Toevalstreffer

Een slak met hetzelfde patroon als de tuinslang waarop hij zit en hij kruipt ook nog in dezelfde richting! Deze slak op zich is niet bijzonder, de tuinslang evenmin, maar de combinatie is wel erg grappig.

Tekst en foto: Monique Bosch-Povel

 

Dakbij

In mijn vakantiehuisje in Friesland (Sint Nicolaasga) wemelt het van de wilde bijen rond de dakrand van het rieten dak. Het is eind april en op mooie dagen tel ik er gemakkelijk 10-15 exemplaren per minuut. Aan de onderkant is het mooi droog en de vrouwtjes zijn daar op zoek naar geschikte rietstengels om te nestelen. Ik denk dat het metselbijen zijn (zie mijn foto). Een korte speurtocht op internet leidt mij naar de Rosse metselbij (Osmia rufa), onze meest algemene metselbij. Niet erg bijzonder dus, maar leuk dat ze hier massaal voorkomen. Rieten daken zijn blijkbaar uitstekende bijenhotels voor wilde bijen!

Tekst en foto: Hans Vonk

 

Vogelen langs de Lek

Sinds ik geheel vanuit huis moet werken en alle activiteiten in groepsverband zijn stilgevallen, probeer ik eens per week even te gaan ‘vogelen’. Het liefst vroeg op de dag en doordeweeks, om de drukte te ontwijken. Dit is de mooiste tijd van het jaar, iedere week zijn er weer nieuwe vogels te horen en te zien! Omdat het zo droog is, is het prima wandelen in de uiterwaarden van de Lek.

In de uiterwaarden van Everdingen zie ik o.a. de grasmus, braamsluiper en zwartkop, ik begin de verwantschap te zien. Een week later in de Steenwaard overkomt me hetzelfde met de tapuit, paap(je) en roodborsttapuit. Ik begin steeds meer te zien en te herkennen.

 

Rietgors

Naast vogels kom je natuurlijk ook andere vogelaars tegen, bijna altijd man (ouder dan ik) en ik heb de indruk dat velen heel vaak naar hetzelfde stukje komen. De standaard vraag is meestal ‘heb je nog iets bijzonders gezien’, het standaard antwoord is vaak ‘neuh, een paar ….’ (en dan een best bijzondere vogel noemen). Het is een spel, je niveau wordt ingeschat, ik sta 1 - 0 achter (vrouw), maar als ik m’n scoop meeneem heb ik wel bonuspunten. Als ik een camera met telelens zou meeslepen, tel ik waarschijnlijk pas echt mee. Ze leven pas op als er een visarend wordt gezien.

Worden die mensen echt alleen blij als ze een visarend zien of hoort dit onderkoelde gedrag bij het imago van de (solo-)vogelaar? Is het een manier te laten zien hoe ervaren je bent? Als ik vertel dat ik snorren heb gehoord en vlak bij de parkeerplaats al een braamsluiper heb gezien, moet ik toch wel heel gedetailleerd uitleggen waar precies. Enige opwinding kan ik niet bespeuren, maar ik zie ze later wel op de aangewezen plaatsen staan en elkaar vertellen waar ze moeten zitten.

Ik geniet van heel veel soorten vogels en laat dat ook blijken. Het is een hobby waar je nooit uitgeleerd raakt en het leuke is, bij de Vogelwerkgroep van de KNNV kom je gelijkgestemden tegen. Op een excursie is het geen wedstrijd, je ontdekt, leert en geniet samen van de natuur. Ik weet zeker dat bijvoorbeeld Nicolien meer weet dan vele andere vogelaars, maar ook een simpel puttertje kan waarderen!

Zo zie je maar, tijdens het vogelen leer je niet alleen bij over vogelgedrag, ook mensengedrag kan interessant zijn!

PS Die ene man staat nu al 3 uur op dezelfde plek langs de Lek, is dat vanwege de vogels of zou-ie het thuis zo slecht hebben?

Tekst en foto: Anne van Emmerik

 

Planten en beesten

Ik fietste 23 april naar het braakliggende terrein tussen de Noordweg en de Gruttolaan in Zeist.

Hier staan enkele opvallende verwilderde planten: cipreswolfsmelk en Kleine pimpernel. Zomers groeit hier ook de Gewone ossentong met mooie donkerblauwe bloemen en nog veel meer planten die de moeite waard zijn.

Daarna fietste ik door naar de groenstrook tussen de Kromme Rijnlaan en de sportvelden. Hier zag ik veel enkele-bandzweefvliegen. Ook een vuurjuffer en mijn eerste variabele waterjuffer. Verder ving ik hier een smalbandwespbij. Ik twijfelde even of het een bij of een wesp was maar het bleek een solitair levende bij te zijn uit de groep van de wespbijen (nomada goodeniana). Ik meldde een 14 stippelig lieveheersbeestje op waarneming.nl en later kreeg ik de melding dat dit een zeldzame soort is buiten het bekende verspreidingsgebied en of ik een foto kon uploaden. Gelukkig had ik inderdaad een foto gemaakt.

