Een mooie herfstdag in Stadspark Oude Dijk. Op het gras zitten mensen te praten, bij het vijvertje hangen wat jongeren rond en een man laat zijn hond uit. Het hele park zit vol met verborgen relaties. Juist in het najaar worden die zichtbaarder.
 
In onze dynamische stad is het Stadspark een oase van rust. Er zijn maar weinig mensen die weten waar dit fraai stukje groen ligt en hoe ze in het park kunnen komen. Een deel van het park bestaat uit een ongeveer 100 jaar oude kloostertuin. In 1991 hebben de zusters van Liefde dit deel afgestaan, zodat het stadspark aangelegd kon worden.
De tuin is op bepaalde delen uitgegroeid tot een echt bos, dat je in de binnenstad nergens tegenkomt. Er staan grote bomen met daaronder veel blad en humus op de grond. Dat zorgt nu voor een bonte mengeling van allerlei soorten paddenstoelen, zoals de geschubde inktzwam, parelamaniet en honingzwam. Al deze zwammen hebben een hoed en een steel, maar de relatie met de omliggende natuur is bij elk van deze soorten zeer verschillend.
 
De bladeren dwarrelen in groten getale uit de bomen naar beneden. Als daar niets mee gebeurt, dan wordt het park een grote bladerhoop. Maar dat wordt voorkomen dankzij het verteringswerk van een enorm leger schimmels. Zij breken het blad af tot voedingsstoffen. De geschubde inktzwam is zo’n afbreker. Het hele jaar is hij actief in de bodem. Zijn witte schimmeldraden groeien in de grond en in natuurlijk afval.
 
Geschubde inktzwam (Loes van Gorp)Geschubde inktzwam (Loes van Gorp)
 
In het najaar steekt hij zijn kop boven de grond uit. Met grote kracht worden de paddenstoelen omhoog gedrukt. In het begin verschijnt een mooie ovale vorm, vol met grote, witte schubben. Het topje kan vuil zijn van de aarde die het heeft weggeduwd. Dat mooie geschubde hoedje gaat niet lang mee. Al snel begin de onderrand van de hoed wat donker te worden. Uiteindelijk lijkt heel de hoed op te lossen. De zwarte sporen en de resten van de paddenstoel hangen als slierten aan de top van de steel. Veel blijft er niet van over. 
De honingzwammen onder het lindelaantje achter de muur aan de Nieuwstraat, gaan langer mee. Zij hebben een andere relatie met de bomen in het park: soms leven ze van dood hout, maar vaak zijn het moordenaars. Ze dringen dan de boomwortels binnen en leven van de voedselrijke laag tussen de bast en het hout. Als de schors loslaat, zie je daaronder vaak dikke zwarte veters. Dat is een speciale vorm van de honingzwam, waarmee hij ook door de grond van boom tot boom kan groeien. Er zijn voorbeelden van plaatsen waar één honingzwam op deze manier kilometers bos heeft weten aan te tasten. 
 
Heel anders handelt de parelamaniet. Deze grote paddenstoel lijkt op een vliegenzwam. Hij is er ook familie van. Zijn hoed is lichtbruin en niet rood, maar er zitten wel van die kleine lichte mopjes op, zoals bij de stippen van de vliegenzwam. De parelamaniet maakt met zijn schimmeldraden verbindingen met de haarwortels van de bomen. Dat doet hij om een langdurige relatie met de boom aan te gaan. Tijdens het huwelijk ontvangt hij van de boom wat suikers en bouwstoffen, terwijl hijzelf water en mineralen aan de boom teruggeeft. Ze kunnen gewoon niet zonder elkaar.
 
En dit alles gebeurt zomaar in het centrum van Tilburg. Bezoek ook eens het Stadspark en droom lekker weg over het leven van de zusters of over de verborgen relaties van de paddenstoelen. Het mooie herfstverhaal kun je opschrijven met een vogelveer en met zelf verzamelde inkt uit de hoed van de aftakelende inktzwam.
 
Rob Vereijken

Deel deze pagina