Als het mooi weer is en er is genoeg te eten, dan gaat het continue door. Maandenlang je uitsloven. Mislukt het, dan begin je weer snel opnieuw. Een houtduivenpaar heeft nu even winterrust. Gelukkig een kerst zonder jongen. Maar blijft het zacht weer, dan beginnen de hormonen weer snel te kriebelen.

In sneeuw broedende houtduiven (foto Henk Kuiper)In sneeuw broedende houtduiven (foto Henk Kuiper)

Een houtduif is een van de meeste voorkomende stadsvogels. In heel Nederland broeden er wel een half miljoen. Hij is van bosvogel een echte stadsvogel geworden. Veel heeft hij ook niet nodig: wat eten en een boom om een nest in te bouwen. Beide zaken zijn er genoeg in onze stad en in bijna iedere straat is wel een broedplek te vinden. Het gebouwde nest ziet er uit als een onregelmatig plat takkenbosje. Het is een wonder dat niet meer eieren en nesten met een flinke wind de boom uitvliegen. 

Een paartje houtduif neemt de voortplanting erg serieus. Half februari beginnen ze vaak al aan hun eerste broedsel. Het mannetje en vrouwtje bouwen samen het nest. Die twee lijken sprekend op elkaar. Ze hebben beiden een blauwgrijze kop, rug, vleugels en staart. De duivenborst heeft een roodachtige gloed. De grote, witte vlek in de duivennek heeft alleen de houtduif. Ook de onderrand van de vleugels is wit. Als ze vliegen, en natuurlijk bij de baltsvlucht, valt de witte band over de vleugel op.

Ik kan me goed voorstellen dat zo’n balts een bijzonder gevoel geeft, want als ik een houtduif zo’n golvende hoera-vlucht zie maken, voel ik ook dat de lente is begonnen. Het mannetje vliegt daarbij schuin omhoog, klapt wat met zijn vleugels boven zijn rug en laat zich dan heerlijk naar beneden glijden. Het kunstje wordt vaak meerdere keren herhaald. Om zijn vrouw nog verder te bekoren gaat hij koeren. Tijdens het zingen herhaalt hij zijn vaste 5-delige zang: roe-koe-koe koe-koe. De eerste drie zijn langere strofen en de laatste twee zijn kortaf. 

Het liefdespaar broedt samen iets meer dan twee weken op de 2 eieren. Daarna worden de jongen nog een maand gevoed. Ze veranderen dan van kale jongen, via pluizige en vreemd uitziende schepsels met een schijnbaar enorme dikke snavel, tot een duif die op de ouders lijkt. Alleen hebben ze dan nog geen witte nekvlek.

Zijn de jongen het huis uit, begint het ouderpaar meteen met een nieuw broedsel. Zo’n doorstart maken ze ook als het nest is vernield of de eieren of jongen zijn door een kraai, ekster of kat opgegeten. Soms hebben ze wel 6 nestpogingen per jaar. In een najaar met voldoende eten blijven ze gewoon nesten bouwen, soms zelfs als de sneeuw al is ingevallen.

Een houtduif eet vooral zaden, knoppen en onze broodresten. Ze houden ook erg van de straatgraszaadjes in de gazons. Voor de jonge duiven is dat nogal zware kost. De ouders maken daarom zelf olvarit-babyvoedsel. Aan de binnenkant van de krop vormen ze een kaasachtige brij. Deze duivenmelk pikken de jonge duiven op. Na een week schakelen ze over op voorgeweekte zaden.  Wij noemen houders van postduiven ook duivenmelkers, maar degenen die deze naam echt verdienen zijn de houtduivenjongen. In de winter is er dus maar een korte periode dat er geen jongen zijn en de ouders niet worden uitgemolken.  

Rondscharrelende duiven hebben een heel karakteristiek duivenloopje. Daarbij maken ze trekkende kopbewegingen, alsof ze - met oortjes in - naar popmuziek luisteren. In de stad lopen ze redelijk veilig rond, maar in het buitengebied dreigt een verrassend schot hagel. Er zijn vogelliefhebbers die een gevulde duivenborst de mooiste kerstgedachte vinden. Ik zie ze liever met kop, vleugels en poten 2017 invliegen.  

Rob Vereijken

Deel deze pagina