Op de terugweg fietste ik nog even langs het sluisje in de Grift (locatie zie waarneming.nl). Hier staan tegen de sluiswand mannetjesvarens, tongvarens en muurleeuwebekje. Goed om te zien dat er zo dicht bij huis ook in coronatijd veel leuke dingen te zien zijn.

Tekst en foto: Matthijs van Hoorn

 

In-het-wild-estafette

 

Hierbij nodig ik jullie uit om mijn blog te lezen van een weekend alleen in de natuur. Ik heb dit gedaan in het kader van de in-het-wild-estafette met walden.nu (Sonja van der Sar), gebaseerd op het boek Walden van de Amerikaan Henry David Thoreau. Hij publiceerde dit boek in 1854 op basis van eigen ervaringen met een periode eenvoudig leven in het bos. Hieronder een paar stukjes uit mijn blog 'De mens is zijn eigen vijand'.

De drie zussen

Op zaterdagochtend rij ik naar mijn bestemming, een landgoed in Drenthe. Ik struin dwars door het bos en vind daar de perfecte plek. Dit voelt helemaal goed. Ik zet mijn tentje op en span een tarp om mijn proviand (en mijzelf) zo nodig droog te kunnen houden. Ik zet thee. Het goede leven is begonnen!

 

Als ik later op mijn rug op de grond lig en naar boven kijk, ontmoet ik de drie zussen (zoals ik ze noem in mijn hoofd). De ranke douglasbomen reiken tot hoog in de lucht. Ik voel hun kracht en bescherming. Ik zie een vierde. Dan de vier musketiers? Onmogelijk, ze stralen een vrouwelijkheid uit. Een zachtheid, tussen hun kracht door. Zo mijmer ik nog even verder, maar ik ben ook snel weer afgeleid. Ik zie berkjes, en kan de schors gebruiken als tondel. Ik moet nog een stookplaats maken. Brandhout zoeken. En ik moet vooral ook contact maken met de natuur en verdorie, waarom lukt dat nou niet….

Als er een luikje opengaat

Ik steek een kampvuurtje aan en geniet van mijn home made pizza en de duisternis die zich langzaam meester maakt van het bos. Het wordt een koude nacht en ik slaap slecht. Ondanks een extra plaid ril ik in mijn slaapzak.

 

Ergens in de avond of nacht (tijdsbesef heb ik niet echt meer) een vreemde gewaarwording. Er daalt zomaar opeens een voelbare, serene rust neer in het bos. Of is het in mijzelf?  En zonder enige waarschuwing is het alsof ik word afgepeld, of er een luikje opengaat in, ja wat.. een pantser, beschermende schil? In een fractie van seconden schieten persoonlijke maar ook andere gebeurtenissen door mijn hoofd….

Zoektocht

Ik ben vroeg wakker, kruip naar buiten, trek de plaid om mij heen en drink koffie terwijl ik geniet van het vogelconcert. Om warm te worden verzamel ik alvast wat brandhout voor vanavond. Maak ontbijt. Wat nu?

Ik probeer drie kwartier de ruimte om mij heen te observeren. De bomen, hun takken wuivend in de wind. Maar het is nog zo onrustig in mijn hoofd. Dan maar die gedachten observeren, niet oordelen, en weer loslaten, tot er stilte ontstaat. Niets. Ik kijk gefrustreerd om mij heen. Waar is nou die connectie? Waar het antwoord op de vraag: wat is mijn relatie met de natuur? Ik voel niets. Lekkere blog wordt dat!

 

Een beetje bozig geef ik de pijp aan Maarten. Als die natuur niets met mij wil, voel ik mij ook niet geroepen energie in haar te steken. Ik laat haar in haar eigen sop gaarkoken! Ik trek mij verbolgen terug met een boek van Jules Evans: leven in extase….

Thuiskomen

Ik leg mijn plaid op de grens tussen bos en grasland, in de zon. Lekker warm. Hoor wat ritselen. Een piepklein spinnetje, op een verdord eikenblad dat tussen de grassprieten uitsteekt. En weg is tie. Weer geritsel. Dit keer op een ander blad. En weer. Ik lig ondertussen met mijn neus bijna op de grond. Zijn pootjes op het dorre blad verraden steeds zijn nieuwe plekje. Ik glimlach. Zou hij zich daar ook koesteren in de zon, net als ik? Ook een torretje komt voorbij. In sneltreinvaart. Heen en terug. Zijn kop koperkleurig, zijn schild als van goud. Net een kostbaar edelsteentje. De grassprietjes bewegen in de wind en ik beweeg mee met die minuscule wereld. Ik voel mij opgenomen, onderdeel ervan. Rust. Verbondenheid. Het is goed zoals het is. In het Nu. Ik lig een uur zonder gedachten, gewoon te Zijn.

