Verslag Excursie Biodiversiteit 19 april 2011

Aanwezig: Liesbeth Fokker, Pieter Linck, Francine van Rossum, Nel Windt (KNNV) Ben Timmerman, Jan Overesch, Rik Overesch, Heico Blekkenhorst, Dhr Kuijer, Henk Kloen (excursieleider), Rita Joldersma (verslag)

Afmelding: Karin Godeschalk,Wim Bovendeert, Ans Schoorlemmer, Berrie Klein Swormink, Annette Brunninkhuis, Marion Plagge, Joost van Dam

Locatie

We zijn te gast bij Maatschap Fokker aan de Janmansweg in Den Ham. Het is een boerderij in pacht van Natuurmonumenten, met een mooi oud Sallands erf en oude houtwallen. Rond het erf zijn weiden met mooie houtwallen. Er loopt verderop een smal beekje (Bevert) door het land. In 2 weilanden zijn poelen, aangelegd en onderhouden door Natuurmonumenten. Afgelopen jaar zijn deze geschoond en de oevers zijn gemaaid, waarbij 1 rietkraag is gespaard. Al rondlopend zien we veel meer dan de indicatorsoorten zoals aangegeven op de monitoringsformulieren. De monitoringssoorten staan cursief vermeld in dit verslag.

Houtwallen en weilanden

In de houtwallen zien we overwegend eiken als grote oude bomen, daaronder een variatie aan struiken met o.a. een krentenboompje, de gewone vogelkers, de gewone vlier en de lijsterbes. Ook zien we de trosvlier met gelige bolvormige bloeiwijze: deze ruikt naar de gewone vlier, maar de rode bessen zijn zwak giftig en dus niet om te eten.

In de avondschemering zijn er veel vleermuizen, er zijn ook speciale vleermuizenkasten aangebracht door een lokale werkgroep.

Van de indicatorsoorten voor Struweel en houtwal (zie lijst) zien we de klimop en de wilde kamperfoelie. De klimop is typisch een soort voor de oudere houtwallen. Deze soort heeft veel functies: een broedplek voor vogels, goed voor insecten door de late bloei en ook voor vogels door de bessen aan het eind van het jaar. De bloemen van de kamperfoelie gaan op zomeravonden open en trekken dan nachtvlinders aan.

De rankende helmbloem met witte bloemen duidt erop dat het hier een wat drogere plek is bij de houtwallen. De voorjaarshelmbloem onderscheidt zich door de rankende helmbloem door de paarse bloemen. Ook de schapezuring die we zien wijst op een wat droge schrale grond.

We horen de geelgors, met een kort riedeltje dat ook te horen is in de 5e symfonie van Beethoven.

Poelen

Bij de poelen zien we de kale jonker en de moerasspirea. Ook zien we de paardenstaart lidrus: de holle stengel bestaat uit verschillende ‘kokertjes’ die in elkaar passen, net als tentstokken. De heermoes is ook uit de paardenstaart familie en werd vroeger veel gebruikt, o.a. tegen ouderdomskwalen. Verder zien we nog de vossenstaart en de gewone akkerdistel (waarvan je er niet teveel in je perceel wil).

Weilanden

We zien de fazant in het weiland dichtbij het erf lopen. In de weilanden is er veel paardebloem en ook de pinksterbloem. De indicatorsoort pinksterbloem houdt van vochtige grond en trekt veel oranjetipjes aan. Ook zien we de kleine veldkers, een klein zusje van de pinksterbloem die verwant is aan de sterrenkers. De kleine veldkers is een eetbare plant, lekker in een salade. We zien ook de kruipende boterbloem, die houdt van nattigheid en wijst dus op vochtige gronden. Ook het aanwezige penningkruid, waarvan de bladeren op penningen of munten lijken, is een soort die houdt van vochtige grond. En er is veel speenkruid: de naam is te danken aan de wortels die lijken op spenen.

Erf

We zien de witte kwikstaart en de boerenzwaluw. Volgens Liesbeth zijn ook de kerkuil en roodborsttapuit aanwezig. De witte kwikstaart komt af op de vliegjes die je vindt op een melkveebedrijf. Aan planten zien we o.a. de hondsdraf, de paarse dovenetel en duizendblad. Op het dak van het voormalige bakhuisje zien we korstmossen, o.a. de oranje steenkorstmos. De oranje steenkorstmos gedijt op ammoniak, je kunt er veel zien bij bv varkenshouderijen in het zuiden van het land.

Overig

Henk heeft nog wat planten meegenomen uit zijn eigen wilde tuin: - De wilde bosanemoon, een indicatorplant voor struweel en houtwal.

-

- -

De stinkende gouwe, een indicatorplant voor struweel en houtwal. Wordt wel gebruikt tegen wratten. Look zonder look: het blad ruikt naar uien, en trekt ook het oranjetipje aan. Daslook, een in het wild beschermde plant.

Vervolg monitoring

• Henk zal attenderingsmails sturen als bepaalde soorten te signaleren zijn. Voor het invullen van de monitoringlijsten is het voldoende om dit 1 x/jr te doen, maar aangezien de soorten niet allemaal tegelijk bloeien is het wel zaak regelmatig te kijken.

• In juni zal een stagiaire van CLM hulp bieden bij de monitoring. • Dhr Kuijer uit Raalte wil wel helpen met de monitoring op het bedrijf van Jan Overesch. Het is

aansprekend om dan met een groepje boeren te gaan kijken, Jan Overesch en Dhr. Kuijer

zullen dit samen oppakken. • Francien van Rossum zal een impressie van deze excursie schrijven voor het KNNV nieuws. • Op 31 mei is er ’s avonds een slootexcursie voor alle deelnemers van Echt Overijssel. Henk zal

iedereen hierover berichten.

 

Deel deze pagina