In 2020 heeft de vogelwerkgroep van de KNNV Zeist de tuin van Kasteel Hindersteyn geïnventariseerd op broedvogels op verzoek van de eigenaar, Erik Geytenbeek. Het adres is Langbroekerdijk 119 te Langbroek. Het terrein is geschat op ongeveer 10 ha.

Het gebied is 6 keer bezocht: op 22 maart, 4 en 18 april, 3 en 24 mei en 9 juni, ’s ochtends van 7.00 tot 8.00 uur. Tijdens de eerste keren waren er 3 deelnemers, daarna heb ik wegens corona in mijn eentje geïnventariseerd. Op 24 mei liep Nico Broek ook mee.

Ik heb alle zingende vogels op kaarten ingetekend. Als een vogel op een bepaalde plaats zong en zich daarna verplaatste is dat aangegeven via een stippellijntje. Het is dus duidelijk welke waarnemingen op dezelfde datum van verschillende vogels zijn.

Territoria zijn bepaald door voor elke soort een kaart te maken met waarnemingen van die soort. Een waarneming van een tjiftjaf op de eerste datum wordt een 1 op de kaart voor de tjiftjaf, op de tweede datum een 2 enzovoort. Daarna zijn voor elke soortkaart de waarnemingen in groepjes verdeeld. Elk groepje bevat een aantal waarnemingen die op ongeveer dezelfde plaats zijn gedaan. Per groepje mag elke datum maar eenmaal voorkomen. Een uitzondering vormen de spechten waar zowel mannetjes als vrouwtjes roffelen.

Voor de meeste soorten volstaat bij 6 bezoeken een enkele waarneming voor het constateren van een broedgeval. Maar bij vogels die 's winters wegtrekken, zoals de tjiftjaf, is een enkele waarneming aan het begin van het seizoen niet voldoende om een broedgeval vast te stellen ([1], website SOVON).

Hierna worden de vastgestelde soorten broedvogels besproken, met tussen haakjes het aantal broedparen.

De algemeenste soorten waren vink (10), zwartkop (10), groenling (8), tjiftjaf (7), merel (7), houtduif (7) en winterkoning (7).

Vrij algemeen waren koolmees (6), roodborst (5), grote bonte specht (4), heggenmus (3), putter (3), grauwe vliegenvanger (3), pimpelmees (3), boomklever (3), zanglijster (3) en spreeuw (2). Verder is één broedpaar vastgesteld voor boomkruiper, grote lijster, holenduif, gaai en kleine karekiet.

Twee soorten zijn wel gezien maar zonder indicatie dat ze gebroed hebben: staartmees en witte kwikstaart. Op 4 april zijn 4 appelvinken gezien in het bos aan de zuidwestkant en op 24 mei zijn zowel een mannetje als een vrouwtje koekoek gehoord. Ook is de buizerd gezien, maar er is geen nest gevonden.

In het bos zijn plukresten gevonden van een witte kip. Dit is waarschijnlijk gedaan door een havik. De veren waren niet afgebeten, zoals een vos of ander roofdier zou doen.

In totaal zijn dus 23 soorten broedvogels waargenomen en 5 soorten waar broeden niet zeker is. Het landgoed is rijk aan soorten en aantallen per soort. Echt zeldzame soorten zijn er niet bij. Opvallend was het grote aantal groenlingen. Leuk waren de waarnemingen van de appelvinken en de grauwe vliegenvanger. Appelvinken gaan landelijk gezien vooruit. Grauwe vliegenvangers zijn er steeds minder.

Met dank aan Geert, Jasione en Nico, die een aantal keer zijn mee geweest.

Nicolien Drost

[1] M.F.H. Hustings et al.: Natuurbeheer in Nederland deel 3: Vogelinventarisatie. Pudoc Wageningen 1989.

Deel deze pagina