Maandag 15 juni 2020

Dagboek Wim van Bruggen

Als je vanaf station Dalfsen de spoorbaan oversteekt en linksaf een klinkerweg volgt ben je meteen buiten.

Aan de rechterkant in de berm direct al een verrassing. Er bloeien vier van wat eens akkeronkruiden waren bij elkaar: de gewone klaproos, de gele ganzebloem, de gorenbloem en de bolderik. Dat kan niet toevallig zijn. Hier moet met opzet zaad uitgestrooid zijn. De paarskleurige bolderik is van een verbluffende schoonheid, maar wat mooi is kan net als in het praktische leven gevaarlijk zijn. Zo ook de bolderik. Lang geleden een gevreesd onkruid op roggeakkers op löss en zandige klei. Haar giftige zaden konden een volledige oogst onbruikbaar maken. Daar het zaad maar korte tijd haar kiemkracht behoudt heeft vruchtwisseling de ondergang van deze plant bewerkstelligt.

De korenbloem was eens een tamelijk gevreesd akkeronkruid, maar erg in trek bij bloemenplukkers. Na 1970 is de verbouw van rogge en andere granen grotendeels door maïsteelt vervangen, wat voor de korenbloem vrijwel het einde betekende. Ik loop verder langs een eikengeriefhoutbosje tegenover een akker waar de maïs als het ware uit de grond brult. De bosrand is rijk versierd met bloeiende vlierstruiken geflankeerd door Amerikaanse vogelkers, een exoot waarvan het blad bij geen enkel insect in trek was. Dat begint nu te veranderen steeds vaker zie ik aangevreten bladeren. Verder zie ik bitterzoet, robbertskruid, sint-janskruid, speerdistel en grote klis. Veel grassen staan in bloei, sommige zoals kweekgras meer dan een meter hoog.

Ik steek een weg over die deel uit maakt van de twee en een halve kilometer lange zichtlijn van havezate Den Berg en kom in een met bosrijk rivierduinengebied dat ontstaan is toen tienduizend jaar geleden de wind nog vrij spel had. Links van het pad een eikenbos waarvan de bodem volledig bedekt is met adelaarsvaren, een van de meest verspreide vaatplanten in het pleistocene deel van ons land en geldt als indicator van oud bos. Rechts van het pad veel naaldhout in de vorm van Douglas, Fijnspar en kapitale exemplaren van de grove den. De Douglassparren verspreiden een aangename ananasachtige geur. Wrijfsporen op het loofhout verraden de aanwezigheid van reeën.

 

Foto: H. den Berg

In de berm groepjes reeds uitgebloeide gewone salomonszegels; de nog groene bessen worden straks donkerpaars. In het aangrenzende boerenland is in de oorlog een jachtvliegtuig van de Duitse Luftwaffe neergestort en ligt een meter of zes onder de grond. Binnenkort wordt dit toestel waar de piloot of wat er nog van over is, nog in zit, opgegraven. Langs de gracht zijn een aantal jaren geleden de oude beuken gerooid en jonge beuken opnieuw ingeplant. De witte waterlelie en de gele plomp staan in bloei. Boven het wateroppervlak veel libelles. IJsvogels die ook dit jaar weer broeden in de grachtwand zie ik deze keer niet.

Aan de achterkant van de havezate is de bodem bedekt met een eiken-haagbeukenbos; bijzonder aantrekkelijk voor eekhoorns, boomklevers en spechten. De roffel van de Grote bonte specht hoor ik hier regelmatig, ook de Zwarte zit hier.

De zichtlijn wordt geflankeerd door paarskleurige rododendrons die het goed doen op de zandgronden. Vorige week stonden ze er nog belabberd bij maar met het beetje regen van de laatste dagen zijn ze weer volledig opgebloeid.

6 juni 2020

Dagboek van Wim van Bruggen.

Inleiding.

Daar als gevolg van de C-19-crisis menselijke contacten op verenigingsniveau dreigen te verbleken lijkt het mij een goede zaak om elkaar op de hoogte te houden van onze natuurervaringen. Dat zou kunnen in de vorm van een dagboek.

Sinds 1982 houd ik een dagboek bij en daarin staan onder meer mijn ervaringen op wandelingen en fietstochten, in het bijzonder op het gebied van natuur en landschap. Die ervaringen wil ik met jullie delen in de hoop dat velen mijn voorbeeld zullen navolgen.

