Honderden renners liepen zich het afgelopen weekend lekker warm tijdens de eerste Tilburgse marathon. Ondertussen vertrapten zij ongewild vrijwel alles wat tussen de trottoirtegels en straatstenen groeit. De meeste planten geven het al snel op als er enkele malen een grote voet boven op wordt gezet. De grote weegbree is taaier. Stadsnatuurkenner Henk Kuiper schreef daar al eerder over: ‘Al vertrapt men mij keer op keer, ik kom boven telkens weer’. 

De grote weegbree is een tredplant, wat betekent dat hij goed tegen betreding kan. Hij vindt het natuurlijk niet prettig als er over hem heen gelopen wordt, maar door zijn platte vorm wordt hij niet eenvoudig vertrapt. Dat gebeurt wel met de meeste hoger opgroeiende planten om hem heen. 

De plant is door de westerse mens over grote delen van de wereld verspreid. Met hun dieren, kleren en schoenen verspreidden ze de zaden langs wegen en paden. De grote weegbree heeft kleine zaadjes, maar als de wand daarvan vochtig wordt, vormt deze aan de buitenkant een slijmlaag. Zij plakken dan gemakkelijk overal aan vast en de sporen van de mens worden daarna in het vrije veld al snel duidelijk. Als de Indianen grote weegbree tegenkwamen, dan was het voor hen duidelijk dat de bleekgezichten daar regelmatig vertoefden.

Grote weegbree © Henk KuiperGrote weegbree ©Henk Kuiper

Die zaadjes worden in de bloemen gevormd. Bij de grote weegbree zijn dat geen fleurige bloemen, omdat het stuifmeel toch vooral door de wind wordt overgebracht. Vanuit de bladrozet schieten lange staartachtige bloemaren recht omhoog. Zo’n aar kan wel 20 centimeter lang worden en zit vol met kleine bloempjes. Ieder bloempje heeft geslachtsorganen van beide geslachten, maar de vrouwelijke stempels steken al naar buiten voordat de meeldraden rijp zijn.
Na de bloei verandert ieder bloempje in een eivormig doosje, dat in het begin is afgesloten met een dekseltje. De tien zaadjes kunnen er pas uit als ze rijp zijn. De tientallen bloempjes maken samen dus honderden zaadjes. Vogels vinden die lekker, maar ze eten natuurlijk nooit alles op. In voegen tussen de straatstenen en in randjes tussen het trottoir en het huis vallen ze toch in goede aarde.
De grote weegbree is echt een cultuurvolger; als de mens ergens actief is, lift deze plant met hem mee. In onze stad groeit hij meestal op verdichte bodems, bijvoorbeeld het strookje kale grond of gazon op de eerste twintig centimeter vanaf de stoeprand. 

De brede, vrij stevige bladeren van de grote weegbree groeien vanuit één punt in een rozet plat op de grond. In deze bladeren kun je de nerven goed zien zitten. Als je een blad met beide handen tussen duim en wijsvinger klemt, dan kun je voorzichtig het blad in tweeën trekken. Het losgetrokken deel zit dan alleen nog met de nerven aan de rest vast. Vroeger liet men huwbare meisjes dit trucje uitvoeren en aan het aantal zichtbare verbindingsnerven kon je zien hoeveel kinderen ze zouden krijgen. Meestal waren dat er zeven; een mooie vruchtbare toekomst.

De bladeren worden ook medicinaal gebruikt. Het stopt bloedingen in het lichaam en herstelt huidwonden. Veel kinderen weten dit: als je brandblaren hebt van een brandnetel dan moet je er met een gekneusd weegbreeblad overheen wrijven. Dat verzacht en heelt de huid.
Nu groeien brandnetels meestal niet direct langs de straten, dus de marathonlopers zullen onderweg de bladeren vast niet nodig gehad hebben.

Afgelopen zondag had het net voor het vertrek van de marathon geregend. Een heerlijk begin voor de lopers en de grote weegbree. De verspreiding kon beginnen. Er waren weinig bleekgezichten, wel rode heethoofden die door al dat druipende zweet heel wat plantenzaadjes aan zich konden binden. En dat verdient een medaille. 

Rob Vereijken

Deel deze pagina