14 Deelnemers hadden o.l.v. Jetty Dorresteijn, onder uitstekende weerscondities een zeer aangename en boeiende wandeling  in de Borkeld. De Borkeld is een natuurgebied van ca. 600 ha. tussen Rijssen en Markelo en wordt beheerd door SBB. Het is een zeer afwisselend gebied met veel hoogte verschillen, o.a. de Friezenberg 40 mtr, en het Elsenerveen ca. 13 mtr. boven NAP.

Het gebied is niet alleen geologisch, maar ook archeologisch interessant. De “bergen” zijn niet door gletsjers opgestuwd maar zijn zgn.  smeltwaterheuvels. Op een enkele plek komt basische kalkrijke kwel aan de oppervlakte wat weer voor een bijzondere flora zorgt  en in het laagste deel  vind je nog restanten van moeras (grauwe Els) en hoogveen. Je wandelt hier over een ca. 180 mtr. lang vlonderpad. Echter hier heeft ontwatering en ook de grote droogte van vorig jaar het gebied niet ongemoeid gelaten. SBB beheerd het gebied door er veel openheid in te creëren en verder grazen er zeer vriendelijke Hereford runderen om de vegetatie kort te houden.

Ook het Elsenerveen moet gerenoveerd, en hiervoor wordt de opslag verwijderd en de bovenlaag gedeeltelijk afgegraven tot de niet waterdoorlatende onderlaag. SBB probeert zo veel mogelijk water vast te houden zodat hier weer Veenmossen willen gaan groeien en veenvorming kan ontstaan. De Borkeld herbergt ook het grootste Jeneverbes struweel van Nederland en hiervoor is zelfs  de A1 omgeleid! Er doet een aardige “anekdote” de ronde, hoe dit heeft kunnen gebeuren! Deze verkeershoofdader zorgt echter jammer genoeg wel voor een continu storend achtergrond geluid. 

Niet alleen het Jeneverbes”bos” is bijzonder, maar omdat het op keileem groeit, zorgt het ook nog eens voor een bijzondere biotoop voor paddenstoelen. Wat de archeologie aangaat, het schijnt dat hier ca.11.000 jaar geleden ook al mensen hebben rondgelopen (vondsten van bewerkt vuursteen).Van recentere datum zijn de door het R.O.B. in kaart gebracht en gerestaureerde (enkele tientallen) grafheuvels en een urnenveld van, ± 6000 jaar geleden. Ook zijn er nog overblijfselen te zien van “oefen” loopgraven. Tijdens de 1e WO zijn hier loopgraven door defensie laten graven voor het Nederlandse leger om er te oefenen. Verder zijn in het gebied nog vele leemputten te vinden. De leem die hier plaatselijk in de bodem werd aangetroffen bleek een uitstekend materiaal voor de baksteenindustrie.

Al die verschillen zorgen er ook voor dat de flora en fauna hier zeer divers is. Wat de flora betreft, daar kregen we op dit vroege tijdstip in het jaar niet zo veel van mee, m.u.v. een bloeiende Gaspeldoorn. Verder werd nog een aantal paddenstoelen gezien, o.a. Dennenharszwam,  paarse Dennenzwam (onderzijde), Grijze gaatjeszwam, Eiken Trilzwam en gele Trilzwam en een zwam waarvan de mycologen onder ons de resten van Berkenweerschijnzwam in zagen. In het eerste deel van de excursie lieten de vogels het nog een beetje afweten, maar wat later kwamen de meldingen vlot binnen. Grote Lijster, Spreeuw, grote bonte Specht, Roodborst, Turkse Tortel, Houtduif, Pimpelmees, zwarte Kraai, Koolmees, Geelgors, Vink, Merel, Zanglijster, Kievit, Kramsvogel, Vlaamse Gaai, groene Specht, Keep, Sijs, Staartmees, Goudhaantje, Glanskop, Havik en Boomklever. Door het mooie weer kwam de zang bij vele vogels, zij het nog wat aarzelend, al weer op gang. Het mooie weer zorgde niet alleen voor opleving in de natuur, ook de mensen kwamen massaal uit hun winterholen. Hordes hardlopers (hoofdzakelijk in groepen van het vrouwelijke geslacht) en mountainbikers (voornamelijk kerels) ”genoten” van de natuur maar ook zeker van het mooie weer! Verslag: Johan Niphuis.

Deel deze pagina