Het verslag over het onderzoek in De Kaaistoep in 2011 - het 17e onderzoeksjaar – is in april 2012 gereed gekomen. In 1995 zijn enkele leden van de KNNV-afdeling Tilburg begonnen met onderzoek naar vaatplanten, mossen, paddenstoelen, korstmossen, vogels, amfibieën en reptielen, dagvlinders, macronachtvlinders en kevers. Dat onderzoek heeft zich in de loop van zeventien jaar verder uitgebreid. Steeds meer onderzoekers zijn erbij betrokken en dat heeft er toe geleid dat er inmiddels ongeveer 7200 soorten zijn vastgesteld; De Kaaistoep is het best onderzochte stukje Nederland.


Op 20 oktober 2011 is Chris Buter overleden. Hij was vanaf het allereerste begin in 1995 bij het onderzoek in De Kaaistoep betrokken. De eerste jaren bracht hij vooral enthousiast de mossenflora in kaart. Dat bleef hij later bijhouden, maar ook andere vraagstukken trokken zijn aandacht, zoals de taxonomische status van het vertakt haarmos. De inventarisaties van Chris hebben in de loop der jaren geleid tot een lijst van 119 soorten bladmossen, 36 levermossen en 3 hauwmossen. Zijn bijdragen aan het onderzoek in De Kaaistoep zijn onvervangbaar. We zullen hem missen. De grote collectie mossen in Natuurmuseum Brabant is aan hem te danken.


Zoals elk jaar zijn er ook in 2011 weer nieuwe groepen voor studie bijgekomen. Kees Margry heeft de weekdieren in kaart gebracht. Hoewel het terrein niet ideaal voor weekdieren is, zijn er toch 29 soorten slakken en vijf mossels waargenomen. 
Dit jaar is er ook voor het eerst aandacht voor mijten. Theo Peeters schrijft over een heel bijzonder fenomeen: een metselwesp die mijten op het lijf vervoert in speciaal daarvoor gebouwde kamers. Bij het zoeken naar waterinsecten met Laboulbeniales in de sloot van Nouwens, trof Danny Haelewaters in het najaar veel duikerwantsen aan, die met parasitaire mijtenlarven bezet waren. Waarschijnlijk zal er volgend jaarverslag meer aandacht aan mijten worden besteed, want materiaal uit De Kaaistoep verzameld op diverse insecten wordt opgestuurd naar diverse Poolse universiteiten.
Zowel Peter van Ruth als Bas van Gestel hebben zich in 2011 verdiept in de microflora en microfauna van het water in De Kaaistoep. En niet zonder resultaat: oogwieren, kiezelwieren, beerdiertjes, trilhaardiertjes, amoeben en nog veel meer klein spul is voor het eerst op naam gebracht.


Het aantal gastonderzoekers neemt gestaag toe. Dit jaar hebben Frank van Nunen en Oscar Vorst de mest van de Schotse Hooglanders professioneel onderzocht. Er werden een aantal nieuwe mestkeversoorten voor De Kaaistoep verzameld, maar Aphodius sordidus (waar ze voor kwamen) vonden ze niet. Eind oktober kwam Jan Cuppen een dag. Samen met Danny Haelewaters en Paul van Wielink ging hij op zoek naar waterkevers; drie poelen zijn zorgvuldig onderzocht.


Opnieuw is er een inventarisatie opgenomen van de Oude Leij. Het is van belang de soorten in de Oude Leij te blijven volgen en het waterschap de Brabantse Delta verleent hierbij haar medewerking. Het lijkt erop dat de bodembewonende vissen afnemen en ook zijn er dit jaar heel weinig slakken gezien. De oorzaak hiervan is waarschijnlijk de Californische rivierkreeft. Dit jaar is er een overzicht van alle onderzoeken die we in 2010 en 2011 naar deze exoot hebben uitgevoerd. De dichtheid van de Californische rivierkreeft in de Oude Leij ter hoogte van De Kaaistoep wordt geschat op 500 à 1000 per 100 meter van de beek. Een massale aanwezigheid die in zeven jaar geleidelijk is ontstaan!


