Atlas van de mosflora van Eindhoven Floristische inventarisatie van Blad-, Lever- en Hauwmossen in Zuidoost-Brabant

Topografische ligging
vooral atlas mossenflora
De Mossenwerkgroep van de KNNV afd. Eindhoven heeft gedurende 25 jaar (periode 1980 - 2005) een inventarisatieproject uitgevoerd binnen een straal van ca. 18 kilometer vanuit het centrum van Eindhoven. Het gebied bestrijkt een aanzienlijk deel van de topografische kaartbladen 51 en 57. Het werkgebied wordt in het noorden begrensd door de lijn Boxtel - Gemert, in het oosten door de lijn Gemert - Someren, in het zuiden door de Belgisch-Nederlandse grens en in het westen door de lijn Bladel - Oisterwijk . Bij het floristisch onderzoek is gekozen voor het verzamelen van gegevens op basis van een kilometerhok. In totaal is een aaneengesloten gebied van 1000 km² geïnventariseerd. Enkele in België gelegen kilometerhokken die binnen de omgrenzing van het werkgebied vallen, zijn ook bij de inventarisatie betrokken.

Natuurterreinen en landschappen

Het werkterrein biedt een grote diversiteit aan natuurterreinen en landschappen waarvan de belangrijkste zijn:
- Bekenstelsel met begeleidende moerasbossen en moerasstruwelen
- Heiden met vennen en venen
- Naaldbossen
- Loofbossen
- Kanalen
- Begraafplaatsen
- Natuurontwikkelingsterreinen
- Natuurherstelprojecten
- Akkers en ruderale terreinen

Veldwerk

Het overgrote deel van de 1000 kilometerhokken zijn in het 25-jarig onderzoek tweemaal of vaker bezocht. Hoewel het systematisch inventarisatiewerk al in 1980 van start ging, ligt het zwaartepunt van het floristisch onderzoek in de jaren 1995-2005. In die periode zijn veel kilometerhokken van vóór 1995 een tweede maal bezocht met meer personen én met meer ervaring dan voorheen. Hierdoor berust de verslaglegging in dit boek op min of meer actuele informatie, die voor het grootste deel niet ouder is dan tien jaar. Na het afsluiten van de floristische inventarisatie op 31-12-2005 bevatte de database ruim 60.500 records, wat neerkomt op een gemiddelde van 60 soorten per kilometerhok en 164 soorten per atlasblok (5 x 5 kilometer). Enkele historische vondsten uit de 19e en de eerste helft van de 20ste eeuw worden in een afzonderlijk hoofdstuk besproken.

Verwerking van de gegevens

"Atlas van de mosflora van Eindhoven" bevat twee delen die samen in één harde kaft gebonden zijn. In het eerste deel worden 22 biotopen behandeld met de meest karakteristieke soorten en hun onderlinge samenhang. Ook komt hun relatie met bloemplanten ter sprake. Ieder hoofdstuk begint met een sfeervolle aquarel van de hand van de kunstenaar Ed Hazebroek.(zie onder). Verder is de tekst verlucht met pentekeningen van wijlen Nol Luitingh en enkele potloodschetsen van wijlen Koos Landwehr. In het laatste hoofdstuk wordt uitvoerig ingegaan op de veranderingen in de mosflora door de eeuwen heen, met name over de voor- en achteruitgang.

  Stuifzanden

Het tweede deel van het boek bestaat uit verspreidingskaarten van alle 377 soorten. De tekst bij de kaarten behandelt onder meer het voorkomen van de soort in Zuidoost-Brabant en in Nederland als geheel, haar ecologie in het onderzochte gebied en de soorten waarmee zij samen voorkomt.
  verspreidingskaartje Rhynchostegium confertum

Rhynchostegium confertum (Dicks.) Schimp. Boomsnavelmos

Geslachtsverdeling: eenhuizig; vaak met sporenkapsels.
Verspreiding in Zuidoost-Brabant: zeer algemeen, in meer dan driekwart van de kilometerhokken.
Verspreiding in Nederland: zeer algemeen in grote delen van het land; minder algemeen in Drenthe en op de Veluwe; vrij zeldzaam in zeekleigebieden en de IJsselmeerpolders.
Ecologie: op vochthoudende tot vochtige, beschaduwde, zwak zure tot neutrale, voedselrijke standplaatsen. Vooral epifytisch en epilithisch, in veel mindere mate terrestrisch.
Epifytisch in allerlei bossen op bomen met voedselrijke schors, zowel aan de basis als hoger op de stam; in moerasbossen ook op struiken (Grauwe wilg en Gewone vlier).
Epilithisch op beschaduwde muren, daken en duikers,waterkerende muren, betonnen oeverbeschoeiing, duikers en waterputten, voorts op eternieten golfdaken, cementpannen en grafzerken.
Terrestrisch in bossen en parken en soms opruderale terreinen, voornamelijk op minerale bodem, soms op naaldenstrooisel en dood hout.
Begeleiders: o.a. Amblystegium serpens, Brachythecium spp. en Hypnum cupressiforme.
Variabiliteit: zeer variabele soort, waarvan de uiterste vormen nauwelijks op elkaar gelijken.

Bestelgegevens

De atlas is te koop bij boekhandel Steven Sterk voor € 9,90, zie:
http://www.ramsjkrant.nl/advanced_search_result.php?keywords=mosflora&image2.x=19&image2.y=12

 

Deel deze pagina