Iedere zomeravond werd je muzikaal welkom geheten. Ging je door de deur, dan zongen heel wat mannen je toe. Vanuit alle hoeken en gaten in de gang vulde het tsjirpende koor de hele hal. Als je zo’n dertig jaar geleden de krekelfamilies hoorde zingen, dan was het duidelijk dat je het natuurmuseum betrad.

In 1985 verhuisde het natuurmuseum van een oud fabriekspand achter de Tilburgse schouwburg naar de huidige locatie aan de Spoorlaan. Er was veel ruimte in het oude schoolgebouw en al snel werden aquaria en terraria gebouwd met Brabantse vissen en uitheemse salamanders en slangen. Het kruipend volk werd gevoerd met bakjes krekels. Ze waren een heerlijke hap voor hagedis en salamander, maar niet iedere krekel gaf zich spontaan gewonnen. Regelmatig ontsnapte er eentje. En je weet wat krekels doen als ze een exemplaar tegenkomen van de andere sekse: voortplanten. Afhankelijk van hoe goed gevoed het vrouwtje is, kan ze in haar leven tussen de 1000 en 2500 eieren leggen. Binnen de kortste keren hoorde je in het museum tientallen tsjirpende beestjes tijdens de avond en de nacht. Tilde je in de hal de vloerbedekking in de hoeken op, dan sprong in paniek een deel van de kolonie alle kanten uit. In de jaren 90 verdwenen de levende museumdieren. Het ging daarna ook snel achteruit met de krekels en langzamerhand verdwenen ze daar.

Huiskrekel foto©Dick Belgers

De bruingele huiskrekel is tussen de 1,5 en 2 centimeter lang. Hij heeft wat donkere plekken op de kop en het borststuk. De sprieten op de kop zijn bijna net zo lang als het lijf van de krekel. Voor het leggen van de eieren heeft het vrouwtje een slanke, gekromde legboor aan het achterlijf. Daarmee legt ze eieren eenvoudig in allerlei holten en kieren. Na ongeveer een half jaar zijn de jonge dieren volwassen en klaar voor een vruchtbaar leven.
Zeker als er veel voedsel is, kan de populatie snel groeien. Ze eten zowel plantaardige als dierlijke resten. In Nederland komen ze eigenlijk alleen binnenshuis voor. Ze houden van een warme omgeving, zoals in een bakkerij, keuken en ook in kassen. Zonder de mens is de huiskrekel in Tilburg reddeloos verloren. In onze opwarmende stad komt hij op heel veel plekken voor. Op warmere avonden hoor je ze tsjirpen, zoals o.a. bij heel wat flats, studentenhuizen, Station Universiteit en de AH-XL. Die hartverwarmende hoge zang maken de mannetjes als ze de vleugels over elkaar bewegen. Ze gaan daarbij vaak voor een holte zitten. Die werkt dan als een klankkast en het geluid draagt dan nog verder de nacht in. Het is de bedoeling dat een vrouw op straat hierdoor zo opgewonden raakt, dat ze mee wil werken aan een nieuwe generatie huiskrekels. Misschien heeft zij daar wel oren naar. Haar oren zitten overigens in haar voorpoten. Daarin zit een opening met een trommelvlies waarmee zij de mannelijke trillingen opvangt.

Mocht een plekje ongeschikt zijn, dan springen of vliegen ze gewoon naar een betere leefplaats. In mijn straat woonde enkele zomers geleden ook een huiskrekel. Die had nog geen vaste woon- en verblijfplaats. Iedere dag schoof hij weer een paar huizen op. Hij kroop telkens achter een ventilatierooster aan de straatkant en begon daar ’s avonds te tsjirpen.

Komende dagen neemt directeur Frans Ellenbroek afscheid van Natuurmuseum Brabant. Net nadat hij daar startte, is door zijn toedoen – vanuit de terraria - mogelijk de grootste populatie museumhuiskrekels in Tilburg ontstaan. Het kan zijn dat een groep nazaten daarvan in de late uurtjes hem nog een serenade komt brengen als dank voor het goede leven dat hun familie daar jaren lang heeft gehad.

Rob Vereijken

Deel deze pagina