Er vloog heel wat moois rond met het warme weer van afgelopen weken. En dan bedoel ik niet de ooievaars die je vrijwel dagelijks over onze stad ziet vliegen of een fraaie libel bij de vijver. Ik denk aan die prachtig groenglanzende vliegen die meeprofiteerden van de hoge temperatuur. 

Zo’n vlieg is meestal een groene vleesvlieg. Het volwassen beestje is zo rond een centimeter groot, heeft grote bruinrode ogen en eet helemaal geen vlees. Ze zitten vaak op bloemen, waar ze zich met stuifmeel en nectar voeden. De vrouwtjes gaan ook op zoek naar dode dieren, mest, vlees- of visafval. Zij kunnen rottend vlees zelfs op een kilometer afstand ruiken. Een geurende groencontainer is dus een ideale plek om eens rond te neuzen en misschien ook wat vleessappen met je zuigslurfje op te zuigen. Maar verder doet de vlieg zelf niets met die dierlijke resten. Als het vrouwtje bedorven vlees vindt, legt ze er meteen tientallen tot wel een paar honderd eieren op. En nu gaat de warmte de vliegen helpen, want bij hogere temperaturen bederft het vlees natuurlijk eerder en uit de eitjes komt al na één dag een made. Die knabbelt niet aan het vlees, maar brengt spijsverteringssappen op het eten. Het vlees wordt daardoor vloeibaar en de larf zuigt het op.  

De larven groeien ontzettend snel in de container. Na een week kun je al een krioelende hoop ontdekken. Een paar dagen later zijn de vliegenlarven volgroeid. Ze willen zich gaan verpoppen; niet in die vochtige container, maar in de omgeving in de grond. Om daar te komen, moet je wel die benauwde ruimte verlaten. De witachtige maden gaan dan wandelen, huppelen ineens over heel de binnenwand van de container en proberen onder het deksel door te ontsnappen. De aanblik van deze volksverhuizing doet menig mens kokhalzen. Hebben ze de grond bereikt, dan veranderen de maden in een bruine langwerpige pop. Daar komt na anderhalve week weer een mooie vleesvlieg uit. In de periode tussen het legen van de groencontainer kan de vleesvlieg zich dus mooi voortplanten.

Vleesvlieg (foto: Saxfraga-Ab H Baas)

Als ik als jonge jongen dode vogels in de natuur vond, nam ik poten, koppen en veren als buit mee naar huis. Van een Jan-van-gent, een grote zeevogel, op het strand in Zeeland, ging een vleugel mee naar huis. Die legde ik mooi uitgespreid onder mijn bed. Toen ik na een tijdje keek hoe het met de vleugel stond, vielen er diverse vliegenmaden onderuit. Ik had niets gemerkt van een vliegenplaag, maar dat is ook niet nodig omdat één vrouwtje al voor een massa maden kan zorgen.

De larven aten mooi het vlees van de vleugelbotjes af. Ligt er ergens een kadaver, dan zijn de groene vleesvliegen er razendsnel bij. Ook slecht verzorgde of zieke huisdieren, bijvoorbeeld konijnen of schapen met een vuile vacht en soms nog poep rond de anus, worden bezocht door de vliegen. De maden eten daar lekker van de huid of in de wond bij het dier. Steriele larven van de vleesvliegen worden zelfs gebruikt om onoverzichtelijke wonden te reinigen. Het afstervende weefsel wordt door de larven heerlijk weggegeten. Mens blij en vlieg blij, wat wil je nog meer. 

Ondertussen wordt in Dongen de tropische Zwarte soldatenvlieg gekweekt. De larven bevatten veel eiwitten en worden verwerkt in diervoeding. Steeds meer insecten worden voor de consumptie van de mens gekweekt. Misschien is uw eigen groencontainer ook om te bouwen tot madenkwekerij. Zij ruimen het afval voor je op en je voorziet in je eigen vleesproductie. Neem voor de kweek wel die mooie groene bromvliegjes, wat dat zijn de echte vleesvliegen. 

Rob Vereijken

Deel deze pagina