Ooit heeft de mens zich onderdeel van de natuur gevoeld. Waar en hoe zijn we zo afgedreven, van haar vervreemd?

Nieuwsgierig geworden naar het hele verhaal? Kijk op

https://sonjavandersar.nl/blog/in-het-wild-estafette/de-mens-is-zijn-eigen-vijand/

Op deze website vind je ook de andere blogs van mensen die met het estafette-stokje de natuur in trokken.

Tekst en foto’s: Narda Blanken

 

 

Kauwen

 

Mijn tuin wordt goed bezocht door allerlei vogels die hier vooral eten komen halen. Ze vinden naast restanten malus-appeltjes onder meer vetbollen, gemengd vogelvoer, pinda’s en af en toe wat broodkruimels. De merels komen vooral voor de rozijnen. De zonnebloempitten zijn ook zeer geliefd, maar die waren op, dus ging ik naar de dierenwinkel. Terugkomend uit de winkel zag ik een bijzonder tafereel: kauwen waren pluizen aan het trekken uit een wollig fietszadeldek van een fiets die aan de overkant stond geparkeerd (niet zo’n scherpe foto dus). Kennelijk behoefte aan een goed gestoffeerd nest!

Tekst en foto: Marijke Warmerdam

 

 

Natuurbeleving in coronatijd in het Kromme Rijngebied bij Bunnik

 

 

 

Vanaf maandag 16 maart jl. deed thuiswerken en -studeren massaal zijn intrede in Nederland. Zo deed ik woensdag 18 maart jl. mijn vrijwilligerswerk voor het Nationaal Ouderenfonds, waarvoor ik tot dan toe naar Amersfoort ging, voor het eerst vanuit mijn huis in Bunnik. Na afloop van mijn werkzaamheden was het tijd om de benen ter strekken. Dus deed ik mijn wandelschoenen aan en maakte in westelijke richting een wandeling over het Jaagpad langs de Kromme Rijn. Ik was benieuwd wat ik aan bloeiende planten zou tegenkomen.

Ter hoogte van Nieuw Amelisweerd verliet ik het Jaagpad en liep via de zichtas richting provinciale weg om vervolgens via een meer westelijk pad vlak langs de A27 terug te keren naar de Kromme Rijn. Op dat pad bloeide klein hoefblad massaal terwijl ik een aantal jaar geleden daar in het vroege voorjaar massaal winterakonieten zag bloeien. Terug bij Nieuw Amelisweerd stak ik de Kromme Rijn over en volgde de noordelijke oever door het parklandschap van Oud Amelisweerd. Daar stond langs de zichtas in noordelijke richting een slanke sleutelbloem te bloeien. Mijn route bereikte via het Vagantenpad weer de Kromme Rijn. Nabij de brug waarover je de bebouwing van Bunnik inloopt, is een aantal jaren geleden een amfibieënpoel aangelegd. In het gras eromheen had ik jaren geleden al eens bloeiende kievitsbloemen gezien. Zouden ze er nu ook weer staan? Bingo!

Op weg naar huis maakte ik nog een lusje over De Niënhof. Daar bloeiden op het grasveld vóór het parkeerterrein veel vroege sterhyacinten, een soort met twee grondstandige bladeren zoals de wetenschappelijke naam Scilla bifolia ook aangeeft en langs het water stonden zomerklokjes al vroeg in bloei! Zo’n twee weken na mijn wandeling las ik dat het Jaagpad sinds 27maart jl. afgesloten is omdat het pad te smal is om anderhalve meter afstand te houden.

 

Daslook en Look-zonder-look

Op 23 april jl. fietste ik van Bunnik naar Utrecht voor boodschappen die in Bunnik niet meer verkrijgbaar zijn. Op de terugweg koos ik voor een route door het buitengebied. Zo fietste ik over een fietspad door het bosje bij het fort bij Rhijnauwen. Daar bloeide daslook volop en verderop zag ik look-zonder-look. Op die plant zet het vrouwtje van het oranjetipje per plant één oranje verkleurend eitje van één mm af, net als op pinksterbloem en judaspenning. Ook fluitenkruid begon al in boei te komen. Die plant komt massaal voor langs het Jaagpad, maar staat daar nu ongezien te bloeien. Bij de plek waar in maart kievitsbloemen bloeiden, klonk nu vanuit de poel het gekwaak van kikkers. Hoewel daslook, look-zonder-look en fluitenkruid ook in mijn tuin staan, had ik deze waarnemingen in het veld niet willen missen, al was het maar om even wat lichaamsbeweging te hebben.

Tekst: Sophieke Nijhuis-Bouma

 

Deel deze pagina