Huismussen zijn brutale jongens. Ze duiken plots met z’n allen de tuin in. Maken veel kabaal en laten duidelijk merken dat ze er zijn. In veel tuinen scharrelt nu een andere vogel rond die op het eerste gezicht op een mus lijkt: zijn vleugels en rug zijn ook mooi bruin gekleurd met donkere strepen. Verder lijkt hij helemaal niet op zijn naamgenoot. De heggenmus leidt een heel ander leven.

Heggenmus (foto Henk Kuiper)Heggenmus (foto Henk Kuiper)

Dat heggenmussen verder niets met mussen te maken hebben, blijkt al uit hun snavel. Een huismus heeft een stompe snavel waarmee hij zaden kraakt en pelt. Een heggenmus eet in de winter ook wel eens een zaadje, maar met zijn spitse bekje gaat hij toch vooral op jacht naar insecten en insectenlarven.

Er zijn nog veel meer verschillen: huismussen leven in groepen, heggenmussen zijn meestal alleen. Hoewel het tjilpen van huismussen ook zingen heet, laat de heggenmus een echt mooi liedje horen. Er zitten geen trillers of heel hoge tonen in de zang, maar toch klinkt het heel prettig in de oren. Dat komt misschien ook wel omdat zij vanaf eind februari tot half april fanatiek zingen en dan is er nog weinig vogelzang. Het is echt een lentebode die zijn aanwezigheid duidelijk laat merken, goed zichtbaar, zingend boven in het topje van een boompje of struik.

Meer mensen houden van zijn zang, want zijn bijnaam is niet voor niets basterdnachtegaal. In Tilburg wordt hij ook blauwpieper genoemd. Dat blauwe verwijst naar zijn blauwgrijze kop en nek. Mannetjes en vrouwtjes zien er overigens hetzelfde uit. 

Er zijn personen die vinden dat mensen zich erg losbandig gedragen. Waarschijnlijk hebben zij zich niet verdiept in het seksuele leven van de heggenmus. Deze houdt er namelijk de vreemdste relaties op na. Het komt natuurlijk wel voor dat één mannetje en één vrouwtje samen een territorium hebben en voor de kroost zorgen. Maar regelmatig doen meerdere mannen of vrouwen mee aan het liefdesspel. Er zijn ook bijmannetjes. Die sluiten zich aan bij een paartje heggenmus. Zo’n bijman helpt mee met de verdediging van het territorium en het voeren van de jongen. Met twee mannen bij één vrouwtje is het steeds de vraag wie nu de echte vader is. Mocht de hoofdman ontdekken dat het bijmannetje met zijn vrouwtje gepaard heeft, dat pikt hij naar de buitenkant van haar geslachtsorgaan. Als hij lang genoeg volhoudt, perst zij op den duur het sperma uit haar lichaam. De hoofdman maakt er daarna meteen werk van en bevrucht zijn vrouwtje. Dat is nog eens een man met passie die wil dat alleen zijn erfelijke eigenschappen worden doorgegeven.

De afgelopen honderd jaar is de heggenmus in Nederland sterk toegenomen van een schaarse tot een talrijke broedvogel. Steden en dorpen zijn flink gegroeid. Bij de aanleg van heggen en de inrichting van stadstuintjes met berberis, klimop, coniferen en andere dichte groenblijvers, kwamen er steeds meer ideale leefplaatsen voor deze vogel.  

Onze eigen Tilburgse broedvogels blijven in de stad hangen of zwerven wat rond. In het winterhalfjaar krijgen zij bezoek van tientallen of misschien wel honderden heggenmussen uit Noord-Europese landen, die bij ons overwinteren.

Als je een heel rustige en beschutte voedertafel hebt, willen heggenmussen daar ook wel eens een zaadje van meepikken. Maar meestal scharrelen ze over de grond. Ze gedragen zich daarbij meer als een huismuis: een beetje schokkend, onrustig en zenuwachtig voortlopend. Dreigt er gevaar, dan schieten ze snel naar een beschut plekje tussen de planten of stuiken, terwijl de uitbundige huismussen al weer tjielpend op het dak zitten. Maar met dat gedrag heeft de heggenmus dan ook niets te maken.

Rob Vereijken

Deel deze pagina