Het heeft iets spannends en onheilspellends, want wie durft er in de rups? Als je instapt zit je lekker rustig, maar eenmaal aan het rijden kom je er niet meer uit. Dan gaat ook de kap nog dicht en je heb geen idee wat daar onder gebeurt. Nooit een rups gezien?, ga dan naar de nostalgische kermis op het Koningsplein. 

De kermis is vast niet bedoeld om te vieren dat de buxusmot dit jaar 10 jaar in Nederland is. Je hoort over soorten die in ons land uitsterven, maar nu hebben we er toch maar mooi een nieuwe soort bijgekregen. Hoe het beestje uit Japan en China, zijn oorspronkelijk leefgebied, in ons land terecht is gekomen weet men niet. Mogelijk zat hij verstopt in een lading buxusstruiken die in 2005 naar Duitsland kwam. Twee jaar later dook hij op in Nederland en ondertussen kruipen er waarschijnlijk in de buxus in jouw tuin ook de rupsen van deze nachtvlinder. Iets anders lusten ze niet.

De mens is een hulpje van de buxusmot door in heel wat tuintjes mooie buxushagen of fraai in vorm geknipte struiken te planten. De vlinder leeft één week en kan in die tijd eenvoudig een geschikt eiafzetplekje vinden. Deze vrij forse nachtvlinder heeft een spanwijdte van zo’n 4 centimeter. De lichte vleugels hebben een donkerbruine buitenrand. Het vrouwtje legt eieren aan de onderkant van de buxusblaadjes. De uitgekomen rupsjes knagen daar eerst aan de buitenkant van het blad en als ze groter zijn eten ze het binnenste op. Met spinseldraden plakken ze takken en blaadjes aan elkaar. Door de dichte buxusstruiken verraadt de buxusmot  zich pas als de grotere rupsen het hele blad opeten. Zitten er aan de buitenkant wat bruine bladeren met spinnenwebachtige draden, dan ben je de gelukkige bezitter van een buxusmotkwekerij. Aan de spinsels tussen de takken blijven de rupsenkeutels plakken en de rupsen zelf natuurlijk. De uiteindelijk wel 4 centimeter lange rupsen hebben mooie zwarte ogen, een lichtgroen gekleurd lijf met zwarte stippen en lichte en zwarte lengtestrepen.  

Rups van buxusmot © Rob Vereijken

In juli en augustus wordt er heel wat afgeknabbeld en uitgekeuteld. De rupsen verpoppen zich en ontpoppen zich in september weer tot vlinder. Die leggen weer eieren met een groeiend leger aan rupsen tot gevolg. De jonkies krijgen de ontwikkeling tot vlinder niet meer rond voor de winter. De halfvolgroeide rupsen spinnen zich in en wachten tot het in maart of april weer boven de 10 graden komt.  Ze beginnen dan meteen met eten en na het verpoppen heb je de eerste generatie vlinders die voor de huidige rupsenplaag hebben gezorgd. Door het maandenlange geknabbel aan de struik, kan deze zich moeilijk herstellen. Veel tuinliefhebbers zijn ten einde raad. De dieren bestrijden is moeilijk binnen die dichte planten. Rupsen met de hand verwijderen en spinsels wegknippen helpt een beetje. Je moet de buxus constant blijven controleren. En dat moet je niet alleen zelf doen. Als de buren of andere tuinliefhebbers binnen een straal van 4 kilometer vrienden van de buxusmot zijn, krijg jij op een nacht toch weer bezoek van zo’n mooie mot. 

De groene rups op de kermis valt onder nostalgie. Mogelijk dat dat bij de buxus over een paar jaar ook is. De enige plek waar we jarenlang nog een buxustakje tegenkwamen, was in het kruisbeeld dat boven iedere Tilburgse huiskamerdeur hing. Deze gewijde buxus, oftewel het ‘palmtakje’, is straks mogelijk nog alles wat ons rest. 

Ben je duizelig van de honderden buxusmotrupsen in je buxus, ontspan je op de nostalgische kermis. Na een ritje met de rups ben je volledig dolgedraaid, maar dat gevoel gaat gelukkig wel weer over. 

Rob Vereijken

Deel deze pagina