Relatie Bittervoorn-Zoetwatermossel
In een vorige editie van het Hoornblad werd al geschreven over de Bittervoorn en zijn relatie tot de Zoetwatermossel. Het vrouwtje van de Bittervoorn legt met een legboor eitjes in de kieuwholte van de Zoetwatermossel. Het mannetje laat zijn hom via de instroomopening van de Zoetwatermossel de eitjes bevruchten. Deze worden door de Zoetwatermosselbeschermd en voorzien van zuurstof en voedingsstoffen. Als tegenprestatie beschermt de Bittervoorn de mossel.
De Zoetwatermossel is voor zijn voortplanting afhankelijk van onder andere de Bittervoorn. De mannelijke mosselen laten het sperma in het water lopen en dit wordt door de vrouwelijke mossel via haar sifon naar binnengezogen.
Hierdoor worden er embryo's gevormd en deze ontwikkelen zich tot zogenaamde glochidia. Dit is een larvaal stadium van de mossel. Deze glochidia bestaan uit 2 kleppen met aan de onderkant haken. De glochidia worden uitgestoten door de mossel en kunnen zich hechten aan vissen. Ze hechten zich onder andere aan de kieuwen van de vis. Dit kan ook de Bittervoornzijn, maar de glochidia hechten zich aan alle soorten vissen. Vroeger werden ze gezien als parasieten, maar nu is bekend dat ze geen enkele schade aan de vis veroorzaken.
Nadat deze glochidia zijn uitgegroeid dan vallen ze als kleine mosseltjes op de bodem en zullen zich dan verder ontwikkelen als mossel. Door deze manier van voortplanten is het voor de mossel mogelijk om zich in een relatief korte tijd over een groot gebied te verspreiden.

Ruisvoorn, Bittervoorn & Blankvoorn
Een soort die in volwassen staat redelijk goed te determineren is door gewoon in het water te kijken is de Ruisvoorn(ook wel Rietvoorn genoemd). Opvallend zijn de rode buikvinnen en de anaalvin. Daarnaast is de stand van de rugvin ten opzichte van de buikvin verder naar achteren in vergelijking met de andere twee algemene voorntjes; bij zowel de Bittervoorn als de Blankvoorn staan de voorkant van de rugvin recht boven de voorkant van de buikvin.
De Ruisvoorn komt voor in traagstromende en stilstaande wateren. Deze vis is plantenminnend en er dienen dus voldoende waterplanten aanwezig te zijn om goed te kunnen gedijen. Door slecht slotenonderhoud is deze soort plaatselijk in presentie erg achteruit gegaan.
Misschien een leuk idee om te kijken of je deze soort de komende maanden zelf kunt vaststellen in een slootje nabij de eigen woning. En geef dat dan door aan de natuurhistorisch secretaris.

Kleine modderkruiper
Tijdens de visexcursies in ons werkgebied hebben we al een paar keer Kleine modderkruipers vastgesteld. Daarom nu wat extra informatie over deze leuke vissoort (zie Atlas van de Noord-Hollandse vissen, Landschap Noord-Holland en RAVON, 2012 of kijk eens bij www.vissenatlas.nl). Deze modderkruiper heeft een langgerekt cilindervormig lichaam. Op het gele tot lichtgrijze lichaam staan op de flanken duidelijk afgetekende donkere vlekken; de buik is licht. De vis heeft 6 bekdraden. Onder het oog is er een uitklapbare stekel. Het mannetje is duidelijk kleiner dan het vrouwtje. De mannetjes hebben een verdikte tweede vinstraal in de borstvin. Overdag leven de Kleine modderkruipers verscholen in vegetatie of ze hebben zich ingegraven in de grond. Het voedsel bestaat uit zoöplankton, kleine macrofauna, algen en dood organisch materiaal. Dit eten ze door dit uit bodemsubstraat te filteren. De soort heeft zuurstofrijk water nodig. De Kleine modderkruiper is een vis die in Nederland gelukkig weer relatief veel voorkomt. In België en Duitsland gaat het niet goed en deze vis staat daar op de Rode Lijst. De Kleine modderkruiper vind je in allerlei wateren en heeft een voorkeur voor stilstaand of langzaam stromend ondiep water met een bodem die uit zand bestaat of die met een dunne sliblaag bedekt is.

Excursies Waterlevenwerkgroep

 Zaterdag 1 september

Waterdag Suyderbraeck

Een aantal jaren geleden hebben we de natuur in het nieuwe gebied de Suyderbraeck vijf jaar gevolgd. Sinds vorig jaar doen we dit opnieuw om te zien hoe dit gebied zich ontwikkelt. In het kader daarvan gaan we deze dag kijken wat er zoal in de slootjes leeft aan dieren en diertjes. Voor netjes e.d. wordt gezorgd. We beginnen om 10.00 uur en gaan door tot ongeveer 12:30 uur. Deze excursie is zeker ook heel geschikt voor kinderen.
Inlichtingen over en opgave voor deze excursie (verplicht): Ton Groen, T: (0229) 21 92 52


Verslagen

zaterdag 26 augustus 2017 Slootjesinventarisatie Suyderbraeck


Waarnemingen
Wanneer u een bijzondere of wat minder bijzondere waarneming doet stuur deze dan op aan:
Jan-Pieter de Krijger, onze natuurhistorisch secretaris, E: n.h.secretaris@hoorn.knnv.nl (of via het digitale waarnemingsformulier doorsturen).

Deel deze pagina