zondag 19 november 2017
 
In een stukje op Kennislink beklaagt redacteur Arnout Jaspers zich erover dat niemand voldoende kritisch is over een recente Nijmeegs/Duitse studie die een daling van 75% van vliegende insecten in natuurgebieden laat zien. Alle grote internationale media hebben het bericht overgenomen en van positieve commentaren voorzien, maar Jaspers heeft een gevoel dat er iets niet klopt. Onder de kop “ernstige zwakheden in alarmerend onderzoek” gaat hij op zoek naar critici van deze studie, en belandt bij twee Wageningse entomologen, Booij en Heijerman.
Vegen beide nu inderdaad werkelijk "de vloer aan" met de Nijmeegse studie - zoals vervolgens het Wageningense universiteitsblad Resource dit bericht overneemt? Heijerman wordt door Kennislink gevraagd of de vliegende insecten inderdaad zo sterk achteruit gaan, en antwoord dat het goed gaat met de loopkevers in zijn potvallen.
Zou hij wel weten dat loopkevers lopen en vliegen vliegen? Verder concludeert Heijerman dat de heide nog steeds paars is en dat het dus wel mee zal vallen. Kennelijk weet hij niet dat heideplanten tientallen jaren oud kunnen worden, en bovendien een zaadvoorraad maken die wel een eeuw later nog kan kiemen.
Vervolgens geeft Booij kritiek op de methode van de Nijmeegse studie, omdat er niet longitudinaal onderzoek gedaan zou zijn op dezelfde locaties. ter vergelijking wordt een grafiek van Engels onderzoek getoond waarin dat wel gebeurt is.
Die grafiek laat een 40% daling van totale insecten aantallen zien sinds 1972. Vervolgens juicht Kennislink dat deze Engelse studie geen catastrofale daling laat zien.
 
Kennelijk is 40% afname wel prima. Dit is trouwens vergelijkbaar met de 50% afname van verschillende insectengroepen (als vlinders) die in het nationaal Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) wordt gezien gedurende de laatste 25 jaar. De auteurs van de Nijmeegse studie geven overigens in hun stuk duidelijk de beperkingen van hun werk aan. Ze geven toe dat het uiteraard beter zou zijn als dit soort data over totale insectenaantallen ook in Nederland van tientallen locaties netjes jaarlijks gemeten waren. Maar ja, de "Wageningse entomologen" (waarvan je zo’n studie dan zou verwachten) waren kennelijk druk met andere dingen.
 
De Duitse studie is opgezet door vrijwilligers, waarbij de data vervolgens met de grootste statistische voorzorg zijn geanalyseerd en opgeschreven. De "quick en dirty" analyse die Booij en Heijerman nu voorstellen suggereren, die rammelt juist aan alle kanten. Ik ben benieuwd naar de alternatieve doorwrochte analyse die Booij kennelijk voor ogen heeft. De basis van zijn kritiek lijkt te zijn dat de waargenomen daling vooral komt door de hoge aantallen insecten die er in 1989 waren. In hun verdere toelichting op de Plos One site bij hun artikel laten de Nijmeegese auteurs echter zien dat een trendberekening over de periode 1991-2016 precies dezelfde daling laat zien.
 
In Resource beklaagt Booij zich nog eens dat de Nijmeegse onderzoekers kwaliteit voor media-aandacht hebben ingeruild. Het omgekeerde blijkt echter het geval te zijn. Ik hoop dat hij zijn “one minute of fame” gehad heeft en ervan genoten heeft. Ik in ieder geval niet. De Nederlandse natuur verdient nu biodiversiteitsherstel, niet dit soort pogingen elkaar vliegen af te vangen (want die zijn er toch echt steeds minder).
 
Update 17/11/2017 Hoe gaat het dan eigenlijk werkelijk met de loopkevers in Nederland?. Zitten de “vangpotten voller dan ooit” zoals Wageningse entomoloog Heijerman beweerd? Hier de langste tijdserie die we in NL beschikbaar hebben om deze vraag te beantwoorden (bron: http:/www.biological-station.com/). Tja... “beter dan ooit” zou ik deze trends over de laatste 25 jaar (waar de Duits-Nederlandse studie over gaat) niet beschrijven.
 
 
 

Deel deze pagina