Excursie naar de  Faijersheide. 30 april 2016

De Faijersheide waar de K.N.N.V. afd. Vriezenveen voor geknokt heeft in 1957 om het te redden van de grootschalige ruilverkaveling en in 2009 voor nieuwe bedreigingen van een grote zandwinning aan de oostzijde. Hiervoor is een bufferzone gecreëerd. Na een vrij turbulente week van veel regen, sneeuw, hagel en onweer en al langere tijd van te koude temperaturen, was het vandaag prima excursie weer. Een aardig zonnetje en temp. oplopend tot ca. 10 ºC en niet veel wind. ’s Maandags ervoor hadden we nog zo iets als van: “dat wordt niet wat”, we voorzien weinig deelnemers en er is nog weinig te zien! We moeten er maar een gebied bij pakken, alleen aan de Faijersheide hebben we niet genoeg! Echter we waren vanmorgen met 15 volwassenen en 3 kinderen. En we hebben genoeg kunnen zien en horen. Mede dank zij Robert Brunink en Herman Stevens, die ieder op hun gebied veel konden vertellen en zaken onder de aandacht konden brengen over en van de Faijersheide. Hierdoor werd het een boeiende en leerzame excursie en kregen we de tijd hier helemaal vol. Als de excursie één à anderhalve maand later was gepland hadden we er wel een dag kunnen rondlopen. Zo bijzonder en gevarieerd is de Faijersheide nog steeds.

Blijkens een verslag uit de Tubantia van 10 juni 1929, stonden er in een “wild weitje” een zee van purperen orchissen. Harlekijns orchis (orchis morio). Die en nog een aantal andere orchideeën en andere kritische soorten zijn nu verdwenen, maar nog steeds herbergt de Faijersheide een bijzondere flora die door veler inspanning geprobeerd word te behouden. Het aanbod van bloeiende planten was nog niet erg groot, maar mooi was o.a. Waterviolier, (toch nog wat kwel), Pinksterbloem en Stekelbrem. Verder een aantal rozetten van Vetblad en op sommige plekken massaal kale Jonker. Deze laatste ook op het nieuwe deel van de bufferzone. Dat schept verwachtingen! Verder nog bloeiend; paarse Dovenetel, kruipend Zenegroen, Paardenbloem, een Ereprijs spec., scherpe Boterbloem, Hondsdraf en ook de Gagel (ruikt zo lekker). Het zijn maar alledaagse plantjes, maar mooi!!!  De plek met Dalkruid lijkt zich wat uit te breiden. Een deel dat 2 jaar geleden is geplagd, is nu bezaaid met jonge struikheide. Ook dit geeft de florist moed. De Faijersheide heeft nog steeds potentie als er goed wordt beheerd. Uiteindelijk is het wel (oud/historisch) cultuurland. Hier is niet meer zoveel van en dat moeten we koesteren.

Op het gebied van vogels hadden we Robert Brunink “ingehuurd”. Met zijn uitzonderlijk goed gehoor en kennis hadden we deze morgen toch nog 25 soorten. In de 2 kasten die we hier hebben geplaatst zitten  Torenvalken te broeden (maandag 1x6 eieren en 1x 5 eieren). We zagen mannetje cq. vrouwtje met het kopje boven de nestrand uitsteken. We hielde gepaste afstand. Jaarlijks zitten hier zo’n 35 soorten broedvogels waarvan we er vanmorgen 17 hebben gezien. Soorten als Grutto, Kievit, Tureluur (1x gehoord), Scholekster, blauwe Reiger, gele en witte Kwikstaart, Gierzwaluw en boerenzwaluw hebben we ook gezien maar die broeden niet in de Faijersheide. Gezien en die er wel broeden o..a.; Tjiftjaf en Fitis, Winterkoning, Roodborst, Boompieper, gekraagde Roodstaart (niet jaarlijks), Houtduif, zwarte Kraai, Merel, Zwartkop, Grasmus, Roodborsttapuit, Spreeuw, de al eerder genoemde Torenvalk, Buizerd, Geelgors, en Tuinfluiter. 

Wat we nog meer gezien hebben?,; o.a. een nestje met jonge spinnetjes van de Tijgerspin, een rups van, ik denk toch groot Avondrood. Een klein geaderd Witje was bezig met de warming up en de kleine Vuurvlinder was al opgewarmd. In een flits was ’t ie weg.

Opnieuw een mooie morgen in een prachtig cultureel historisch landschap met ontluikend groen. En zo dichtbij. Wel kwetsbaar!

verslag: Johan Niphuis

Hier is ook nog een link naar het verslag uit Tubantie van 10 juni 1929 door Meester Beernink naar deze omgeving 

Deel deze pagina