Verslag van 20 augustus 2011, verzorgd door Kees Mostert
 

Organisatie: samenwerking IVN afdeling Delft, KNNV afdeling Delfland en Vogelwacht Delft

Het was een leuke, leerzame en zonnige dag. Om 11:00 uur kwamen ongeveer 12 mensen in het gebouwtje van de Papaver bij elkaar om meer te weten te komen over libellen in het algemeen en speciaal de libellen die leven in het gebied rond Delft. Het programma bestond uit twee delen: Eerst kregen we zo'n anderhalf uur uitleg van Kees Mostert over de libellen, o.a. het verschil tussen juffers en echte libellen (het formaat, de stand van de ogen en de vleugels is verschillend). Ook de specifieke kenmerken en waar we allemaal op moesten letten in het veld werd goed uitgelegd. Daarna gingen we het veld in.

Kenmerken
Het kleine vlekje (Pterostigma) op de vleugels is kenmerkend. Dat kan per soort verschillen, daar moet dus goed op gelet worden. Evenals op het figuurtje op het eerste en laatste segment van het achterlijf. Ook het borststuk en de kleur van de ogen zijn belangrijk. Voor het onderscheid tussen de steenrode en de bruinrode heidelibel is aanwezigheid van een zwarte 'snor' langs de neus belangrijk. Ook  de kleur van de poten is verschillend. Voor degene die zich er verder in wil verdiepen: kijk eens op de site www.libellennet.nl, van de Vlinderstichting.

Kees tekent kenmerken

Kees tekent kenmerken op een flapover

Kees gaf ons wel de tip om ons eerst te concentreren op de volwassen mannetjes omdat die het makkelijkst te herkennen zijn.

Er leven zo'n 10-15 soorten echte libellen en 10 juffers rondom Delft. In heel Nederland leven respectievelijk 45 en 25 soorten. Die kun je niet allemaal tegelijk tegenkomen omdat ze niet allemaal in dezelfde periode vliegen. In de winter kom je ze niet tegen, ze komen pas op gang als het lekker warm wordt. Dit jaar was dat eind april, maar in sommige jaren is het wel eens pas in de derde week van mei. De tijd dat ze vliegen is gelijk ook weer een determinatie kenmerk: er zijn 2 soorten roodoogjuffers, de kleine en de grote. Als je er één in juni tegenkomt is het vaak de grote, later eind juni tot in september is het de kleine. Voorzichtig lopend langs de waterkant, eventueel speurend met een verrekijker kom je al een heel eind. Wij hebben op deze dag totaal 12 soorten gezien.
Verder is leuk om te weten dat de aanwezigheid van libellen iets zegt over de biotoop. Zoet, brak, zout, schoon water (of vuil als ze er niet zijn), stromend of stilstaand water, in kleigebieden of een riviersysteem.

Naar buiten: waarnemen!
Na de uitleg gingen we wandelend het nabijgelegen heempark in waarna we op de fiets stapten om wat verderop ook libellen te kunnen bekijken. Gelukkig scheen de zon weer eens in deze zo natte zomer, zodat we goede kans hadden om ook libellen te zien.
We vroegen ons af hoe je de kenmerken van zo'n libel zou kunnen zien als ze heen en weer vliegen of verder weg zijn. Maar dat werd opgelost. Een goede zwaai van Wim met zijn net leverde meestal wel een vangst op, waarna het beestje er voorzichtig uitgepeuterd werd.
 

Een goede zwaai

Een goede zwaai en dan peuteren

En vervolgens vleugellam gemaakt door de vier vleugels plat tussen de vingers te nemen. Daar was Kees heel handig in.
En dan konden we de vlekjes op de vleugels en wel of geen snor goed zien.
 

Een snor?

Vastpakken bij de vleugels, een snor??

Heemtuin
En …we vonden ze ook de libellen en de juffers, verschillende soorten:
1. paardenbijter (een echte libel)
2. houtpantserjuffer
3. steenrode heidelibelle
4. bloedrode heidelibelle

Toen we over het knuppelpad liepen, met riet aan weerszijden, zagen we en passant ook nog een kleine karekiet met jong dichtbij en op ooghoogte. Was óók leuk om te zien (in ieder geval voor de enige 'vogelwachter' in het gezelschap).

Hertekamp
In een slootje kwamen we weer een houtpantserjuffer tegen, en  blauwe glazenmakers, met hun typische vlucht.
5. blauwe glazenmaker
Vlakbij was ook een poel waar normaal veel water in staat maar dat nu begroeid was met riet. We zagen er weer houtpantser-juffers, leuk was dat ze eitjes aan het afzetten waren. En weer een paardenbijter en ook een lantaarntje.
6. lantaarntje
We gingen net weg toen Wim een tijgerspin zag. Een bijzondere waarneming omdat tijgerspinnen nog niet zo vaak zo noordelijk ontdekt zijn. Het is een spin die zijn leefgebied uitbreidt onder invloed van de klimaatverandering. Kenmerkend voor de tijgerspin is het laddertje in zijn web. Waarvan niemand weet waar het voor dient.

Dobbeplas
Bij de dobbeplas zag Kees een grote keizerlibel. Verder allemaal kleine roodoogjuffers en watersnuffels, blauw gekleurd. In de plas lag veel brede waterpest, waar libellen wel van houden.
7. grote keizerlibel
8. kleine roodoogjuffer
9. watersnuffel


Slootjes rond de Dobbeplas
In de slootjes rond de Dobbeplas zagen we nog meer roodoogjuffers, lantaarntjes en steenrode heidelibellen. Ook kwamen we daar metaalgroenige libel tegen met bruine vlekjes op de vleugels: een gewone pantserjuffer. Een soort die je niet zo vaak tegen komt in de omgeving van Delft.
Het duidde volgens Kees op een 'leuke kwaliteit sloot'.
10. gewone pantserjuffer
Het viel Kees op dat we weinig oeverlibellen zagen. Dat is een zomerlibel die normaal veel voorkomen ook in gebieden in Delfland. Gelukkig zagen we hem toch nog in één van de slootjes, de sloot waar veel krabbescheer in groeit.
Daar zagen we ook nog weer een grote keizerlibel én een vroege glazenmaker (roestbruin met groene ogen), een soort die ook niet veel voorkomt hier.
11. gewone oeverlibel
12. vroege glazenmaker

Libellenworkshop

Inmiddels was het 16:00 uur geworden en waren we allemaal toe aan iets te drinken. Even uitrusten bij Uylenburg was een goed idee. Het zonnetje scheen nog steeds, dus we konden lekker op het (drukke) terras een beetje napraten. En de woorden van Kees konden we nu allemaal beamen:
"Vaak is het een kwestie van gewoon goed kijken, stil staan , een minuutje of zo, en dan ga je ze gewoon zien : die libellen”.

Libellenworkshop

Deel deze pagina