Heerlijk zo’n herfstzonnetje. Lekker van de warmte genieten en ondertussen wat zoete sapjes opslurpen. De overrijpe vijgen aan mijn vijgenboom worden nu met regelmaat befladderd door de meest bonte vlinders die we in Nederland hebben. De atalanta spant de kroon en geniet met meerdere exemplaren van het fruit.

De atalanta heeft drie hoofdkleuren: rood, zwart en wit. Rood is de band over de voorvleugel en de achterrand van de achtervleugel. De rest van de vleugels is donker tot zwart met een paar witte vlekken op de voorvleugelpunt. Met uitgespreide vleugels zie je de mooie kleuren; klappen ze die naar boven tegen elkaar, dan zie je de grotendeels donkere onderkant en vallen ze veel minder op. De atalanta is een van de grotere Nederlandse vlinders; hij heeft een spanwijdte van zes centimeter. 

foto©Henk Kuiper

Op dit moment probeert de atalanta met zijn lange roltong zoveel mogelijk energiedrankjes te nuttigen. In fruit zitten veel suikers, dus op mijn vijgen, maar ook op rottende appels en peren, komen ze graag af. Al dat reservevoedsel is hard nodig, want de atalanta heeft nog een heel lange reis voor de boeg en al dat vliegen vreet energie. Zoals trekvogels hier de winter ontvluchten omdat er te weinig insecten zijn, zo maakt de atalanta als trekvlinder een herfstreis naar bloemrijke landen rond de Middellandse zee. De atalanta wil graag volgeladen vertrekken. Naast dat rottend fruit verzamelt hij ook nectar uit de bloemen van de vlinderstruik, distel of het koninginnekruid. Allemaal geurende laatbloeiers met voldoende voeding om de vlindermaag goed te vullen. 

Zo’n lange reis naar het zuiden is wel een heel risicovolle onderneming. Toch gaat het eigenlijk heel snel, want na 3 tot 4 weken zijn ze in hun winterverblijf aangekomen. Als de wind naar het zuiden waait, vliegen ze soms op grote hoogte met die luchtstroom mee en ook nog vaak gedurende de nacht. Dan val je niet zo op. Veilig aangekomen gaan de vlinders echt niet aan het strand liggen. Ze moeten aan de slag om zich voort te planten. De vlinders leggen eieren en sterven. De rupsen gaan wel een mooie toekomst tegemoet, want na het verpoppen zijn de kersverse nieuwe atalanta’s klaar voor de reis naar het noorden. Meestal arriveren ze hier weer in mei of juni. Ook in ons land moet er zo snel mogelijk een nieuwe generatie komen. De mannelijke vlinders houden er een territorium op na, met daarin een of twee plekken waar ze lekker rustig in het zonnetje kunnen zitten. Afhankelijk van de hoeveelheid eten, kan zo’n plek dagelijks veranderen. 

De aangekomen trekvlinders leven niet lang meer nadat ze hier eieren hebben gelegd op brandnetels. Deze eieren plakken ze een voor een op de bovenkant van de bladeren van de jonge planten. De geelgrijze tot donkere rupsen spinnen een kokertje van wat brandnetelblad. De rupsen zijn ook al nachtbrakers, want ze kruipen ’s nachts uit hun schuilplaats en vreten in het donker de gaten in de bladeren. 

Tussen eind juli en begin september zijn deze rupsen al volgroeid en verpopt. De uitgekomen nazomer-atalanta’s zoeken nu naar zoete waar, tot in de kleinste stadstuintjes toe. Als er maar wat nazomerbloeiers staan. 

Het zou kunnen dat er tegenwoordig ook volwassen atalanta’s in Nederland de winter doorkomen. Door de opwarming van de stad stijgt de kans dan ook dat hier vorstvrij overwinterd kan worden en dat een trip naar Benidorm of Marokko niet meer nodig is. De atalanta’s die dan heimwee krijgen, mogen best bij mij in de tuin bij de Zuid-Europese vijg herinneringen ophalen. Met een extra portie vruchtensap kunnen ze de pijn dan hopelijk wegspoelen. 

Rob Vereijken

Deel deze pagina