Huub van ‘t Hart (met dank aan Wouter den Boer, fruitboomdeskundige)


Wat is er lekkerder dan een appel, peer of pruim uit de eigen boomgaard of tuin? Niets toch? Gelukkig is er de laatste tijd steeds meer aandacht voor één van de parels van Midden-Delfland: de hoogstamfruitboomgaard.


Boomgaard in de knel
Voor de instandhouding van de voor het landschap van Midden-Delfland zo karakteristieke hoogstamfruitboomgaard is meer nodig dan de huidige inspanningen. Als je je ogen goed de kost geeft, dan staat het er met veel boomgaarden niet zo best voor om meerdere redenen. De Midden-Delfland Vereniging en de KNNV afdeling Delfland ondernemen nu gezamenlijk verschillende activiteiten om de hoogstam-fruitboomgaarden in stand te houden en waar mogelijk uit te breiden. De KNNV heeft een achttal boomgaarden geadopteerd, die los kwamen te staan van het erf waar ze bij hoorden. Dode bomen zijn gerooid, nieuwe aanplant is gepoot, de bijbehorende houtwallen zijn verzorgd en moestuintjes zijn weer in ere hersteld. Maar dit is maar een druppel op een gloeiende plaat. Er is meer nodig aan kennis en inzicht en vooral ondersteuning voor de eigenaren van de nog bestaande boomgaarden en initiatieven voor nieuwe boomgaarden.

Typische MD-soorten ?
Meer kennis is nodig over hoeveel boomgaarden er nog zijn en welke fruitrassen er op staan. Begonnen is met een inventarisatieproject (zie tekstkader).
Het is nog veel te vroeg om echt iets te zeggen over wat nu de populaire hoogstamfruitrassen zijn in Midden-Delfland. Een aantal rassen springt er al wel uit. Naast een bekende soort als de Goudreinet, Schone van Boskoop (de appeltaartappel) bij de appels, zijn er toch ook nog flink wat minder bekende, oude soorten.

Een voorbeeld van zo’n oude soort is de Pondspeer. Dit is een forse, ronde, grote en ook lekkere stoofpeer, waarvan het vrucht-vlees na het stoven donkerrood kleurt. Door de opkomst, ook in Midden-Delfland, van andere rassen als Saint-Rémy en Gieser Wildeman is de soort bijna vergeten. De Kruidenierspeer heeft een Zuid-Hollandse afkomst. Hij is rond 1900 door de familie Kruidenier in Zuid-Holland gekweekt. Het is een kleine groene handpeer. Hij heeft een goede rinse smaak en is weinig gevoelig voor ziektes, maar is maar kort houdbaar.

Een greep uit de verder voorkomende perensoorten: Zoete Brederode (rood-kokende stoofpeer), Noord-Hollandse Suikerpeer (zoete hand- en stoofpeer) en Winterjan/kleipeer (roodkokende stoofpeer) en Zwijndrechtse wijnpeer (zoete hand- en stoofpeer). De eerste inventarisaties wijzen er op dat de stoofperenrassen in de meerderheid zijn. Of en waarom dat zo is (houdbaarheid, ziektegevoeligheid) moet nog blijken.


Wel lijkt het er op dat in Midden-Delfland meer appels dan peren op de boomgaarden staan. Andere voorkomende appelsoorten zijn: Notarisappel (aromatische zachtzure handappel geteeld  door notaris J.H.Th.W. van den Ham te Lunteren in 1890), Zoete campagner (inheemse zoete stoofappel), Lombarts Calville (groengele handappel, maar ook geschikt voor sap, appelmoes en appelgebak), Ingrid Marie (rood gespikkelde hand- en stoofappel ontdekt in 1910 in Denemarken), Zoete Ermgaard (zoete hand- en stoofappel vooral in Noord- en Zuid-Holland), Cox Orange Pippin (sappige hand- en moesappel), Sterappel (zacht zure, helder rode handappel met kleine stippen), Lemoenappel (grote, roestbruine, friszure handappel), Rode Jonathan (rode ‘kerstappel’, goed voor droging) en Bramley’s Seedling (moesappel).


Verder komen er pruimen voor, een bekende soort is de Kroosjespruim: Kroosje. Het is een ronde, geel met rood gestippelde pruim. Deze pruim is tamelijk sappig met een speciaal aangenaam gesuikerd aroma en fijn en zacht. Bovendien is deze pruim weinig gevoelig voor ziektes. Rond 1500 uit Azië in Frankrijk geïmporteerd door koning René d‘Anjou. Een andere is de Reine Victoria (Engeland, 1840), een lekkere, helderrode, bedauwde sappige pruim. Deze soort geeft grote opbrengst met als nadeel de gevoeligheid voor loodglans. Voor kersen is het beeld onduidelijk; het lijkt er op dat in Midden-Delfland de pruimen van oudsher meer in de smaak vallen, maar dat moet nog blijken uit de verdere inventarisatie. Wel staat er hier en daar een Morel, een superzure kers, maar zeer geschikt voor heerlijke jams. Mogelijk is voor de kers veel grond toch te nat of te venig.


Vrijwel elke boerenerf had/heeft minstens één walnotenboom (Juglans regia), die een flinke hoogte kunnen bereiken en waarvan de bladeren zo heerlijk aromatisch kunnen geuren. Walnoten vind je doorgaans niet in de boomgaard, maar vaker op het erf. Van oudsher meestal nabij het oude woonhuis (keukenraam) tegen de vliegen.


De moerbei staat jammer genoeg niet veel op deze boomgaarden, maar hij komt wel voor. Zo staat er een oude, prachtig uitgegroeide moerbei op boomgaard Groeneweg 29. Als de vruchtjes rijp zijn, zijn ze donkerrood en lijken op een  framboos.

Nieuwe impuls
We zullen nog wel even bezig zijn met de inventarisatie. Ieders hulp is welkom (zie tekstkader). Ondertussen gaan we proberen om een soort abonnementensysteem op te zetten voor fruitboomeigenaren. Dit vooral om het onderhoud, waar de nodige snoeikennis bij komt kijken, voor het hoogstamfruit te verbeteren en waar nodig nieuwe oude rassen aan te planten.

 

 

Inventarisatie fruitboomsoorten
De Werkgroep Bomen van de Midden-Delfland Vereniging en de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging afdeling Delfland roepen de inwoners van Midden-Delfland op om hun hoogstam-boomgaarden aan te melden als cultuurhistorische en natuurhistorische parels in het landschap. Naast het cultuurhistorische belang zijn deze boomgaarden ook van belang voor de natuur. Het zijn bijvoorbeeld geliefde plekken voor steenuilen. Met deze inventarisatie hoopt de KNNV inzicht te krijgen hoeveel er nog zijn en waar ze staan en ook welke fruitboomrassen typerend zijn voor Midden-Delfland. Vraag een inventarisatieformulier aan via:
015 - 261 00 48 of via afdelingDelfland@knnv.nl

 

Deel deze pagina