Na overleg met Natuurmonumenten is in 2013 het gebied ‘Kelderbergen’ geinventariseerd, een deel van het Planken Wambuis ten zuiden van het eeuwenoude landbouwenclave Mossel. De naam slaat op de spectaculaire wallen met oude en kronkelige eiken rond Mossel die het resultaat zijn van aanplant van bomen waar het stuivende zand uit de vroegere omliggende zandvlakte neersloeg. Deze wallen beschermden de met schapenmest bemeste akkertjes. Deze zijn in de jaren ’90 uit gebruik genomen en hebben zich sindsdien ontwikkeld tot bloemrijke graslanden met veel Jakobskruiskruid. Daarnaast ligt een stuk oud eikenhakhout. De overige dennenbossen zijn in de tweede helft van de vorige eeuw (waarschijnlijk) spontaan opgeschoten op de heide. Bijna de helft van het gebied wordt ingenomen door heide, afgewisseld met schrale graslanden, pioniervegetaties en plekjes met open zand. Het oorspronkelijke stuifzand is in de loop van de jaren verdwenen, maar Natuurmonumenten heeft plekken afgeplagd om dit bijzondere habitat voor het gebied te behouden. Ook wordt af en toe een stuk bos gekapt om verdere verbossing van de heide te voorkomen. Naast deze incidentele ingrepen vindt geen actief regulier beheer plaats, maar wordt het gebied begraasd door de runderen, pony’s, everzwijnen en edelherten van het Planken wambuis.

Met deze landschappelijke variatie vormt Kelderbergen een aantrekkelijk gebied om te gaan inventariseren. Bij de voorbereiding zijn de verschillende landschapstypen onderverdeeld in ruim 15 ecotopen zoals ‘droge heide’, ‘gesloten pioniervegetatie’, ‘vergraste heide’, ‘eikenbos op stuifduinen’, ‘heischraal grasland’ enzovoorts. Deze ecotopen zijn op de luchtfoto ingetekend en vervolgens is het gebied in vlakken verdeeld. Op basis daarvan hebben de KNNV leden de vaatplanten, mossen, korstmossen, paddenstoelen, vlinders, sprinkhanen en kevers geïnventariseerd.

Conclusies en aanbevelingen

Kelderbergen is een gevarieerd gebied met oude boskernen, structuurrijke heide en bloemrijke graslanden. De inventarisatie laat zien dat de soortenrijkdom van de onderzochte groepen redelijk tot goed is en passend bij de betreffende landschappen. Van elke groep zijn bijzondere soorten aangetroffen, maar ook weer niet hele bijzondere of opmerkelijk veel. Het grootste belang van het gebied ligt waarschijnlijk bij de korstmossen waarvan veel soorten zijn gevonden waarbij relatief veel bijzondere en enkele zeer bijzondere soorten. Van de vlinders en de sprinkhanen is het aantal soorten hoog. De grote populatie van de Bruine vuurvlinder is verheugend, maar de Kommavlinder hadden we graag vaker gezien.

Het heidebeheer wat gericht is op structuurrijke heide met een reeks stadia van open zand tot en met oude en deels vergraste heide en overgangen van bos naar heide lijkt goed te functioneren. Dat geldt ook voor het grasland op de oude akkers, waar naast de integrale begrazing geen beheermaatregelen worden uitgevoerd. In de bosgebieden worden oude en dode bomen niet verwijderd waardoor groeiplaatsen ontstaan voor mossen en paddenstoelen. Het beheer behoeft daarom geen grote aanpassingen.

 

Rapport: Zwanenburg J.G, L. van der Plas en W.G. Wielemaker, 2015. Flora Fauna van Kelderbergen; Inventarisatie van hogere planten, mossen, korstmossen, paddenstoelen,
dagvlinders, sprinkhanen en kevers door de KNNV Wageningen e.o. in 2013

Deel deze pagina