Soms word ik verrast met de vraag naar een waarneming, meestal vergezeld van een foto, en dat is altijd weer een uitdaging, want de verscheidenheid in het schimmelrijk is zeer groot.

Deze keer was dat de vraag bij een foto naar de soort paddenstoel die zo massaal aan de voet van een oude boom(stronk) groeide. Tientallen tot wel honderden kleine paddenstoeltjes groeiden in dichte bundels bijeen en zijn na een paar dagen dan weer verdwenen; alleen een zwarte drab blijft over en de aanvankelijke schoonheid is helemaal weg.

Op bijgaande foto staan de hoedjes nog fris overeind.

Scherminktzwam

 

De fotografe dacht dat dit mycena’s waren, want dat zijn toch ook kleine paddenstoeltjes en die groeien soms ook in bundels op hout? Dat klopt inderdaad, maar dan heeft ze één kenmerk over het hoofd gezien, n.l. dat mycena’s witte lamellen hebben en dus witte sporen werpen en inktzwammen gekenmerkt worden door bruine lamellen die later zwart worden en dus ook zwarte sporen vormen.

Op die foto liggen een paar hoedjes omver, zodat de plaatjes te onderscheiden zijn en die zijn beslist niet wit! Alleen goed te zien als dit een kleurenfoto is. Dit zijn dus kleine inktzwammetjes.

Bijna iedereen kent de grote knotsvormige geschubde inktzwam die vaak in bermen langs de wegen groeit en waarvan de hoed bij rijping vanaf de buitenkant begint te druppelen alsof er inkt vanaf loopt. Wat rest is een zwarte vlek op het gras.

Geschubte inktzwam

In die druppels vallen ook de rijpe sporen mee naar beneden en zorgen daarmee voor verspreiding, hoewel die niet zo effectief lijkt.

Zeker niet zo effectief als bij andere soorten waarbij de wind de lichte sporen meeneemt en veel verderop verspreidt. Echter, geen zorg, de geschubde inktzwam is een algemene soort, dus met de verspreiding zit het wel goed.

Beide genoemde soorten zijn opruimers, d.w.z. saprofieten, die zorgen dat dood organisch materiaal wordt omgezet in anorganische stoffen, door de groene plant dan weer gebruikt voor de opbouw van het organisme. Een buitengewoon nuttige functie dus in de kringloop van stoffen. Hoe klein die hoedjes op de ranke steeltjes ook zijn (de steeltjes verbonden met de myceliumdraden in het hout) het proces van “ontbinding” is er niet minder belangrijk om. En waarom zoveel hoedjes zo dicht opeen? De natuur is niet zuinig en in die overdaad zit het verlies aan veel sporenmateriaal al ingebouwd. Royale zorg voor nageslacht vergroot de kans op soortbehoud.

Bert Tolsma

Deel deze pagina