de bloembestuivers kunt helpen. Grote kans dat daardoor in de loop van dit jaar iedere Tilburgse haalbij die terugkeert in de kast een uitzinnige dans opvoert, waarbij de vlinder en de hommel samen een bloemenwals dansen.

Rob Vereijken

Deel deze pagina