De stad staat helemaal op zijn kop voor de 50-ste verjaardag van de koning. Vroeger droeg de koning dan zijn prachtige hermelijnenmantel. Nu kleedt hij zich met een maatpak. De enige mantels die je op deze dag ziet, worden gedragen door de kleine mantelmeeuwen. Met de fraaie donkere vleugels  is deze meeuw onmiskenbaar en natuurlijk hartelijk welkom op het koninklijk feestje. 

Vroeger kwamen meeuwen alleen in het winterhalfjaar de stad in. Dat waren vooral kokmeeuwen die in vennen in de omgeving broedden. Deze kleinere meeuw heeft een broedkleed met een mooie bruine kop. Aan het eind van de winter verlaten zij onze stad en daarvoor in de plaats komt de kleine mantelmeeuw op bezoek. Voor een deel zijn de rondzwevende Tilburgse vogels broedvogels van verder weg, maar er zitten ook zwervers en doortrekkers bij.
Het is een prachtige vogel met een lengte van iets meer dan een halve meter. Zijn spierwitte kop en lijf steekt scherp af tegen de donkergrijze of soms bijna zwarte bovenvleugel. Ook zijn rug is donker, waardoor het lijkt alsof hij een mantel omheeft. 
Met een dun wit randje aan de voorkant van de vleugel en een smalle witte achterrand is hij wel het  chicst van onze stadsmeeuwen. En daarbij zijn de snavel en de poten ook nog mooi geel. 
Oorspronkelijk was de kleine mantelmeeuw echt een zeemeeuw. Nu broedt het merendeel nog steeds op de Waddeneilanden of in de Delta. De meeuwen zoeken de kust af en eten al het dierlijke dat ze tegenkomen. Een koninklijk trekje? In het paleis houdt men ook van zeebanket met garnalencocktail.
Meer in het binnenland, zoals in West-Brabant zijn er al kolonies van de kleine mantelmeeuw. In de nesten op de open grond worden drie eieren gelegd. De vos heeft die kolonies ook ontdekt en een ei of jonge meeuw ligt voor het opeten. De meeuwen zijn daardoor in heel wat kuststeden op platte daken van gebouwen gaan broeden. Misschien hebben ze in Tilburg ook al een oogje op een broeddak laten vallen. Het Koningsplein zou er een stuk levendiger van worden.
In de kolonie in West-Brabant heeft men onderzoek gedaan naar de afstand die de meeuwen vanaf hun boedkolonie vliegen. De meeste gingen niet verder dan 25 km, maar er waren er ook die doorvlogen tot 120 km. Vuilstorten waren erg in trek, want daar valt altijd wat te peuzelen. Ze hebben ook braakballen en braaksels van de mantelmeeuwen onderzocht. De Brabantse meeuwen zochten eten in het zoete water en verder vooral op het land. Veel resten van bijvoorbeeld mollen werden gevonden, maar ook andere zoogdieren en verschillende vogels. Alleseters dus.
Zelf mocht ik dat meemaken aan het Wilhelminakanaal. Ik stond te genieten van een waterhoentje dat met een groepje donzige jongen naar de overkant zwom. Een kleine mantelmeeuw kwam over het water aanvliegen en pikte met zijn snavel een van de jonkies op. De kleine pootjes bungelden naar beneden maar verdwenen al snel in de meeuw. Een andere ontmoeting was het moment dat op het Tilburgse kerkhof Hasselt als een hemelse boodschap brood uit de lucht kwam vallen. Naar boven kijkend zag ik enkele meeuwen, die blijkbaar in de buurt een lekker gesneden brood te pakken hadden gekregen.

De majestueuze mantelmeeuwen hebben natuurlijk het beste zicht op de rondgang van de koninklijke familie. Het kan zijn dat ze vanuit hun eigen skybox wat gakkende, miauwende of lachende geluiden laten nederdalen. De vogels moeten ook niet te vlug naar huis, want na afloop van het koningsbezoek is het heerlijk smullen van de vuilnisbelt die overblijft. Zo wordt koningsdag toch een feest voor iedereen.

Rob Vereijken

Deel deze pagina