maandag 3 december 2018

De afgelopen weken kreeg ik regelmatig het verzoek om eens te komen kijken. Ik dacht eerst dat er mogelijk wat bijzonders in een schoentje lag. Maar iedereen zei: het is een vreemdeling zeker, die waarschijnlijk verdwaald is en ineens in ons huis verschijnt. Men vroeg mij om zijn naam. Hij heette de bladpootrandwants.

Sommige mensen hadden het over een bruinachtige kever. Dat zette mij op het verkeerde been, want die binnensluiper was toch echt een ander soort insect, namelijk een wants. Als je op de rug van het beestje kijkt, zie je al snel met welke van de twee je te doen hebt. Een kever heeft normaal twee vleugels met daarboven twee schilden, die op de rug mooi tegen elkaar liggen. Een wants heeft ook twee dunne vleugels om te vliegen. Daar overheen liggen twee beschermende hardere vleugeldelen met een vliezige zachte top. Die vleugels liggen gekruist op de rug, waardoor een tekening met de typische driehoeken ontstaat, kenmerkend voor de wantsen. Wantsen zijn geen speeltjes; als je ze te hard of vervelend behandelt, sproeien ze stinkende chemische stoffen om belagers af te schrikken. Om te eten prikken ze hun lange steeksnuit in een plant of een dier. De meeste landwantsen zijn plantenzuigers. Ze steken hun lange dunne zuigbuis in bladeren, stengels of vruchten en komen zo aan hun voedingsstoffen. Er zitten ook rovers en parasieten onder de wantsen. Een van de beruchtste is de bedwants, die ’s nachts bloed komt zuigen als je lekker in een vakantiebed ligt te dromen.

In Nederland leven ruim 600 soorten wantsen, maar de bladpootrandwants hoorde daar tot voor kort niet bij. Hij leefde vooral in Noord-Amerika, waar hij de sappen uit de jonge kegels van dennen en sparren zuigt. De Amerikanen vonden het maar een vervelend beest, omdat hij in het najaar de huizen binnenkruipt om een plekje te zoeken om vorstvrij te overwinteren.
In 1999 bleken er ineens een paar beesten in Italië te zitten. Acht jaar laten kwamen ze bij ons de grens over en ieder jaar komen er meer en meer in Nederland. Dit jaar zijn er heel veel waarnemingen uit Tilburg en omstreken. In steden en dorpen worden ze veel meer gezien dan in het buitengebied.

Bladpootwandwants (foto©Rob Vereijken)

Deze wants heeft zichzelf over Europa verplaatst. De vrij grote dieren van zo’n 2 centimeter lengte kunnen heel goed vliegen. Drie weken terug had ik er een gevangen in een school in Den Bosch en voordat we het dier rustig konden bekijken, klapte hij zijn vleugels uit en vloog razendsnel weg door het lokaal. Dan valt ook zijn mooie tekening en kleur op. Onder de uitgeklapte roodbruine bovenvleugels verscheen zijn lijf met een mooi geel-zwart patroon. Herkennen van deze wants is niet zo moeilijk. Het is een randwants met langs het lichaam aan beide zijkanten een zwart-witte zebrapadrand. De poten hebben gedoornde achterdijen en kenmerkende platte en verbrede schenen. De verbreding lijkt wat op een blaadje, vandaar bladpootrandwants.

Toen de Sint in ons land kwam, bracht hij ook de kou mee. Deze wantsen moesten dus haast maken om zo snel mogelijk een schuilplek voor de winter te zoeken. Onze ideale huizen, garages en schuren kregen bezoek. De dieren zijn zeer beslist vreemdelingen, maar zeker niet verdwaald. Uw huis is zelfs speciaal uitverkoren voor een paar maanden winterslaap. Daarna gaan ze in het voorjaar uit eigen beweging gewoon weer naar buiten om zich voort te planten. Maak de rustende bladpootrandwantsen zeker niet dood. Je hele huis gaat door hun afweerstoffen stinken en dat kan toch niet de grootste verrassing zijn tijdens het heerlijk avondje van Sinterklaas.

Rob Vereijken

Deel deze pagina