Geschiedenis van de plantenwerkgroep Zeist, Heuvelrug en Kromme Rijn.

De plantenwerkgroep is op initiatief van Wim Haver opgericht in april 1989. Mensen van het eerste uur waren o.a. Louis Dederen (coördinator), Karin Uilhoorn, Joke Bosch, Krieno Kolthof, Edith te Wechel en Albert Dees. In het geboortejaar werd meteen begonnen met het inventariseren van kilometerhokken, volgens een voorstel van FLORON. Uit het jaarverslag van 1989: “behalve dat het een tastbaar resultaat oplevert, leer je op die manier planten kennen en omdat we niet alles uit het hoofd weten, wordt er ook regelmatig gedetermineerd aan de hand van verschillende Flora’s. Kortom, het is gezellig en leerzaam.”

plantenwerkgroep - wat zien we

Zo was het en zo is het: leerzaam en gezellig, ook in de 21-ste eeuw! Leuk detail: er werd in het eerste jaar geïnventariseerd op Rijnwijck, een landgoed dat we ook dit jaar (het 20-ste seizoen!) weer gaan bezoeken. In het tweede jaar was de groep uitgegroeid tot 15 leden. Dit aantal is door de jaren heen grofweg gelijk gebleven: op dit moment hebben we 13 leden. Natuurlijk vielen er mensen af, maar er kwamen er ook weer bij. Na ongeveer zeven jaar de kar getrokken te hebben gaf Louis Dederen het stokje in 1996 over aan Paul Starmans en Jan Katsman. Na de verhuizing van Paul kwam Bea Gaikhorst de coördinatie versterken.

Wanneer je de jaarverslagen doorkijkt hebben we door de jaren heen toch heel veel leuke plaatsen bezocht, vooral op onze dagexcursies. Ik zal ze niet allemaal opnoemen, maar een paar “highlights” wil ik wel even vermelden. In 1996 gingen we een weekend naar Schiermonnikoog. Dat beviel zo goed dat we sinds een aantal jaren in juni een weekend organiseren op diverse plekken: Vlieland, Drentse Aa, Zeeland. Ook voor 2008 staat er een weekend gepland, dit keer in Twente.
In 1999 bezochten we het hoogveengebied “Haute Fagne” in België en een akkeronkruidenreservaat in Zuid-Limburg (Wahlwiller) met naakte lathyrus en akkerboterbloem. Eerder zagen we daar o.a. groot spiegelklokje. Een paar jaar later gingen we naar Moresnet, ook weer gecombineerd met Zuid-Limburgse hellingen. Overigens is Zuid-Limburg altijd een favoriet gebied geweest en gebleven. We zijn er diverse keren geweest: Bovenste Bos, omgeving Bunde en diverse hellingbossen, o.a. Savelsbos. We bezochten verspreid over de jaren diverse duingebieden: Noord Hollands duinreservaat, Amsterdamse Waterleidingduinen en Meyendel. Ook Twente staat goed aangeschreven en werd diverse keren bezocht.
De kilometerhok-inventarisaties vonden altijd plaats volgens een strak schema in gebieden in de directe omgeving. Ook hier geen volledige opsomming, maar een kleine greep. Zo bezochten we de omgeving van Slot Zeist, landgoed Blikkenburg en Wulperhorst. Leuke vondst op Blikkenburg was blauw walstro, op een voormalige maïsakker bij Blikkenburg vonden we spiesleeuwebek. Op een terrein aan de Laan van Rijnwijck werd ooit het mosbloempje gevonden en op Rijnwijck zelf de zwaardrus. Ook Heidestein, dat in 2008 een gezamenlijk inventarisatieproject van de werkgroepen van onze afdeling wordt, is door ons al diverse keren bezocht. Aangetroffen soorten o.a. stekelbrem, kruipbrem en koningsvaren.
Nieuw Amelisweerd en De Niënhof werden bezocht in het kader van het Landelijk Meetnet Flora en voor een totaalinventarisatie. Natuurlijk werden de bossen bij Austerlitz niet vergeten, met ook daar blauw walstro. Een hele leuke plek vonden we langs de Broekweg: agrimonie in de berm en kleine egelskop en moersspirea in de sloot.
In ons driewekelijkse schema besteedden we steeds twee avonden aan de inventarisaties, op de derde “vrije” avond gingen we vaak iets verder weg ter “eigen lering ende vermaeck”. Zo kwamen we terecht in de Bennekomse Meent (Gelderse Vallei), Kasteel Rijnhuizen (stinzenflora), Plantage Willem III (Digitalis lanata, Duits viltkruid en kwartels!), Amerongse Bovenpolder (extensief beheerde hooilanden, groot streepzaad, vogelmelk),
Een voor ons lang lopend project was de inventarisatie van de golfbaan in Bunnik,
Onder begeleiding van De Vlinderstichting hebben we van 1997 tot 2003 een aantal plekken op de golfbaan onderzocht. Doel: proberen een beheersvorm te vinden die ruimte geeft aan de natuur op de baan en tevens voor de golfers acceptabele condities oplevert. Kort na de aanleg was er nog relatief veel ruigte en verstoring. We vonden bijv. rode waterereprijs op een heuveltje en moersandijvie, die in latere jaren waren verdwenen. Een bijzondere vondst was de distelbremraap.
Als de condities in het veld verminderen trekken wij ons terug in onze huizen en beginnen aan de winteravonden. We bedenken nieuwe bestemmingen voor het volgende seizoen, verdiepen ons in een bepaalde plantengroep, laten ons bijpraten over de planten die wellicht door de stijgende temperaturen in ons land nieuw opduiken of zich sterk uitbreiden of laten ons door reislustige werkgroepsleden meevoeren naar verre oorden als Nieuw Zeeland, Equador, Spanje of Polen.

Wat ik persoonlijk heerlijk vind aan de excursies en met name aan de weekenden is de ongedwongen sfeer, het niet hebben van haast, de gezelligheid en natuurlijk het feit dat je veel te zien krijgt. We kijken overigens niet alleen naar planten. Ook voor de vogels is ruime aandacht (telescopen gaan meestal mee!), insecten komen geheid in Kees z’n netje terecht en sinds Matthijs bij de club hoort zijn ook de mossen niet meer veilig. De kwaliteit op plantengebied blijft gewaarborgd door de aanwezigheid van Patrick, beroepsgedeformeerde florist.

In 2009 vierden we ons 20 - jarig bestaan met een weekend bij de Oisterwijkse vennen. Het weer zat niet echt mee, maar het was erg gezellig en heel leuk om ook een aantal oudgedienden weer eens te zien. Bovendien zagen we op de zaterdag bij mooi weer heel mooie gebieden en planten.

De opzet van onze activiteiten blijft door de jaren heen gelijk, iedereen vindt het driewekelijkse schema van inventariseren en bijscholen nog steeds prettig.

Jan Katsman

 

Deel deze pagina