donderdag 28 maart 2019

Grauwe klauwieren in het Rouveense veld, wie komt helpen tellen?

We organiseren op vrijdag 24 mei een startersdag voor de inventarisatie deelnemers, met uitleg en resultaten van vorig jaar, aansluitend starten we met een integrale telling. Het is een dagprogramma dat start om 9.00 uur in De Veldschuur, Wijkweg 2 in Rouveen.

Liefhebbers kunnen zich melden bij mij, Jeroen Bredenbeek, j.bredenbeek@staatsbosbeheer.nl.

In de driehoek Zwartsluis, Rouveen, Hasselt ligt een groot natuurgebied van 1000 ha, het Rouveense veld.

Een deel is open veenweidegebied met blauwgras- en weidevogelgraslanden, maar in het westelijk deel ligt de Olde maten. Een laagveengebied met veel brede sloten, zgn. bokvaarten. Deze brede watergangen zijn in diverse stadia van verlanding, de een is dichtgegroeid met riet, de andere is al veranderd in een bos of wilgenstruweel met veel zwarte els en grauwe/ geoorde wilg. Ook open water is er nog veel aanwezig, in zo’n 4 jaar geleden zijn er zo’n 40 boksloten weer open gebaggerd en mogen weer dichtgroeien. Tussen de boksloten liggen lange smalle stroken extensief gebruikte graslanden. Kortom een zeer gevarieerd gebied met een hoge biodiversiteit. Wat betreft vogels, zitten er veel struweel en rietvogels in de boksloten, fitis, tjiftjaf, kleine karekiet, rietzanger blauwborst, tuinfluiter en winterkoning zijn de meestal gemene broedvogels, maar ook soorten als havik, wulp, zomertaling en dodaars komen in kleine aantallen voor als broedvogel.

En sinds 2010 broedden er ook grauwe klauwieren in de Olde maten. Vanaf 2007 waren ze al aanwezig met 2 tot 5 paar in de Veerslootslanden, een kleine reservaat oostelijk van de Olde maten.

Staatsbosbeheer probeert de populatie goed te volgen, want het zijn toch wel bijzondere broedvogels.

Landelijk tussen 340 en 470 paar waarvan er dus zo’n 6 tot 8, voor zover wij weten, zitten in het Rouveense veld.

De grauwe klauwier is een vooral een insecteneter, het gaat dan vooral om grote insecten. Door de variatie in biotopen in de Olde maten, van open, water bos rietvelden tot open water, zijn er veel grote insecten. Libellen vanuit de sloten en trekgaten, sprinkhanen en krekels in de extensief gebruikte graslanden en rietveldjes. En natuurlijk veel andere insecten, zoals kevers, vliegen, vlinders.

Staatsbosbeheer wil graag weten waar de broedparen zitten om het beheer op deze bijzondere soort af te stemmen.

Een deel van de graslanden wordt gemaaid, en dat is voor de grauwe klauwier niet optimaal. Met het maaien van het gras verdwijnt een groot deel van insecten en dat zou problemen kunnen opleveren bij het groot brengen van de jongen. Met een aangepast maaibeheer rond de broedparen wil Staatsbosbeheer de grauwe klauwier een handje helpen. Door later te maaien, of stroken te laten staan kunnen de vogels voldoende voedsel vinden om hun jongen groot te krijgen.

Wie komt helpen?

Het probleem is echter dat de grauwe klauwier een nogal verborgen levenswijze heeft. De mannetjes zingen niet uitgebreid.  Ze komen laat aan, pas half mei, dan zijn al bomen en struiken al in blad, dus opsporen op zicht valt ook niet mee. Vorig jaar is er met een klein groepje waarnemers gericht gezocht naar grauwe klauwieren, dat leverde 6 territoria op, waarvan 4 in de Olde maten. (zie onderstaand kaartje) De inventarisatiemethode bestaat vooral uit het goede afspeuren van toppen van bomen en struiken en rasterpaaltjes, de favoriete jachtplekken van de klauwieren. Later in het seizoen zijn alarmerende vogels ook mogelijk, maar dat doen ze niet altijd. Kortom, geen makkelijke soort.

 

En daar zit hem nou net  de kneep, want de Olde maten zijn groot. Het bokslotengebied, waar de vogels verblijven is zo’n 800 ha groot, dus voorgaande jaren  lukte het niet om de gehele Olde maten goed te onderzoeken.

Wij denken dat er nog meer paren verblijven, dus zou het fijn zijn als er wat mensen kwamen helpen.

En als natuurliefhebber lijkt het mij geen straf om legaal in een gebied als de Olde maten te mogen inventariseren.

Tussen de blauwborsten, rietzangers, reeën, sprinkhaanzangers en de vele andere loofzangers en natuurlijk veel libellen. Bruine korenbout, smaragdlibel, vroege glazenmaker en viervlek vliegen veel rond tijdens de inventarisatieperiode, en met zo’n 12 paar buizerds en enkele paren boomvalken  valt er voor roofvogelliefhebbers ook te genieten.

De bedoeling is om een paar simultaantellingen te organiseren om de broedparen op te sporen en daarna ook proberen het broedsucces vast te stellen. Het gaat dan vooral om dagen in eind mei, juni en juli.

 

 

Deel deze pagina