Dik Ludikhuize

Water is nodig voor al het leven op onze aarde. Niet alleen de hoeveelheid water is van belang, maar ook de kwaliteit ervan. Hierbij wordt zowel de chemische kwaliteit (stoffen) als de biologische kwaliteit (planten en dieren) bedoeld. Er is niet één standaardnorm voor waterkwaliteit die geschikt is voor alle situaties, bijvoorbeeld voor zowel zeewater als rivierwater. Maar er is wel bekend waar de kwaliteit van wateren aan moet voldoen. In Europa is dat vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze Kaderrichtlijn is in 2000 van kracht geworden en de gewenste verbeteringen worden sinds 2008 door de lidstaten planmatig vastgelegd. Het doel is dat in 2027 de waterkwaliteit van alle Europese wateren voldoet aan de gestelde normen. In Nederland worden de waterkwaliteitsplannen opgesteld door de verschillende waterbeheerders (Rijk, Waterschappen). In Delfland is dit plan opgesteld door het Hoogheemraadschap van Delfland.

Huidige situatie
De waterkwaliteit in Delfland voldoet in grote delen van het gebied nog niet aan de gestelde normen. Dit geldt zowel voor de chemische als de biologische kwaliteit.


Chemische waterkwaliteit
In het geval van de chemische waterkwaliteit geldt dit vooral voor de voedingsstoffen (nutriënten: stikstof en fosfaat) en de bestrijdingsmiddelen.

Uit de stoffenbalans voor Delfland blijkt duidelijk dat de bronnen van deze stoffen zich binnen Delfland bevinden. De belangrijkste bronnen zijn glastuinbouw, veeteelt, afspoeling van verhard en onverhard oppervlak en uitspoeling via grondwater.

Daarnaast is de historische verontreiniging in de waterbodem van belang. In de loop van de tijd is een deel van de verontreiniging opgeslagen in de bodem. Dit geldt vooral voor fosfaat.

De concentraties stikstof in het water zijn de afgelopen decennia weliswaar gedaald, maar de gemiddelde concentraties in de Westboezem (de boezem ten westen van de Schie) zijn toch nog ongeveer 2,5 maal hoger dan de norm en de gemiddelde concentraties in de Oostboezem (de Schie en de oostelijke zijkanalen) zijn nog altijd ongeveer 1,2 maal hoger dan de norm (zie onderstaande figuur).

Concentraties stikstof in Delflands water.

Het gehalte fosfaat is ook gedaald, maar vanwege de grote invloed van de historische opslag in de waterbodem is deze daling veel geringer dan die van stikstof.

Ook bij de bestrijdingsmiddelen is het aantal overschrijdingen van de norm gedaald. Vooral de belasting vanuit de glastuinbouw neemt af. Maar er blijven toch nog regelmatig en verdeeld over het gebied overschrijdingen van de normen plaatsvinden.

Deze overschrijdingen van de normen hebben een aantoonbaar effect op de biologische waterkwaliteit. Dit blijkt uit proeven met muggenlarven die daar gedaan zijn.

Er treedt ook een verschuiving op in de stoffen. Dit komt omdat er nieuwe typen bestrijdingsmiddelen komen, zoals neonicotinoïden. Deze werken veel breder door in het milieu.


Biologische waterkwaliteit
De bedekking met planten is een maat voor de biologische waterkwaliteit.

Uit de onderstaande tabel blijkt dat in Delfland een groot deel van de onderzochte locaties een slechte of ontoereikende waterkwaliteit hebben, omdat er veel te weinig waterplanten zijn (0-5%). Voor de ondergedoken waterplanten ('Submers') is de situatie beter dan voor de uit het water oprijzende waterplanten ('Emers').

De hoeveelheid waterplanten als maat voor de waterkwaliteit.

Toelichting: geheel onder water groeiende planten heten 'Submers', boven water groeiende planten heten 'Emers'.


