Hagel en stortbuien vielen neer in groten getale. Ik hield de buienradar nauwlettend in de gaten de laatste dagen. Het is lastig vogelen daar bij het Zuidlaardermeer als alle geluid overstemd wordt door regen en wind. Gelukkig hebben we het de hele dag droog gehouden en was het niet al te koud voor de tijd van het jaar. Slechts wat tegenwind op de terugweg maar dat hoort ook zo, heen heb je wind mee en terug slaat de vermoeidheid toe en worden ongeoefende fietsers op de proef gesteld.
Het Zuidlaardermeer gebied is een van onze Natura 2000 gebieden.Het is landelijk bekend n om de vele water en moerasvogels. In het verleden heb ik daar wel wind- gesurft en later toen ik tot ik inkeer en zo stijf als een plank was geworden, heb ik daar wintertellingen gedaan met Harold Steendam. Dat waren mooie tellingen en hij heeft mij het gebied wat ik al zolang kende met andere ogen leren zien. Het is nu nog mooier geworden. Dat danken we aan de watersnood in “STAD”. Het heeft waterbergingsgebieden op geleverd die nu voor ons vogelaars een feest zijn.
In vorige jaren zijn we naar de Onlanden geweest. Dat is een relatief jong natuurgebied waar in korte tijd indrukwekkende aantallen en soms zeldzame vogels hun stek hebben gevonden. Dat lokt dan weer vogelaars aan. Het is zeker de moeite waard om daar de komende maanden eens rond te neuzen en te luisteren en kijken naar het Kleinst waterhoen en zijn soorthoengenoten.
Het Drentse landschap heeft een grensoverschrijdende fietsroute uitgezet. Je fietst dan vanaf Spijkerboor naar het noorden rond het Zuidlaardermeer  en terug, een tocht van 36 km. Dat is een eind als je ook nog vogels wilt kijken. Bij het Groninger Landschap houden ze het op een thuiswedstrijd en fiets je slechts het gehele Zuidlaardermeer rond, ca. 16 km.
De oost kant van het meer vond ik voor ons doel minder aantrekkelijk, het is wel in het spoor van de wolf, maar het is ook een nogal drukke weg waarlangs je een eind moet fietsen. In de winter is dat gebied interessant vanwege de grote aantallen ganzen en zwanen in de aanpalende weiden. Er liggen nogal wat ganzen gedooggebieden waar je deze soorten met tienduizenden kan waarnemen. Daar is het nu de tijd niet meer voor.
Ik was getriggerd door de Oostpolder, de Westerbroekstermadepolder, het Foxholstermeer, de Kropswolderbuitenpolder en de Oosterpolder en de Onnerpolder. Meer dan 80 soorten weidevogels zijn daar te zien en te horen en dat is een schaars goed. Daar moeten we dus zijn en zo is het op 29 april ook gegaan. Nu wil het toeval, maar zo toevallig is dat ook niet, dat ons lijfblad “Vogels” van Vogelbescherming een juichend artikel heeft gewijd aan exact deze route. Wij zijn dus net op tijd, straks wordt het daar druk met vogelaars.
Vorig jaar broedde daar de witwang- en witvleugelstern en de zwarte stern is al gesignaleerd. Ook de Zeearend vliegt daar regelmatig rond. De steltkluten broeden er en de Zwarte ibis is daar vaker gezien. Dit Mekka voor de vogelaar ligt  vlakbij en het  is dus de moeite waard voor een mooie ontdekkingstocht. Daarom verzamelde zich op 29 april een aantal auto’s voorzien van fietsen achterop, erin of op de kar bij de Smelt. Vandaar ging het naar de parkeerplaats bij het meer in Zuidlaren en nam de tocht voor 19 vogelaars een aanvang.
Wij wierpen een eerste blik op het meer met zijn vele boerenzwaluwen en visdiefjes en eenden. De eerste gierzwaluwen zijn al weer terug, ”This little bird, that somebody send”, zingt Marianne  Faithfull.  Als zij er zijn dan begint de zomer zelfs een dag eerder dit jaar dan gewoonlijk. Vervolgens zijn wij  op de fiets langs de knotwilgen naar de afslag bij Midlaren gereden. Daar wordt in de roekenkolonie menig ei in relatieve stilte uitgebroed .
