“Ik koester mijn flora en fauna want alles heeft een doel” 

hiermee is de filosofie van natuurboer Jan Broenink goed verwoord. 

Vanuit deze filosofie combineert hij natuur en bedrijf op 60 hectare grasland en 100 hectare woeste grond en hoogveen. Op het grasland graast het oud-hollandse ras blaarkop, op de woeste gronden grazen de blaarkop ossen en in de stallen een varkenshouderij (met ster van de dierenbescherming).

Ik was om 11 uur in Langeveen, daar waar de wereld ophoud en de overgrootvader van Jan Broenink zijn plaggenhut bouwde en omdat hij die zelfde avond nog rook uit de schoorsteen kreeg, mocht hij er volgens oude tradities blijven wonen.

Jammer genoeg was ik helemaal alleen om de woeste gronden en zijn weiland met sloten en uitgezaaid wilde bloemenperceel te bewonderen en de filosofie achter zijn bedrijf met een gedrevenheid en groot enthousiasme uitgelegd te krijgen.

Eerst liepen we over het grasland met zo op het eerste gezicht al veel soorten planten, maar dan nog meer soorten langs en in de sloten, deels in eigen beheer en deels in beheer van het waterschap. Het waterschap gooit de resten planten uit de sloot langs de kant, waardoor de kanten te veel compost krijgen. Jan als natuurbeheerder, haalt dat weer op en mengt het slootafval met het zaagsel dat uit de varkensstallen komt. Hierdoor worden de slootkanten schraler en ontstaat er meer diversiteit in soorten bloemen.

Natuurlijk kende ik lang niet alle soorten, maar de volgende namen kwamen langs: groot waterweegbree, kattestaart, scherpe boterbloem, gele lis, vlasleeuwenbek, schapenzuring, grote egelskop, melkeppe, overgewaaid uit het veengebied, een varen, kropaar enz. Op het water liepen torretjes en schrijvertjes, boven het water vlogen libellen en om de koppen van de koeien vloog de witte kwikstaart. Ook wees Jan mij een valkje dat stond te bidden boven het weiland, op een reeën-spoor door het gras en op een haas die vlak voor onze voeten wegspurte.

Aan het eind van het grasland kwamen we bij een groot perceel ingezaaide wilde planten die veel zaad vormen, voor de vogels in de winter. Nu waren er, ondanks de wind, vlinders. Normaal zijn er in het grasland ook kraanvogels, maar die hebben we niet gezien, wel ging onze wandeling verder langs een groep blaarkop ossen de Engbertsdijkvenen in.

Jan Broenink “las” het landschap en vertelde over het gebied waar langzaam de groei van hoogveen terugkomt en waar in de uitwerpselen van de ossen wordt gegraven door dassen om de mestkevers te verschalken. Het was een geweldige ochtend waar ik drie uur over het gebied mocht zwerven, in de voetsporen van zijn beheerder anders zak je in het moeras weg….

Er is een herkansing voor liefhebbers op dinsdag 13 september, want ik hoop niet dat jullie denken dat ik in mijn eentje heb kunnen inventariseren. Vlinders en libellen al helemaal niet en die waren er wel. Alleen de woeste gronden kan dan uiteraard niet omdat de tijd ons dan ontbreekt, boer Jan heeft al wel aangeboden om nog een keer op een zaterdag ons rond te leiden……..

koeien natuurboer

 

 

Deel deze pagina