Zoals bijna elk jaar gingen Martha en ik ook dit jaar met een natuurkamp mee, georganiseerd door de AKC, de Algemene KampeerCommissie van de KNNV. De AKC organiseert natuurkampen zowel in als buiten Nederland. De week in juni vond plaats bij het dorp Schinnen in Zuid Limburg op de SVR-camping ‘Hoeve Krekelberg’ in dat dorp. Het natuurkampeerterrein is in alle opzichten aan te bevelen, want de voorzieningen zijn erg goed, zeker als de uitbreiding van het sanitair, die op korte termijn gepland is, heeft plaats gevonden. Het is een terrassencamping met 90 ruime plaatsen en dat betekent dat de volgende gast zo’n 7 meter verderop staat. We hadden daar een prachtweek met 22 deelnemers. Zo’n kamp heeft een voorzitter, een excursieregelaar (in ons geval 2) en een admin, d.w.z. iemand die voor de financiën zorgt en een rooster maakt voor de deelnemers die bij de avondbespreking voor de drank verantwoordelijk zijn. De excursieregelaars hadden een prima programma gemaakt, waarbij de diverse aspecten van het Limburgse Landschap aan bod kwamen. Ondanks de hitte soms viel er veel te genieten. ’s Morgens om 9 uur verzamelen en dan fietsend of carpoolend naar de plek die de avond daarvoor aangeboden was; doorgaans had een ieder de keuze uit 2 soms 3 excursiedoelen. In de loop van de middag kwam de groep dan weer terug op de camping. Men is in zo’n kamp zelfvoorzienend, dus er moesten ook boodschappen worden gedaan. ’s Avonds om 8 uur zat iedereen in de kring, waarbij de excursieleiders van die dag verslag deden, aangevuld met enige interessante vondsten van de deelnemers. Daarna werd het programma voor de volgende dag aangeboden en besproken. Het geheel duurde nooit langer dan een uur. Sinds enige jaren staan de natuurkampen van de KNNV ook open voor IVN-ers. Aanbevolen!

Uiteraard heb ik die week naast planten, vlinders, vogels, enz. vooral gelet op paddenstoelen, maar dat viel door de droogte erg tegen. Toch melding van een paar soorten, want het schimmelrijk is nooit ver weg.

De parelamaniet is bijna altijd ergens aanwezig en deze keer zelfs op de zonnige, dus zeer warme helling in de orchideeëntuin van het Gerendal; werkelijk verbazingwekkend. Ook groeide daar op wat houtsnippers het plooirokje, een inktzwammetje dat kortstondig leeft, maar op z’n hoogtepunt prachtig doorschijnend gestreept is, want de lamelletjes schijnen gewoon door het dunne hoedje heen. Het eekhoorntjesbrood was minder fors dan gewend evenals de gewone berkenboleet; de buisjes aan de onderkant van de hoed bevatten de sporen die daar gevormd worden. Tot op het kampeerterrein zagen we in het gras de algemeen voorkomende grasleemhoed, een onopvallend bleekwit paddenstoeltje met leemkleurige plaatjes. Op de Brunssummer heide stond de bleke franjehoed, waarvan de meeste franje aan de hoedrand al was afgevallen, eveneens een algemene soort op ruderaal terrein. Het elfenbankje leeft van houtstof en is minder afhankelijk van vochtige omstandigheden dan de paar soorten russula’s die we zagen. Russula’s zijn via de schimmeldraden verbonden met de fijnste haarwortels van de bomen, waarbij ze staan. De geurige russula (Russula odorato) doet zijn naam eer aan, want de zoetig fruitige geur is duidelijk waarneembaar. Tenslotte noem ik nog de melige stuifzwam, een bolvormige paddenstoel op een kort steeltje op de grond met een buitenkant ‘als met fijn zand bestrooid’.

Bij elkaar bijna 20 soorten en dat is weinig, maar in ieder geval een teken dat er onder alle omstandigheden geschimmeld wordt.

Bert Tolsma

Deel deze pagina