Het was duidelijk dat je voor de varkens niet overdag op pad moest. In de schemering en ’s nachts had je de meeste kans. Wanneer zouden ze tevoorschijn komen? We stonden klaar om ze te vangen. Schoot er daar een weg? Bij het optillen van een bloempot in te tuin bleken er wel tien onder te zitten. Pissebedden houden zich liever schuil.

Kelderpissebed (Theodoor Heijerman)
Kelderpissebed (Theodoor Heijerman)

Toen ik jong was, had ik nog nooit van pissebedden gehoord. Ik kende wel de benaming keldervarkens. In huis kwam ik die regelmatig tegen in de badkamer, WC of in de vochtige keukenkastjes, waar ook de zilvervisjes rondliepen. In de kelder zat er ook wel eens een. Het zijn altijd vochtige plekken waar je ze tegenkomt. Dat is ook niet zo verwonderlijk want het zijn eigenlijk landkreeftjes. De pissebedden stammen af van verre voorouders die in de zee leefden en nog steeds hebben die beestjes dat vocht hard nodig om te overleven.

Kijk je naar de bovenkant van het dier, dan vallen de segmenten op. Aan de zeven brede segmenten zit telkens één paar poten, zodat hij in totaal 14 poten heeft om op te staan. Op de buitenkant zit een waslaagje waardoor de verdamping van de pissebed wordt verminderd. Voor de ademhaling zitten aan de onderbuik een soort kieuwen; echte longen heeft hij niet. Kieuwen moet je constant vochtig houden anders werken ze niet. Een pissebed blijft daarom ook op de vochtige plaatsen zitten, vaak met meerdere bij elkaar. Door met zijn allen bij elkaar weg te kruipen, houden ze het vocht ook beter vast. Ze kunnen elkaar op de reuk vinden.

Als ze zich voortplanten, speelt water ook al een belangrijke rol. De eitjes worden door het vrouwtje in een dichte broedbuidel met vocht gedragen. De eieren komen na ongeveer vier weken uit. Na een paar dagen breekt de buidel open en de 2 millimeter lange jonkies kruipen de wereld in. In de begintijd blijken ze veel poepkeutels van de volwassen pissebedden te eten. De volwassen dieren eten voornamelijk dood plantaardig materiaal, maar gebruiken vaak nog niet de helft van de voedingsstoffen. De rest komt in de keutels terecht, samen met bacteriën en schimmels. Zo krijgen de kleine pissebedjes ook de juiste darmflora.

In huizen is het droger geworden, waardoor het aantal vochtige plekken is afgenomen. Buiten in de tuin zijn het vaak de wat verwaarloosde hoeken waar de pissebedden zitten: een stapeltje stenen, onder bloempotten en emmers, een rommelhoek met dode bladeren, of een vermolmde stronk. Vrijwel nooit kruipen ze overdag zomaar wat rond. Ze blijven veilig in de beschutte en vochtige omgeving. ’s Nachts als de vochtigheid het hoogst is, maken ze wel eens een uitstapje. Een spin, egel, spitsmuis, kikker, pad en verschillende andere insecten, lusten wel een pissebed. Ook de merel, die juist tussen dode bladeren vaak zijn eten zoekt, pikt daar natuurlijk ook regelmatig een pissebed op.

In Nederland leven 31 inheemse soorten landpissebedden. Daarvan komen er verschillende in steden en dorpen voor. Terwijl iedereen ze wel kent, is er relatief weinig van de verspreiding bekend. Vandaar dat wordt opgeroepen om landpissebedden te zoeken. Heb je er een gevonden, stop hem in een potje om rustig te bekijken. Door de schrik kan het beestje zijn pootjes en twee antennes intrekken, maar meestal gaat het al weer snel daarna aan de wandel. Op de website www.tuinpissebedden.nl staat een zoekkaart met afbeeldingen van verschillende pissebedden. Daarmee kun je het dier een naam geven en kun je ook je waarneming doorgeven. Brabantse gegevens zijn zeker nog nodig. Ga snel aan de slag: de jacht op keldervarkens is nu geopend.

Rob Vereijken

Deel deze pagina