Het feit dat er weinig waterplanten zijn heeft uitwerking op de fauna. Dat geldt vooral voor macrofauna en vissen. Een voorbeeld hiervan is de snoek, die voor zijn nieuwe broed schuilplaatsen nodig heeft. Dat zijn de gebieden met veel waterplanten. De snoek eet namelijk zijn eigen broed op, waardoor het schuilen extra belangrijk is om te overleven.

Ook het doorzicht is van belang, omdat de snoek op zicht jaagt.

In Delfland is veel water troebel. Door het ontbreken van de waterplanten is er veel slib in het water. Door de hoge nutriëntengehalten zijn er ook veel algen ('groene soep'). Dit betekent vooral veel kansen voor de karper en de snoekbaars en een enorme belemmering voor de snoek en de voorn. De karper is een vis die het bodemslib opwoelt en zo het troebele water in stand houdt.

Het watersysteem in Delfland heeft ook veel obstakels voor vissen. De trekroutes tussen polder, boezem, rivier en zee worden bemoeilijkt door gemalen.  De trekroutes binnen polders worden bemoeilijkt door stuwen. Er ontbreken voldoende mogelijkheden om te paaien.

Een belangrijke recreatieve functie van een aantal wateren in Delfland is zwemwater. Ook dit zwemwater moet voldoen aan Europese normen. Een probleem in Delfland is dat vooral in de grotere zwemplassen (Delftse Hout, Dobbeplas en Krabbeplas) vaak blauwalgen groeien. Blauwalgen zijn bacteriën die een stof uitscheiden die huidirritatie kan opleveren. Bij hoge concentraties kan deze stof, zeker voor dieren, dodelijk zijn. De oorzaak van deze blauwalgengroei zijn voedingsstoffen (nutriënten) in combinatie met een hoge watertemperatuur (tussen 20 en 30oC).


Plannen
Een wezenlijk onderdeel van de Kaderrichtlijn Water is het opstellen en uitvoeren van plannen. In de huidige planperiode tot 2015 worden de volgende maatregelen uitgevoerd.


Aansluiten glastuinbouw op riolering
Om deze bron van verontreiniging op korte termijn te saneren is besloten de glastuinbouw op de riolering aan te sluiten. De gemeenten hebben riolering aangelegd in het glastuinbouwgebied en Delfland heeft deze riolering aangesloten op de afvalwaterzuivering. Samen met de gemeenten wordt gecontroleerd of de glastuinbouw haar installaties heeft aangesloten op de riolering. Inmiddels is ruim 90% van de glastuinbouw aangesloten. Op lange termijn is het streven om te komen tot een volledig gesloten systeem. Er wordt nu al veel water gerecycled, maar door het oplopen van concentraties ongewenste stoffen of het optreden van ziekten blijft restlozing nu nog noodzakelijk.



Baggeren
Zeker bij stoffen die adsorberen aan het slib (zoals fosfaat) is het zinvol om als de belasting van het oppervlaktewater voldoende gedaald is de historische verontreiniging in het bodemmateriaal te verwijderen door de bodem volledig schoon te baggeren. Normaliter baggert Delfland de grotere wateren iedere 8 jaar, maar dan wordt alleen gebaggerd voor het handhaven van voldoende stroomprofiel. Na dit baggerwerk resteert vaak nog een laag verontreinigd bodemslib. De verwachting is dat, nu de glastuinbouw vrijwel volledig is aangesloten, de gehalten voldoende zijn gedaald om dit ‘kwaliteits’ baggerwerk te gaan uitvoeren.

Baggeren wordt ook als maatregel ingezet om de zwemwaterkwaliteit te verbeteren, zoals bij de Dobbeplas (in 2011 uitgevoerd) en de Delftse Hout (2012). Bij de Dobbeplas heeft dat tot een verbetering van de waterkwaliteit geleid. Bij de Delftse Hout is het nog even afwachten, omdat het vaak een jaar duurt voordat de maatregel effectief is.