Maar liefst drie groepen vogelaars zijn actief in de Kaaistoep. Ze onderzoeken de vogelstand met verschillende methoden. De vogelwerkgroep van de KNNV-afdeling Tilburg heeft vanaf 2002 vier tellingen uitgevoerd op een monitorroute, gelopen in Kaaistoep-west. Dodaars en Kleine karekiet nemen geleidelijk aanzienlijk toe. 2011 was een goed jaar voor de Grote bonte specht en opnieuw is de klapekster waargenomen. 
In 2011 zijn door de leden van het Vogelringstation bij de hut van Homberg 1773 vogels geringd, behorend tot 53 soorten. Speciale aandacht is besteed aan slaapvluchten en zo konden bij het riet van poel P2 maar liefst 703 boeren- en 132 oeverzwaluwen een ring worden omgelegd. De resultaten van het volgen van de rietgors in drie winterseizoenen levert interessante gegevens op. Bert de Kort heeft met mistnetten bij het moerasgedeelte van poel P2, ondanks het tamelijk slechte weer, 1238 vogels verdeeld over 42 soorten, een ring omgelegd. In het nest zijn nog eens 275 jonge vogels geringd, o.a. 47 bonte vliegenvangers. Dit jaar verzamelde hij het nestmateriaal van 25 vogels. Het wordt o.a. onderzocht op vlooien. Ook luisvliegen werden weer bemachtigd.


Het insectenonderzoek blijft landelijk de aandacht trekken en neemt nog steeds in omvang toe. Berend Aukema geeft een overzicht van de wantsen aangetroffen op het licht bij de hut van Homberg. Dat zijn nu 160 soorten. Het totaal aantal van De Kaaistoep bekende wantsen bedraagt nu 269. Peter Boer geeft in dit jaarverslag een overzicht van de mieren op licht. Inmiddels zijn ongeveer 20.000 mieren gevangen en gedetermineerd. Nergens in Nederland zijn ’s nachts zoveel vliegende mieren gevangen en gedetermineerd als in De Kaaistoep. Voor zover ons bekend zelfs niet in Europa. Dat levert unieke gegevens op.
Ad Mol en Tineke Cramer hebben tot op heden 172 soorten bladwespen in De Kaaistoep aangetroffen. Sommige soorten zijn door intensief speuren naar het vraatbeeld vastgesteld, andere vlogen simpel op het licht bij de hut van Homberg. 
In 2010 en 2011 hebben Jaap van Kemenade en Henk Spijkers allerlei insecten verzameld bij de “bijenhotels” aan de hut van Homberg. Theo Peeters heeft de angeldragers gedetermineerd en geeft een fraai overzicht van de onderlinge relaties. 
Voor de derde keer is in 2011 door Peter Krijnen een monitorroute met tel-transecten voor dagvlinders gelopen. Die route ligt in de westelijke Kaaistoep. Er zijn dit jaar 23 soorten dagvlinders waargenomen, waaronder een nieuwkomer die op de Rode Lijst staat: de Kleine parelmoervlinder. Helaas stopt Peter zijn werkzaamheden. In De Kaaistoep worden al vanaf 1996 door Henk Spijkers nachtvlinders geïnventariseerd. Inmiddels zijn ongeveer 95.000 exemplaren gedetermineerd. Ze behoren tot ongeveer 800 soorten.
In 2011 zijn 27 libellen waargenomen door Johan Heeffer. De Vroege glazenmaker, in 2010 nieuw voor het gebied, is er weer gesignaleerd.


De in 2008 door Peter van Ruth begonnen studie naar sieralgen is productief. Er kunnen 14 nieuwe soorten aan de lijst worden toegevoegd, zodat er nu 116 soorten bekend zijn uit de wateren van De Kaaistoep. Het totaal aantal inheemse vaatplanten in de terreinen van de TWM Gronden vanaf 1995 bedraagt nu 431 soorten, waaronder 21 van de Rode-Lijst. In 2011 is Draadrus gevonden. Peter van Ruth besteedt speciaal aandacht aan de ontwikkeling van vaatplanten in poelen en moerassige laagten. 
Steeds weer worden er nieuwe paddenstoelen door Luciën Rommelaars ontdekt, vooral heel kleine. In 2011 zijn er enkele specialisten in De Kaaistoep geweest. Geen wonder dat er weer 40 nieuwe soorten zijn gezien, waaronder enkele nieuw voor Nederland. Het totaal aantal soorten vanaf 1995 bedraagt nu 995. Ook Laboulbeniales (kleine parasitaire ascomyceten op insecten) trekken onze aandacht. Samen met de insectenwerkgroep zijn er weer nieuwe soorten gevonden en door Danny Haelewaters gedetermineerd. Het totaal in De Kaaistoep bedraagt nu 14, waarvan er 11 nieuw zijn voor Nederland.


In 2011 zijn acht artikelen gepubliceerd waarin materiaal van De Kaaistoep een rol speelt. Eind van het jaar verscheen Brabants Landschap met een overzichtartikel van onze activiteiten in De Kaaistoep. 


Uit dit Kaaistoep-verslag van 2011, het 17e onderzoeksjaar, blijkt dat het enthousiasme voor het onderzoek naar de flora en fauna onverminderd doorgaat.


Paul van Wielink
Coördinator onderzoek in De Kaaistoep
KNNV-afdeling Tilburg

 

Deel deze pagina