donderdag 21 juni 2018

Zilveren boomkussenZILVEREN BOOMKUSSEN

Op 11 april 2018 vonden we op het insectenhotel op de Kooiakkers een gladde wit glanzende halve bol met een doorsnede van 4 cm. Gelet op de vindplaats leek het op een cocon van een heel groot insect. Maar het sporen-stadium van een slijmzwam was waarschijnlijker en de naam boompuist drong zich onmiddellijk op. Onder boompuist echter verstaat men tegenwoordig een buisjeszwam (Postia ptychogaster), waarvan de ongeslachtelijke vorm het algemeenst voorkomt als een pluizige bol van 5 cm. op dood naaldhout. Na wat gezoek in naamlijsten en slijmzwammen literatuur kunnen we stellen dat de bol op de Kooiakkers het zilveren boomkussen is (Reticularia lycoperdon), die volgens mevrouw Nannenga-Bremekamp ook wel boompuist wordt genoemd. Er bestaat nog een vergelijkbare slijmzwam genaamd reuzenboomwrat (Lycogala flavofuscum). Deze groeit echter veelal op levende bomen en de sporenmassa is beige. Onze bol groeide duidelijk op dood hout en een week later bleek de sporenmassa roodbruin, kenmerkend voor het zilveren boomkussen. Op 17 juni zien we nog steeds een restje van het vruchtlichaam op het insectenhotel.Zilveren boomkussen
Slijmzwammen zijn een combinatie van plant en dier. Uit sporen komt een organisme tevoorschijn dat zich vermenigvuldigt en over het substraat kruipt op zoek naar bacteriën en schimmeldraden, waar het zich mee voedt. Dit noemt men een plasmodium en het laat vaak een glinsterend spoor achter. Op een gegeven moment verstart het geheel en worden er vruchtlichamen gevormd, die aan paddenstoelen doen denken of paddenstoeltjes, want de meesten zijn vrij klein. Daarentegen zijn het er vaak veel bijeen, zodat je ze vrij gemakkelijk kunt waarnemen. Deze vruchtlichamen vormen de sporen, vaak op zo’n manier dat het vruchtlichaam praktisch geheel uit poeder bestaat.  De meeste kans op slijmzwammen heb je bij zeer vochtig weer en op een zeer vochtig, vaak vermolmd substraat.

Gebruikte literatuur:
N.E. Nannenga-Bremekamp, De Nederlandse myxomyceten, 1974 en 1983 (aanvullingen)
Naam en faam van de Nederlandse paddenstoelen, 2014
Nico Dam en Thomas W. Kuyper, Veldgids paddenstoelen II, 2016
Henk van Halm, Natuurdagboek in Trouw, 13 mei 2006

De eerste foto is op 11 april gemaakt door Albert van Scheers.
De tweede foto is op 18 april gemaakt door Jacob Butter.

Deel deze pagina