Meneer en mevrouw komen heel rustig nabij. Zo’n prachtig stel zie je maar weinig in onze stad. Zo statig en rustig drijvend op het water. Ze gaan vooruit, maar je ziet ze maar amper bewegen. Net of er een elektrisch motortje in zit. Kom je te dicht in de buurt, dan kan het ze even te veel worden en halen ze agressief naar je uit. Op dit moment is het alleen nog genieten met het knobbelzwanenpaar in de Piushaven.

Knobbelzwanennest Piushaven (foto Rob Vereijken)Knobbelzwanennest Piushaven (foto Rob Vereijken)

Rijd je met de trein door het Nederlandse polderland, dan zie je bijna overal knobbelzwanen. Daardoor zijn we misschien vergeten dat ze pas sinds 1950 regelmatig in Nederland in het wild broedden. Er waren wel tamme zwanen die in vijvers in parken, op landgoederen en bij kastelen voor een sprookjesachtige uitstraling zorgden. Deze kregen contacten met wilde overwinteraars uit onder andere Scandinavië en Rusland. Het is nu eigenlijk niet meer vast te stellen of de knobbelzwanen die je ziet van wilde of tamme ouders afstammen. 

John La Haye, Piushavenkenner en al tientallen jaren wonend op zijn schip in de haven, herinnert zich nog heel goed de eerste zwaan die in de haven woonde. Het was eind jaren negentig en de vogel was alleen. Hij gaf de zwaan de naam Karin. Ze hebben het een paar jaar gezellig gehad samen. Ze was erg tam en kwam regelmatig bij hem eten. In de winter, als de haven was dichtgevroren, ging ze tijdelijk naar het open water van het riviertje de Reusel. Helaas kwam ze na een winter niet meer terug en is ze samen met enkele eenden vergiftigd teruggevonden. Een stervende zwaan is mooi als ballet, maar niet in de natuur.

Knobbelzwanen zijn enorme watervogels met een lengte van anderhalve meter. Bij het vliegen hebben de vleugels een breedte van twee en een halve meter. Bovenop de oranjerode snavel zit een zwarte knobbel. Ze hebben donkere poten met enorme zwemvliezen. Naast veel waterplanten eten ze ook gras. De waterpest in een waterplant die zich de laatste jaren enorm heeft uitgebreid in de Piushaven. De knobbelzwanen zijn daar verzot op. Misschien dat voor dat heerlijke onderwatermaal in de zomer van 2015 een paartje met drie jongen in de haven is neergestreken. Ze eten vooral zwemmend. Als de planten dieper groeien, dan duiken ze met kop en schouders voorover in het water, waarbij de poten en het kontje rechtovereind in het water staan. Dat zogenaamde ‘grondelen’ doen ook onze wilde eenden.

De jonge zwanen zijn lichtgrijs of bruingrijs en dus goed van de ouders te onderscheiden. Die jonkies krijgen op z’n vroegst in het najaar wat witte veren, maar meestal houden ze heel de winter hun ‘lelijke jonge eendjes’-kleur. De jongen zijn uit de haven vertrokken, maar de ouders blijven elkaar heel hun leven trouw en zijn ook de Piushaven trouw gebleven. Aan de zuidoever van de haven hebben ze samen een enorm nest gebouwd, waar het vrouwtje zit te broeden. Vanaf de steiger kun je het allemaal goed bekijken en van enige agressie is nog niets te merken. Het zal niet lang meer duren of de watertrappelende jongen gaan met vader en moeder de haven verkennen. Rondjes vliegen doen ze niet zo snel, want het kost veel te veel energie om het lichaam van 10 kilo in de lucht te krijgen. Daarvoor moet lopend over het water een hele startbaan worden afgelegd.

Wil je de rijke natuur in de Piushaven ook eens zelf beleven? Ga dan komende zondag 29 mei naar de  Natuurmarkt aan de Havendijk. Dobberend in een roeiboot, voel je je vast als een zwaan op het water. 

Rob Vereijken

Deel deze pagina