Inventariseren bij een natuurboer in Langeveen.

14 april 2012

“Er is meer tussen hemel en aarde” vertelde boer Jan, toen hem werd gevraagd waarom hij een Natuurboer was geworden. 

Boer Jan combineert natuur en bedrijf op 60 hectare grasland en 100 hectare woeste grond en hoogveen. Zijn runderen zijn blaarkoppen, een Oud Hollands ras, winterhard en met schraal voedsel tevreden. Hun kalfjes stonden deels op stal, deels in hokken om het erf. In de stal was de mest zojuist op een hoop in de hoek geschoven en er was geen indrukwekkende ammoniak geur.

Zaterdag werd er door zes KNNVers alles wat leeft, fluit, bloeit en groeit en huppelt, benoemd en geïnventariseerd. Er waren deskundige bij en mensen die deskundig willen worden, ook boer Jan liep mee, want hij “kon er altijd wat van leren.”

Henri bleef zo nu en dan achter om even rustig naar de vogels te luisteren en inventariseerde alles wat vloog en liep. Karel werd regelmatig bij piepkleine witte bloemetjes gevraagd om zijn oordeel te geven. Annie spotte vlinders en vertelde dat het klein geaderd witje haar eitjes in grassen afzet. En Wil wees ons op het geel eierdooier mos (een korstmos) op beton bij de stallen.

Wij kropen over en onder het prikkeldraad, staken het weiland over en we volgden boer Jan de Engbertsdijksvenen in. Dit laatste gebied was een extraatje en daar hielden we op met inventariseren en genoten alleen maar. 

We luisterden naar de enthousiaste uitleg van boer Jan, ontmoetten de blaarkoppen en Annie mag terug als de voerakker bloeit en de vlinders foerageren. We hebben overigens nu ook al vier soorten vlinders gespot. (klein koolwitje, , klein geaderd witje, Bonte zandoogje en de kleine Vos).

Er was een boeiende greppel, waar veel mossen groeiden, die we nog niet allemaal konden benoemen, maar er was in ieder geval IJslandsmos.

We zagen hazen door het weiland spurten, hoorde de veldleeuwerik hoog in de lucht en in het veen hoorden en zagen we kraanvogels!

Het natuurboeren kwamen we tegen in de diversiteit van de grassen en planten in het weiland dat minder bemest wordt, de slootkanten, waarvan het maaisel, vermengd wordt met de mest. Maar ook door de vele muizengaten in het weiland was zichtbaar dat er voldoende zaden zijn in het weiland om daar muizengezinnen te stichten.

Er zijn veel vogels gespot, boer Jan doet er het nodige aan om ze een goede omgeving te geven, op en om zijn erf heeft hij veel bomen en struiken geplant en er zijn zwaluwnesten tegen de dakrand, wat mij een vakantiegevoel gaf en aan het eind van zijn grond, dicht bij het veen is een voerakker aangelegd.

Het was een boeiende wandeling en de volgende keer (zaterdag 21 april) loop ik graag weer mee met de deskundigen, Nel Windt

Jan Broenink

Deel deze pagina