Gedurende de afgelopen periode hebben wegens het coronavirus geen excursies of plenaire bijeenkomsten plaats gevonden. Wel heeft regelmatig (op 11 juli al meer dan 60 maal) een e-mail-attendering zijn weg gevonden naar diverse computers. Dikwijls werden niet alleen beschrijvingen gegeven maar ook foto’s toegevoegd. Het ging om een diversiteit aan soorten insecten zoals o.a. bijen, hommels, vliegen, libellen, vlinders, wantsen, sprinkhanen en kevers/torren. Hieronder volgt een korte samenvatting, waarbij niet alle meldingen en attenderingen worden genoemd.

Het begon 23 maart met berichten over waarnemingen van grijze zandbijen die o.a. bij de ingang van het WNF in Zeist waren gezien, waarop meer dan vijf anderen vertelden over hun ervaringen met deze bijensoort op diverse locaties. Ook andere bijensoorten passeerden de revue, zoals o.a. de gehoornde metselbij, de grote zijdebij, de roodharige wespbij en rode bloedbij. In april kwamen daar berichten bij over de roodsprietwespbij en andere wespbijsoorten, evenals dikkopbloedbij, rosse metselbij en het vosje. Het bleek dat niet alle bijen gemakkelijk te determineren zijn. Soms is het ook ronduit lastig te zien wat de kenmerken van een dergelijk snel rondvliegend-kruipend insect zijn. Het maken van foto’s is daarbij altijd behulpzaam. Hierdoor kwamen in een kolonie grijze zandbijen met daarbij veel rondvliegende roodharige wespbijen en een paar wegrennende rode bloedbijen tevens een matig groot aantal al daar waarschijnlijk woonachtige rood-zwarte spinnendoders aan het licht.

Het bleek zeer de moeite waard een poos bij een dergelijke kolonie te blijven kijken want er gebeurde van alles, afgezien van de aan- en af- vliegende en al of niet met stuifmeel-beladen grijze zandbijen.

In juni werden foto’s rondgestuurd van bijen in bloemen waaronder de perzikblad-campanula. Het zou een plaats van overnachten van de insecten geweest kunnen zijn.

Benoemd werden een pluimvoetbij, zesvlek groefbij, goudwespen en de gele sluipwesp (Ichneumon xanthorius), waarvan in sommige tuinen een half dozijn blijkt rond te kunnen rondvliegen.

Sluipwespen vormen een bijzonder interessante groep insecten. Doorgaans zoeken de vrouwtjes een rups om een ei in af te zetten, maar net als hommels koekoekshommels kennen en bijen diverse wespbij-soorten, bloedbijen en vliegensoorten kennen, die zich ten koste van hun kroost voorplanten, doen sommige sluipwespen dat soms weer in een geparasiteerde rups ten koste van een zich daarin ontwikkelende andere sluipwespsoort.

Van de zich ten koste van bijen voortplantende vliegen zijn foto’s van enkele soorten rondgestuurd zoals van de gewone wolharige zwever en de muurrouwzwever.

Een groep mensen heeft zich gestort op het vinden van de beekrombout, die nabij Beverweert was waargenomen. Ook over juffers en glazenmakers is berichtgeving gedaan. Zeer fraai is ingegaan op het uitsluipen van libellen. Uw verslaggever, die nogal beperkt is in zijn waarnemingsvermogen en insectenkennis, heeft langs de Kromme Rijn genoten van simpeler te vinden libellensoorten zoals tijdens het vliegspel van grote aantallen weidebeekjuffers.

Het zoeken naar libellen bij Beverweert is een start geweest voor het kijken naar wantsen. De eerste werd gezien op heksenkruid: de heksenkruidwants. Daarna volgden berichten over pyiamaschildwants, blauwe schildwants, paarse bessenwants, rode halsbandwants, roodpootschildwants en bladpootwants.

In verband met de excursie naar Nieuw Wulven in september werd een e-mail met op te zoeken literatuur en foto’s van boorvliegen en andere aanbevelingen rondgezonden.

In de tuin van de verslaggever zat tot zijn spijt een grote narcisvlieg en nog wel op de resten van zijn narcissen. Het was een fraai beestje, waarvan een foto is rondgemaild.

Erik Gruys

Deel deze pagina