Verslag van de voorjaarsexcursie naar Brandlecht bij Nordhorn (Dld) 14 april 2019. 

Brandlechter Vechtetal en Tillenberge maar ca. 96 ha., niet echt groot dus, maar wel groots.

We zijn met 15 deelnemers en hebben een vrij koude (letterlijk) start. Zonnig, bijna windstil, dat wel, maar temperaturen rond het vriespunt. Het had ’s nachts een paar graden gevroren. Voordeel hiervan was dat bladeren op de grond mooi berijpt waren. In de loop van de ochtend werd het wel ietsje warmer, vooral in de zon, die deze morgen 100% scheen.

We startten bij de katholieke Mariakerk kerk in Gut Brandlecht. Dan voert Herman ons over een deel van het “processiepad” waarlangs een aantal beelden staan van Bijbelse voorstellingen en gaan het eigenlijke excursiegebied in. We gingen voor de voorjaarsflora van een plantengemeenschap van een bijzonder milieu, voorjaarsvogels, en van beide werden een flink aantal soorten gezien. En dat is dan ook weer niet zó verwonderlijk want het is een waardevol heide en rivierenlandschap met rijke natte bossen, droge schrale rivierduinen, open en delen bedekt met jeneverbesstruwelen en Krent. Beschermd Natura 2000 gebied. Dan moet je ook wel iets bijzonders in huis hebben! 

Bij de parkeerplaats beginnen we  met de daar aanwezige algemene soorten vogels. Een Kauw die nestmateriaal uit de vacht van een pony plukt, een Vink die zijn vinkeslag doet, een paar Mezen die het samen op een akkoordje gooien en een Merel die het hoogste lied zingt.

Wandelend langs water (oude Vecht meanders) zien we al gauw ook de grote variatie van dit gebied wat zich vertaalt in een grote soorten rijkdom aan o.a. loofbomen; Haagbeuk, zwarte Els, Zomereik, Beuk, Iep, Es, Populier, Wilg, in de struiklaag 1- en 2 stijlige Meidoorn, Sleedoorn, Hazelaar, Vogelkers (niet te verwarren met Amerikaanse Vogelkers, ook wel Bospest genoemd), Kardinaalsmuts en Aalbes.  Planten van de kruidlaag o.a.; Bosanemoon, witte Klaverzuring, klimop Ereprijs, Schede- en Bosgeelster, donkersporig Bosviooltje, gulden Boterbloem, grote Muur, Bloedzuring, Muskuskruid, Dalkruid, Salomonszegel, Lelietje der Dalen, reuzen Zwenkgras, Daslook, Vogelmelk en slanke Sleutelbloem. Allemaal soorten die tot deze plantengemeenschap horen.

We hadden gehoopt op de echte gele Dovenetel, maar vonden alleen de bontbladige. Een tuinplant die ook hier (en overal elders waar hij met tuinafval wordt gedumpt)  welig tiert. En verder nog Speenkruid, Pinksterbloem, witte Dovenetel, rankende Helmbloem, Look zonder Look, Dagkoekoeksbloem en Hondsdraf en een bijzondere soort Taraxum, oftewel Paardebloem. Kenners hadden het over Schraalland- of Zandpaardebloem. Dat er ook soorten als Braam, Brandnetel en Kleefkruid veel voorkomen hoeft niemand te verwonderen, want deze soorten houden behalve van veel stikstof ook wel van een mineraal rijke grond en gedijen ook in de schaduw. Die Braam zal ook wel geen gewone soort zijn. (vlgs. “Brummelappie” zijn er wel tientallen soorten Bramen). Ik heb er één meegenomen om later nog eens te determineren.

De voorjaarsvogels waren o.a.; Tjiftjaf, Fitis (mijn 1e dit jaar), Zwartkop, Boompieper en Boerenzwaluw. De andere o.a.; Geelgors, grote gele Kwikstaart, Groenling, Boomklever, Buizerd, grote Lijster, witte Kwikstaart, Kramsvogel, “Gladkop” , groene Specht en 2 paar?, in ieder geval 4 middelste bonte Spechten!

Aan het einde van de excursie in een perkje met houtsnippers vonden we nog een bijzondere paddenstoelsoort, de Voorjaarskluifzwam. Een hele mooie gevarieerde excursie.  

verslag: Johan Niphuis.

 

Deel deze pagina