Doe je zo je best om in het voorjaar eens flink uit te pakken, en dan zien ze er nog niets van. En in het najaar mopperen ze als je het voortplantingsresultaat tokkend naar beneden op de auto’s laat vallen. Een eik is een superboom die helaas niet altijd de volle waardering krijgt. 

In de stad Tilburg kom je de zomereik volop als laanboom tegen, zoals langs de Wandelboslaan of de Goirleseweg. Mooi uitgroeien doen ze in het Cobbenhagenpark. De eikenbomen hangen nu vol met de bekende eikels. Wie maakte er vroeger geen beestje van een paardenkastanje met een eikel en wat lucifers. Maar hoe zien de eikenbloemen er eigenlijk uit? Ook natuurliefhebbers kunnen zich vaak weinig voorstellen bij de bloemen van eik, beuk en tamme kastanje. De eik en de beuk bloeien tegelijkertijd met het uitlopen van de bladeren. Zo’n boom heeft dan twee soorten bloemen: vrouwelijke met daarin een stamper en hangende mannelijke katjes.

De kleine vrouwelijke eikenbloemen zitten in de bladoksels op de takjes. Onder die bloemen zit een napje, dat na de bevruchting uitgroeit tot het hoedje van de eikel. De langwerpige ronde eikel is de vrucht. Dit jaar is een zeer goed eikeljaar. Een honderdjarige eik draagt nu wel 40 kilo eikels. Voer voor de zwijnen, maar in de stad weten houtduiven, gaaien, eksters en kauwen er wel raad mee. De duif slikt de eikel in één keer door, terwijl kauwen de schil van de eikel kapot hakken waarna ze de inhoud opeten. Gaaien leggen ook voorraden aan waar ze in de winter op terug kunnen vallen. Heel wat eikels vliegen in de vogelbekken naar rustige plekken in de stad. 

Zomereiken zijn voor insecten helemaal een paradijs. Op de zomereik en wintereik zijn bij een onderzoek 423 soorten insecten en mijten gevonden. De wilg behaalde met 450 soorten de eerste plaats bij deze insectentelling, maar daarbij werd wel gekeken naar vijf verschillende wilgensoorten. De berk werd derde met 334 specifieke bewoners. De winnaars zijn allemaal planten die al lang in Nederland voorkomen. Daardoor hebben ze een enorme groep dierlijke fans gekregen. Als je dat vergelijkt met de 12 soorten op de uitheemse Amerikaanse eik, dan snap je wel dat onze eigen inheemse bomen met hun uitgebreide dierentuin echt bijdragen aan de biodiversiteit in onze stad. 

Knoppergal (foto©Henk Kuiper)

De eik heeft wel 40 verschillende galverwekkers, zoals die van de bekende ronde galappel op het blad. Maar er zijn ook gallen die uit de knoppen en bloeikatjes groeien. Rode schijfjes, aardappeltjes, ananassen en satijnen knoopjes zijn maar enkele van de vreemde vormen die door galwespen worden veroorzaakt. Zo’n wespje legt een eitje met daarbij een stof die de plant aanzet om vreemde vergroeiingen te maken, waarin de wespenlarve leeft. Nu er zoveel eikels zijn, heeft de knoppergalwesp niets te klagen. Dit beestje legt een eitje op de grens tussen de eikel en het hoedje. De eikel vervormt op die plek tot een groene kleverige uitstulping. Later wordt die bruin en in de herfst vallen de eikels naar beneden op de grond. In maart kruipen daar de kleine galwespen pas uit.    

Heel wat harde knoppergallen liggen nu op de grond te wachten. De eikelregen gaat nog even door, gevolgd door het afvallen van het gelobde blad met daarop weer andere gallen. Een eikenboom met zijn levende rijkdom kan meer dan duidend jaar oud worden. Misschien is het door dit wonder dat Maria zich zo vaak bij deze boom heeft laten zien. Grote kans dat zij ook wel eens wat eikels heeft geraapt en geplant om er voor te zorgen dat we de Heilige eiken in ons midden behouden. 

Rob Vereijken

Deel deze pagina