Wel is waar staat er in de nieuwsbrieven interessante informatie maar dat is in een tijd  waar natuurverschijnselen elkaar zo snel op volgen niet frequent genoeg en bovendien heeft een dagboek een wat persoonlijker tintje.

Het dagboek zal gepaard gaan met een aantal foto's van Wim Hoekman. Zijn foto's zijn van een hoog gehalte.

 

Vrijdag17 april 2020.

Als natuurliefhebber zit je aan de rand van Zwolle gebeiteld. Binnen een paar minuten ben ik bij de IJssel; landschappelijk onze mooiste rivier. Ik fiets langs landgoed Schelle naar de IJsseldijk en vervolg mijn weg richting Harculo. De uiterwaarden zijn de laatste jaren omgevormd tot boomloze waterige gebieden. Er zijn laagten en geulen gegraven zodat de rivier bij hoge waterstanden meer water kan verwerken. Moerasplanten en wilgen komen spontaan op. Op schietende wilgenbossen worden van tijd tot tijd verwijderd, ten nadele van hun bewoners

Behalve koeien grazen er veel ganzen vooral grauwe en Canadese, maar ook steeds meer foeragerende  ooievaars en  reigers zowel blauwe als grote zilverreigers. Het is een totaal ander landschap dan Jan Voerman  zo mooi op zijn olieverfschilderijen heeft vastgelegd.

Zo nu en dan moet je de dijk af. Een ploegende boer wordt gevolgd door een tiental ooievaars en wat kokmeeuwen die profiteren van regenwormen, emelten, ritnaalden en andergedierte dat naar boven komt. Het is verbluffend hoe snel die vogels dat ontdekt hebben.

Het is een tafereeltje dat ik tot nu toe alleen in Noordwest Polen mocht aanschouwen. Even verder op waar het fietspad weer de dijk opgaat zie je de oorzaak: in het bos grenzend aan het Oldeneler park is de laatste jaren een ooievaarskolonieontstaan. Ik tel zeven broedgevallen plus nog een nest op een wiel in het park.

Vrijdag 24 april 2020.

Regelmatig ga ik naar het  Engelse Werk. Dat laat ik nu rechts van mij liggen. Een aantal populieren zijn gerooid omdat ze zodanig verrot waren van binnen dat ze een gevaar vormden voor passanten. 

Het is de zoveelste door zon overgoten lentedag. Ik luister naar het dominante geluid van boomklevers en daar tussendoor het rijk geschakeerde gezang van een zanglijster en de korte ratels van de grote bonte specht. In de uiterwaarden overheerst het geel van de boterbloemen.

Ik steek bij de oude brug de IJssel over en volg de dijk via Zalk naar De ZandeNog een halve kilometer richting Kampen tot de bypass waarlangs een fietspad loopt. Er is daar zoveel moois te zien dat ik wordt overvallen door een paradijselijk gevoel. Weilanden vol boterbloemen, paardenbloemen; taluds bedekt met bloeienkoolzaad, hier en daar smeerwortel zowel wit, geel als paars bloeiend, margrieten en zo meer. Tevens look zonder look en pinksterbloemen, beide bloemen zijn waardplant van de oranjetipvlinder.

Op het water tel ik zeven eendensoorten: wilde eenden, slobeenden, tafeleenden, kuifeenden bergeendenkrakeenden en een zomertaling. Boven het water zweeft een mannetje bruine kiekendief en een eind verder op zelfs een paartje. Ook visdiefjes en futen. Vorig jaar broedde hier nog de steltkluut. Die heb ik deze keer niet gezien, maar ze waren er wel. In de weilanden veel kemphaantjes, de mannetjes al in zomerkleed en allemaal verschillendkieviten,gele kwikstaarten, enkele groenpootruiters en een  bosruiter. Op strandjes kleine plevieren en een oeverloper. En nog veel meer van wat wij wel eens het gewone noemen zoals zwanen en verschillende soorten ganzen.

Als we wat verder in het jaar zijn kunnen we daar de rietvogels aan toe voegen  en na het broedseizoen tientallen lepelaars.

Jammer genoeg krijgen we ook hier de te maken met bedreigingen in de vorm van toenemend recreatief waterverkeer en de bouw van een villawijk aan de overkant.

In eerste instantie is die bouw via gerechtelijke procedures afgekeurd dank zij acties van onder meer de vereniging IJsseldelta. Inmiddels is er een nieuw plan ingediend met een dunnere bebouwing, maar ook dit plan kan rekenen op felle tegenstand.

 

Deel deze pagina