Hij woonde al een hele poos bij de Piushaven, maar nu het goed met hem ging, was hij ineens niet meer welkom. Als hij niet goed oplet, dan wordt hij gewoon op klaarlichte dag vermoord. De bruine rat is zijn leven in onze stad niet meer zeker.

Stadsrat (foto: Henk Kuiper)Stadsrat (foto: Henk Kuiper)

Zo’n 300 jaar geleden heeft de bruine rat vanuit Oost-Azië Nederland bereikt. Hij deed dit op eigen kracht en met hulp van de mens. De rat liftte mee op boten en in andere vervoersmiddelen en daarmee schoot de reis natuurlijk lekker op.  In en rond de Piushaven wonen ze al vele jaren. Nu zitten er zo veel dat woonboten en de Stadstuinderij tientallen ratten op bezoek krijgen. Op die laatste plek vingen ze de laatste drie maanden zestig bruine ratten. Ze zijn veel groter dan een huismuis, want een volwassen mannetje kan met lichaam en staart wel een halve meter lang worden. De staart is altijd korter dan het lichaam; bij een zwarte rat is die juist langer. Uitgezonderd de mensen die tamme ratten houden, vindt verder bijna iedereen ratten maar vieze beesten. En ze hebben nog wel van die donkere oogjes en snoezige snuitjes met snorharen.

Heb je een paar ratten, dan heb je er zo een heleboel. Een bevrucht vrouwtje werpt na iets meer dan drie weken haar jongen. Na anderhalve maand kan ze opnieuw bevrucht worden, zelfs als haar eerder geboren kroost nog moedermelk krijgt. Met gemiddeld zeven jongen per worp kan zij dus tientallen jongen grootbrengen. Na vier maanden zijn die ook geslachtsrijp en het is wel duidelijk dat het dan een gezellige boel wordt. Een uitgebreide kolonie bestaat wel uit 200 ratten.

Terwijl de zwarte rat vrijwel alleen binnen woont in boerderijen en schuren, heeft de bruine rat ook buiten levende groepen. In de nabijheid van water maken ze een heel gangenstelsel. Een gang kan 50 meter lang zijn. Het is een hele rattenstad. Er zijn voorraadkamers met verzameld voedsel, diverse woonruimten en korte doodlopende gangen om in te schuilen. Een bruine rat wordt meestal niet veel ouder dan een jaar, maar de ondergrondse woning blijft jarenlang in gebruik. Er worden voldoende nakomelingen geboren om het huis bewoond te houden.

Ratten hebben ook vijanden. Naast de mens zijn dat vaak vossen, marters en reigers. Je moet dus voorzichtig zijn als je de gangen verlaat. Eerst gaat een verkenner naar buiten, die staand op zijn achterste poten goed in het rond snuffelt. Is er na twee minuten nog geen onraad opgemerkt, dan verlaat het dier en diverse volgers veilig het huis.

Voor de uitbreiding van de groep bruine ratten moet er natuurlijk wel voldoende eten zijn, zoals zaden, vruchten, groenten en gras. Verder lusten ze ook vlees, slakken, jonge vogeltjes en al het voedzaams dat wij mensen overal achterlaten. De Piushaven is meegegaan in de vooruitgang. Tot een paar jaar terug werd het gebied weinig door de mens bezocht en bewoond. Nu is er in deze natte omgeving heel wat te eten. We hebben zelfs een Stadstuinderij aangelegd om ons zelf te verwennen. Maar de bruine rat profiteert daar als cultuurvolger ook flink van.

Na een goed voortplantingsjaar zijn de rattengroepen flink gegroeid. Nu het najaar aanbreekt, gaan ze ook andere plekken doorzoeken. Zo zag een havenbewoner vorige week een stuk verrekijker met stroopwafel in een rat verdwijnen. Hij riep nog: “Ben je nou helemaal van de ratten besnuffeld?”. Maar de dieren zwommen gewoon op klaarlichte dag door de Piushaven, zonder zich ook maar iets van de menselijke ergernis aan te trekken. Als ze zo doorgaan, krijgt dit probleem vast nog wel een staartje.

Rob Vereijken

Deel deze pagina