Met vier personen in een auto vertrekken we om acht uur 's ochtends richting Friesland. Het is zonnig en vrijwel windstil maar wel koud. We rijden door de polder naar Lemmer en daarna via Balk naar het dorpje Harich.

Tussen Harich en Elahuizen stoppen we bij een grote groep kol- en brandganzen. Hier is tien dagen eerder door een excursie van de Parelduikers een roodhalsgans gezien, maar wij kunnen hem niet terugvinden. De telescoopdichtheid van onze groep is hoog: een telescoop per persoon.

Iets verder is een uitkijkplatform bij een gebied met meertjes en plasjes genaamd “Het Zwin”. We zien twee vrouwtjes nonnetje, een watersnip en een lepelaar. In de verte zwemmen een paar wintertalingen en slobeenden en veel smienten. Er vliegt een blauwe kiekendief voorbij en in de verte zit in een kale boom een sperwer.

Iets verder nemen we een pad naar een uitkijkhut. In het riet horen we een waterral en baardmannetjes, en er vliegt een bruine kiekendief voorbij.

Bij de hut aangekomen blijken we er met zijn vieren net in te passen, en we staan nogal ongemakkelijk door de telescopen te turen. Heel veel smienten, hier en daar slobeenden en weer een vrouwtje nonnetje. Achter de plas vliegen groepen ganzen en goudplevieren.

We lopen terug vanuit de hut en zien even een baardmannetje. Ook zitten er een paar krakeenden. Verder rijdend zien we diverse groepen ganzen, maar geen kleine rietganzen.

In Woudsend houden we een stop met koffie, thee en soep. Daarna gaan we door via Heeg naar Gaast.

Vlakbij Gaast staat een grote groep ganzen in het weiland. We staan beschut achter een bosje en kijken over een hek met de zon recht achter ons. De dichtstbijzijnde ganzen blijken kleine rietganzen te zijn. Het zijn er ongeveer twintig en we kunnen ze uitgebreid bekijken. Ze hebben duidelijk een andere kleur poten dan de kolganzen ernaast. Iets tussen oranje en roze in. En een donkere kop met vrij korte snavel, en een lichtgrijze rug.

Ook zit er een roofvogeltje op een paal, we denken een sperwer. Ton maakt er een foto van en later blijkt het een smelleken te zijn!

Nu we de kleine rietganzen zo mooi gezien hebben gaan we door naar de Workumerwaard via Oudega, Blauwhuis en Workum.

In de Workumerwaard zitten verrassend weinig vogels. Zou er een zeearend langsgekomen zijn? Of mensen met honden? Maar na op het uitkijkplatform geklommen te zijn zien we duizenden wulpen, goudplevieren, smienten en kieviten op zandplaten in het IJsselmeer zitten. Ook zien we bonte strandlopers en kemphanen.

Het is intussen drie uur en we besluiten weer op huis aan te gaan. We hebben veel gezien en vooral de kleine rietganzen hebben we uitgebreid kunnen bestuderen. Een geslaagde excursie!

Tekst: Nicolien Drost  

Deel deze pagina