De Kaaistoep is een onderdeel van het grondwaterbeschermingsgebied pal ten westen van de bebouwde kom van Tilburg (De Blaak, Bels Lijntje) en ten noorden van de A58. Het terrein is eigendom van TWM Gronden B.V. (voormalig Tilburgsche Waterleiding-Maatschappij). Het vroegere landbouwgebied en de terreinen met bos ten noorden ervan zijn vanaf 1994 in ontwikkeling als natuurgebied.

Natuurontwikkeling
In 1994 zijn er in de Kaaistoep 13 poelen gegraven en in 1998 het 1 hectare groot Prikven. In de winter van 2005/2006 is er een meander aangelegd in de Oude Leij, het stroompje dat het gebied in tweeën deelt. Dit gebeurde in samenwerking met het waterschap “De Brabantse Delta”.      
Vanuit het westen naar het oosten gaande wordt het gebied steeds lager en natter. Het meest westelijk gedeelte van de Kaaistoep bestaat uit droge schrale zandgrond met als begroeiing o.a. veel St. Janskruid, Jacobskruiskruid en Schapenzuring. Het meest oostelijke gedeelte (tegen het Bels Lijntje) is overwegend nat en heeft veel Riet en wilgenopslag. Aansluitend op de bestaande structuur zijn er in het hele terrein singels aangelegd met inheems hout en tevens is er veel onderhoud gepleegd aan de bestaande vegetatie. De graslanden worden elke twee á drie jaar in blokken gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd.

Beheer
Beheerder van het terrein is Jaap van Kemenade, die zijn eigen beleid uitvoert en tegelijkertijd goed naar onze wensen luistert.  Er is een vrijwilligersgroep die onderhoud in het terrein uitvoert onder leiding van Jan van Gameren, voormalig beheerder/toezichthouder.

Onderzoek van de KNNV
Sinds 1995 is de KNNV-afdeling Tilburg actief in het terrein, niet alleen de Kaaistoep maar ook de aangrenzende bos- en heidegebieden. Op verzoek van de TWM en in samenwerking met Natuurmuseum Brabant doen ongeveer 30 KNNV-leden onderzoek in het terrein naar de gevolgen van de ingrepen en naar de biodiversiteit. Vaak gebeurt dat via de werkgroepen van de afdeling. Er wordt gekeken naar zoogdieren (vleermuizen), vogels, vissen, reptielen en amfibieën, insecten (o.a. libellen, sprinkhanen en kakkerlakken, dagvlinders, macro-nachtvlinders, vliegen, vliesvleugeligen en kevers en sinds kort ook een aantal andere groepen zoals haften, wantsen, netvleugeligen, kokerjuffers, stofluizen en sluipwespen), gallen en bladmineerders, wilde planten, mossen, korstmossen en paddenstoelen. Al meer dan 10 jaar wordt er jaarlijks een verslag gemaakt van de bevindingen. Regelmatig wordt er in tijdschriften gepubliceerd over het onderzoek en het insectenonderzoek in het terrein heeft landelijke faam verworven.

Informatie
Wie meer wil weten of mee wil doen aan de activiteiten kan zich melden bij Paul van Wielink, coördinator van het KNNV-onderzoek in de Kaaistoep, of bij een van de werkgroepen van de KNNV-afdeling Tilburg. We zijn zeer geïnteresseerd in personen die mee willen doen met het onderzoek en hebben behoefte aan deskundigen op het terrein van slakken, korstmossen, waterbeestjes en micro-lepidotera.

Jaap van Kemenade
06-53941104
kaaistoep@tilburg.knnv.nl  

Deel deze pagina