Onderweg worden al de nodige bos en tuinvogels gespot en wordt uitgelegd welk geluid bij wie hoort en welk tsiektsiekje nu weer net even meer tssssiek is dan dat andere tsiiiiekje, bijvoorbeeld de Bonte vliegenvanger. “Hoor je wel, dat, ja, dat geluid is het!” en dan horen ze het nog niet.
Een paar weken terug was het geroep/gekras in de roekenkolonie niet van de lucht als gevolg van de discussies over de beste nestplaats.Zo hoog mogelijk maar ook niet te hoog, dan krijg je de stront van een ander niet in je nek en ben je niet al te zichtbaar voor grotere vogels van boven af. Nu hielden de heren de wacht bij hun broedende eega. De drukke tijd komt er nog aan voor hen.
Hier is de afslag naar de Bloemert, een oud landgoed, wat nu in handen is gevallen van Landal met bijbehorend vermaak. In mijn jonge jaren kwam ik daar vaak om de nestkasten te controleren, het merendeel van de bomen staat er nog, maar de kasten zijn weg. Ook is er gebouwd in het bos, maar het blijft een charmant stukje bos.
Verder ging de tocht door het dorp Midlaren naar Noordlaren.Daar sla je af naar de polders. Een adembenemend landschap wat je nog kent van de schoolplaten en de Verkadealbums, ontrolt zich voor je ogen en oren. Het  grut-grutto en tu-leluu en de jubel van de veldleeuwerik is niet van de lucht. De kievit laat  zich evenmin onbetuigd. Dan sta je langdurig stil en slurpt met grote teugen al die indrukken op.
Het was meteen raak.Op een pas geploegd perceel zaten 10 tapuiten en in hun midden een prachtig paapje. Jammer dat het deze beide soorten  nu zo slecht gaat in ons land. Wellicht als er weer meer konijnen zijn, komen ze weer op onze telgebieden. Het paapje voelt zich een beetje erg verantwoordelijk, zij blijft zitten op het nest als de maaimachine eraan komt., Daarom moet zij het uitsluitend hebben van gebieden waar niet zo vroeg gemaaid wordt. Het Fochteloerveen is daarom zo geschikt voor deze soort.
 Alle vogels zijn nu zo aan het begin van het broedseizoen mooi op kleur en op korte afstand goed te zien. Dat was trouwens opvallend, veel soorten hebben een kleine opvliegafstand, als je je bedaard gedraagt, dat valt ons ouderen niet zwaar, kan je ze goed van dichtbij bekijken.
In de verte vloog een grote groep vogels die wit oplichten van onderen en dan weet je het al, Kemphanen en niet zo weinig ook. Maar goed eerst nog naar de toren waar de wind al aardig vat op had luisteren naar de rietzanger, de bosrietzanger en de rietgors.
Vlakbij elkaar aan de voet van de toren zaten de  twee soorten knalgele kwikstaarten, de Gele en de Grote Gele kwikstaart. De Witte Kwikstaart waren we al eerder tegengekomen, maar deze weidevogels zijn de kers op de taart, een taart die langzaam maar zeker een kersenvlaai begint te worden.
De grutto’s en de tureluurs zijn daar in grote aantallen aanwezig, de scholekster zie je minder. Blijkbaar is de Piet gewend aan de veiligheid op de daken waar hij nu zo veel broedt. Grutto en tureluur moeten het vooral hebben van de bloemrijke natte weides.
 Overal scharrelen ganzen, de Canadese, Grauwe en de Brandsoort. Dan komen we vlakbij de kemphanen. Hun bonte kragen en in allerlei kleuren, het is lang geleden dat je in zo’n grote groep bij elkaar zag. De zomer- en wintertalingen en veel slobeenden zwemmen in de sloten en de meerkoeten zitten al op het nest.Hun felle knokpartijen van een paar weken geleden zijn beëindigd en de aandacht is nu gericht op het voortbrengen van nieuwe koetjes.
Na zo een aantal uren genoten te hebben van de vele soorten vogels, zijn wij bij het leuke restaurant “ De waterjuffers “ gekomen. Dat ligt aan de rand van het Drentse diep met uitzicht op het meer en de camping aan de overzijde. De uitbaatster, Liliane, had al gehoord dat de witwangstern er weer is maar wij hebben die vogels gemist. Dat was niet de enige soort die wij misten, de ruiters en de steltkluten zitten in een ander deel van de polder en daar zijn we niet geweest. Je komt tijd te kort.
