dinsdag 10 november 2020

Ik zal me even voorstellen: Paul Raadschelders is de naam.

Ik heb nog maar een korte geschiedenis binnen de KNNV. Sommigen kennen mij: ik heb vorig jaar samen met Renee het weekend in Krikkenhaar georganiseerd. Mooie herinneringen heb ik aan de weekenden naar het Zwin (2018) en Lauwersmeer (2019).

Verder heb ik een paar keer met de plantenwerkgroep geïnventariseerd. Mijn kennis van inheemse planten is heel beperkt. Op school leerde je vroeger eigenlijk niets (de enige keer dat we het bos in zouden gaan ging niet door: de leraar vond ons vlak voor vertrek te onrustig). Pas toen ik veel later op de Warmonderhof zat (nog in Thedingsweert) leerde ik een beuk van een eik onderscheiden. Ben toen ook op de fiets naar de Drentse Aa gegaan en heb daar in de weilanden langs de beek naar planten gezocht. Kale jonker kan ik me nog herinneren en -in de bosrand– muskuskruid. Hopelijk gaat het weekend volgend jaar alsnog door.

Later ben ik geïnfecteerd geraakt door het orchideeënvirus, met name van tropische orchideeën. Ik kweek thuis planten op de vensterbank en sinds mijn ontslag\pensionering werk ik 2 dagen in de week in de Botanische Tuinen in de Uithof. Daar verzorg ik de orchideeën in de kassen, maak foto’s en laat bezoekers ‘echte’ orchideeën zien en ook ruiken. Een pleurothallis-soort (met bloem van een cm): “Dat noem ik een orchidee”. “Is dat een orchidee? Wat cool”. Of een Lycaste aromatica: “eh…o ja, vanille!”.

Meest gestelde vraag: “Wat moet ik met die wortels doen (van zo’n phalaenopsis van de bouwmarkt)? Kan ik ze afknippen?”. In de tropische kas kun je zien hoe hij zich met lange wortels naar boven en naar beneden aan de stam vast klemt. Of iemand brengt een wat treurig geval mee: “Wat mankeert deze?”. Die is dan vaak niet meer te redden: “Gooi hem maar in de kliko en koop een nieuwe; dan is de kweker ook weer tevreden”.

Het leukst vind ik in de natuur rond te dwalen en naar orchideeën te zoeken. Ook als je er geen vindt is dat leuk: er valt altijd iets (anders) te zien. Onvergetelijk waren 2 reizen naar Ecuador met een klein clubje liefhebbers. Maar ook op vakanties minder ver weg kijk ik altijd rond naar orchideeën en ander mooi spul. Vraag me niet naar namen: tegenwoordig vergeet ik die meestal weer snel. Dichtbij huis valt ook te genieten. Ieder jaar fiets ik een paar keer naar Laagraven. Tot voor kort was daar een veldje met zo’n 6 soorten orchideeën. Daarvan is niets meer over: eerst geteisterd door neerslag van asbest, daarna definitief om zeep geholpen door bouwwerkzaamheden. Aan de andere kant van de weg is nog een mooi stukje over met Rietorchis en Bijenorchis (en laatst ook een enkele Grote keverorchis).

Kortom, ik hoop jullie vooral in het veld vaker te zien (corona volente).

Deel deze pagina