Veeteelt
Midden-Delfland is een (veen)weidegebied waar door het gebruik ook belasting van het oppervlaktewater plaatsvindt. Een deel van deze belasting is historisch vanwege de intensieve bemesting. Door een gesloten mestboekhouding en een extensief beheer, bijvoorbeeld in combinatie met weidevogelbeheer, kan deze belasting worden gereduceerd.


Overstorten
In het oud stedelijk gebied vindt bij intensieve regenval overstort plaats vanuit de gemengde riolering.
Deze overstort bestaat uit een mengsel van huishoudelijk afvalwater en regenwater. In nieuw stedelijk gebied is er een gescheiden riolering. Het huishoudelijk afvalwater en het regenwater wordt hier via een aparte riolering afgevoerd.

Het verminderen van de omvang van de overstort is mogelijk door afkoppelen. Dit betekent dat voor een specifiek gebied, bijvoorbeeld een plein of een parkeerterrein, wordt afgekoppeld van het gemengde riool en via een apart riool wordt aangesloten op het oppervlaktewater. Omzetten van een gemengde riolering naar een gescheiden rioolsysteem kan feitelijk alleen bij stadvernieuwing, omdat de afvalwater- en regenwaterriolen volledig met elkaar verknoopt zijn, zeker in woningen.


Natuurvriendelijke oevers
Een belangrijk aspect ten aanzien van de ecologische kwaliteit is het grotendeels ontbreken van waterplanten, vooral de boven water uitstekende waterplanten. Door het aanleggen van natuurvriendelijke oevers wordt dit verbeterd. Vaak gaat dat in combinatie met het verbreden van de watergang, zodat er ook meer berging ontstaat voor het opvangen van wateroverlast.


Vistrap, vislift en vispaaiplaatsen
Er zijn inmiddels allerlei maatregelen genomen om de intrek van vis vanuit de Noordzee en de Nieuwe Waterweg te verbeteren. Uit onderzoek is gebleken dat dit werkt. Er is ook steeds meer aandacht voor visvriendelijke gemalen.  Er worden voorziening zoals vistrappen of visliften aangelegd om vis te laten trekken tussen de polders en de boezem. Er worden vispaaiplaatsen aangelegd. Een bijzonder voorbeeld hiervan is de vispaaiplaats voor Snoek in de Zeven Gaten van Van Lingen.


Doorspoelen
Een maatregel om de waterkwaliteit te verbeteren is het doorspoelen met kwalitatief beter water. In Delfland kan dat met het zoetwater dat vanuit het Brielse Meer aangevoerd wordt. Dit aangevoerde water wordt in de zomer gebruikt om het watertekort aan te vullen dat ontstaat als er weinig regen en veel verdamping is. Deze maatregel staat wel ter discussie. De gehalten dalen weliswaar, maar aan de belasting met verontreinigingen wordt niets gedaan.
Toch kan deze maatregel van belang zijn om het watersysteem een duw in de goede richting te geven. Er zit ‘weerstand’ op de omslag van een nutriëntrijk naar een nutriëntarm watersysteem. Doorspoelen, met de daarbij optredende verlaging van nutriënten, kan juist een zetje geven om de ‘weerstand’ te overwinnen.

Huis en tuin
Natuurlijk kunnen we zelf ook wat doen. Gebruik geen bestrijdingsmiddelen en beperk bemesting. Dat geldt ook voor eigen compost, vooral als je ook groenteafval toevoegt van groente die niet uit eigen tuin komen. Houdt de natuurlijke kringloop in balans.

In nieuwbouwwijken met gescheiden stelsels (na 1960) moet je geen vuil water in de straatriolen gieten, want dat komt direct in de sloot.
Dus ook niet de auto wassen, want door het wassen komen veel vervuilende stoffen (o.a. PAK’s) vrij die de sloot in spoelen.

En … eendjes voeren is leuk, zeker met kinderen, maar overvoer ze niet, want dat is in feite een verontreiniging van het water met voedingstoffen. Dit geld ook voor het lokvoer dat vissers gebruiken op hun visstek.

Deel deze pagina