Na een uitstekende biologische lunch te hebben genoten zijn we overgestoken. Je kunt het Drentse diep oversteken met een zelf te bedienen pont of je wordt overgezet met de pont van de palingboer. Breed is het niet dat Diep, hij zet de motor aan en dadelijk weer af om vervolgens aan te meren aan de andere zijde. Daar moet je over de camping fietsen door een ca. 15 jaar oud aangelegd bos waar al wel veel vogelsoorten verkeren naar de Kropswolderbuitenpolder. Die staat nu bijna geheel onder water, dat is nog maar een paar jaar zo.
What a beautiful day.
 In de dijk is een mooie kijkhut verdiept aangelegd, je had daar op waterhoogte zicht op de vogels. Die hut is slechts een paar maanden in gebruik geweest. Hij was voorzien van dikke rubbermatten en geriefelijke houten banken. Dat is in de brand gestoken en de lucht van verbrand rubber hing er maanden later nog steeds, nu is de hut afgesloten. Er voor in de plaats is een enorme kijkhut geplaatst die ook seniorproof is. Er loopt een lange met beton geplaveide helling heen voor je rollator, scootmobiel of rolstoel. We kunnen er dus nog lang gebruik van maken.
Je hebt er een mooi uitzicht op een grote kokmeeuwen kolonie. Op elke pol rus zit een meeuw op het nest en tussen al die kokmeeuwen ontdekten we een dwergmeeuw, die gaat er bij voorkeur tussen zitten, gezelligheid en veiligheid gegarandeerd. Er was enige discussie over een eventuele zwartkopmeeuw, maar we hebben het bij eventueel gelaten. Een eenzame achtergebleven smient zwom er nog rond. In de wintermaanden zitten hier behalve erg veel ganzen ook duizenden fluitende smienten. Er zijn dan ook waterpiepers, al is het lastig om die te onderscheiden van de graspieper.
 Langs deze polder fietsend zagen we veel geoorde futen. Een paar vertoonde nog baltsgedrag, een combinatie van line-dancen en synchroon zwemmen zonder die irritante cowboyhoed en die hagelwitte glimlach. Vandaar kan je weer terugkeren met de pont naar de Oostpolder of door fietsen langs de Energieweg en het Winschoterdiep richting Haren. Omdat de steltkluten ook daar in de Westerbroekstermadepolder waren gezien hebben we die route gevolgd. Er waren een paar kluten, sierlijke vogels, maar geen stelt. In deze polder staat ook een kijkhut op enige afstand lopen van de weg. Gelet op het al gevorderde uur en het bereikte vogelverzadigingsniveau hebben we volstaan met een paar insteekjes en dan door naar Haren en terug via Onnen naar de parkeerplaats. Daardoor zijn we niet in de Onnerpolder geweest en daar zitten de ruiters en steltkluten. Die bewaren we voor veen volgende keer. Alles bij elkaar was het een zeer geslaagde tocht.
De waargenomen soorten op een rij:
Fu, Aal, GrZi, BlR, Ooi, KnZ, BGa, SoeG, GGa, IGA, BE, NGa, Smient, WE, KrE, SE, WT, ZoT, TE, KE, SoE, Sp, Bui, Fa, WH, MK, Sc, KL, KH, Wu, Gr, Tu, Oel, WS, DwM, KoM, StM, ZiM, KMM, GZ, GBS, VL, BZ, HZ, BP, GP, WKw, GGKw, GKw, W, HM, R, GRS, ZRS, Paapje, RTa, Ta, M, KV, Z, SZ, RZ, B, KK, T, BS, GM, ZK, F, Tj, BVl, Mat, P, K, SM, BKl, BKr, S, Gaai, E, Ka, ZKr, Roek, H, V, G, Pu, Kn, GG, RG.
 Dat is 90 soorten en geen onaardig resultaat voor een dag vogelen in een prachtig gebied.
 It was a beautiful day.

Nico Rommes,
Rolde 1 mei 2015,

 

Hieronder foto's gemaakt tijdens de fietstocht, door Rieks Koornwinder, Heleen Medema en Roelof Manting

Kropswolder fietsgroep


Baltsende futen  Baltsende futen

Grutto Grutto

Kemphanen Kemphanen

Kemphanen 2 Kemphanen

Ooievaar Ooievaar

Rietzanger 1 Rietzanger

Rietzanger 2 Rietzanger

Tureluur Tureluur

 

Deel deze pagina