2009
zand
Oppervlakte: 
278 ha
Afdelingen
Foto: Raimond Pahlplatz

Te midden van uitgestrekt jong ontginningslandschap in het oosten en zuiden van Nederland liggen restanten van het vroegere heidelandschap. Een van die restanten is de Boschhuizerbergen, tussen de Peel bij Venray en de Maas.
Boschhuizerbergen is na de laatste ijstijd ontstaan als onderdeel van een uitgestrekt zandgebied in Noord-Limburg en Oost-Brabant. Op deze arme gronden kwamen weinig begroeide zandverstuivingen en droge heiden voor, waarin de Jeneverbes lange tijd een algemene verschijning was. De droge schrale grond kon niet worden gebruikt als akker. Alleen voor schapen viel er nog iets te halen.

Door de intensieve begrazing van de heide verdween plaatselijk de begroeiing. Hierdoor ontstond een stuifzandgebied met flinke hoogteverschillen door uitgestoven laagtes en opgestoven zandduinen. Deze duinen zijn nog in het landschap herkenbaar maar zijn tegenwoordig deels begroeid.
Omdat het stuivende zand hinderlijk was voor de omgeving en er grote vraag was naar stuthout in de Limburgse mijnen werden grote delen van het gebied ingeplant met Grove dennen.

Eind 1920 werden plannen ontwikkeld om Boschhuizerbergen helemaal te ontginnen. Het natuurgebied met de inmiddels zeldzaam geworden Jeneverbessenstruwelen dreigde te verdwijnen. Dit gegeven vormde aanleiding om de Stichting het Limburgs Landschap op te richten.

Natuurwaarden: 
Natuurlijke processen en het gebruik door de mens gaven in Boschhuizerbergen vorm aan het gevarieerde landschap met de stuifduinen, heide en bos. De Jeneverbesstruwelen in Boschhuizerbergen zijn van Europese betekenis en behoren tot de grootste en oudste Jeneverbesstruwelen van Zuid-Nederland. Sommige exemplaren zijn meer dan 110 jaar oud. Tegenwoordig vindt er weinig tot geen natuurlijke verjonging plaats omdat de omstandigheden voor kieming niet optimaal zijn. De Jeneverbes is een pionierssoort waarvan de zaden kiemen in minerale bodems, zoals in stuifzanden. Door plaatselijk Grove dennen en andere bomen rond de Jeneverbessen te kappen en het vroegere gebruik (schapenbegrazing) in ere te herstellen, komen hier en daar weer pionierssituaties voor. Op deze plaatsen zijn inmiddels weer jonge planten aanwezig. Het open zand is weinig uitnodigend voor planten en dieren. De temperatuurverschillen zijn in de zomer erg groot (van bijna 0°C ’s nachts tot 50°C in de middag), open water komt niet voor en het stuivend zand verandert de omgeving voortdurend. Toch zijn er verschillende soorten die zich hier goed thuisvoelen. De Levendbarende hagedis en veel warmteminnende insecten zoals sprinkhanen en graafbijen komen juist hier voor. Er zijn maar weinig planten die de extreme droogte en de afwisseling tussen de soms hoge dagtemperaturen en lage nachttemperaturen kunnen overleven. Het stuifzandmilieu is daardoor vooral rijk aan korstmossen en mossen. Enkele opvallende mossen zijn de Rode heidelucifer en Rood bekermos. Beide danken hun naam aan de fel roodgekleurde sporenpakketjes en komen vrij algemeen voor op de stukjes open zand en in de heide. In het open zand vestigen zich ook soorten als Buntgras en Zandzegge. De graslanden die zo ontstaan worden ‘open graslanden’ genoemd. Interessant is de aanwezigheid van de Bruine eikenpage, een dagvlinder die plaatselijk langs de spoorlijn of op jonge kapvlaktes aanwezig is. Deze soort leeft onopvallend en zet eitjes af op jonge eiken. Door regelmatig kleine kapvlaktes te maken in het bos blijven jonge eikjes aanwezig en ook de Bruine eikenpage. De poelen en heideterreinen en schralere graslandjes in de omgeving bieden leefruimte aan de zeldzame Heikikker. In de waterlopen in het zuidelijk deel zijn naast veel andere vissoorten de Kleine modderkruiper en het Bermpje te vinden. In het noordoosten gaat het gebied over in een voormalige oude maasbedding. Hier komt kwelwater aan de oppervlakte met een bijzondere samenstelling. In en rond de herstelde vennen en moerassige graslanden komen nu weer bijzondere libellen voor zoals de Venwitsnuitlibel en de Gewone bronlibel. Ook speciale plantensoorten zoals Moerashertshooi en Moerasviooltje groeien hier weer.

Deel deze pagina