Op zondagmorgen 23 januari 2011 om kwart over negen kwamen wij bij de molen aan de polderdijk aanrijden en zagen we vanuit Roosendaal al een mooi ritsje met auto’s aankomen. Ik vind deze excursie altijd spannend, het is een tocht van 7 kilometer en het is de bedoeling dat je dan ook 7 kilometer lang wat ziet.
Hoevense BeemdenEr was een goede belangstelling met veel bekende gezichten van de andere excursies. We telden 19 personen. Peter van de Broek ging mee als stagiaire. Hij is druk met de opleiding voor natuurgids en daar horen ook stage-opdrachten bij. Wij hebben afgelopen woensdag voorgelopen en met het voorlopen heb ik heel veel van Peter geleerd. Peter is geïnteresseerd in alles wat met de natuur te maken heeft, maar vogels zijn echt zijn ding. Ik heb van hem geleerd dat kraaien bijna altijd met z’n tweeën zijn. Dat je niet kunt spreken van witte zwanen om dat er vier soorten witte zwanen zijn. Dat Canadese Ganzen het luidruchtigste zijn enz.

Vandaag, 23 januari, gingen we dit overbrengen op de mensen die op de excursie afgekomen waren. En wat hebben we ze veel kunnen laten zien! Hier volgt een bloemlezing van de vogels: Grauwe Ganzen, Canadese Ganzen, Nijlganzen, Wilde eenden, Kuifeenden, Aalscholvers, Knobbelzwaan, Kleine Zwaan, Groene Specht, Blauwe reigers, Buizerds, Patrijzen, Mussen, Kraaien. Dit zijn de vogels die ik onthouden heb en al schrijvende realiseer ik mij dat, als je niet gelijk notities maakt in het veld, je toch weer soorten vergeet.

We hebben natuurlijk ook stilgestaan bij de flora: de knoppen van de ratelpopulier, es, wilg en zomereik zijn bekeken. We kwamen wilgen tegen waarvan de katjes al ver open stonden. Verder zagen we het fluitenkruid uitschieten, evenals het speenkruid, de kruipende boterbloem en hondsdraf. We kwamen bij een hoopje puin met veel aarde er doorheen en het viel mij op hoeveel plantenkennis er was. Hier zagen we: Paarse dovenetel in bloei, Vogelmuur, Ooievaarsbek, Paardenbloem, Reigersbek, Straatgras en iets verder op Stinkende gouwe. Aan de weelen maakte Adri Gladdines ons attent op de Pluimzegge. Deze is zo goed te herkennen omdat hij op horsten groeit. Aan de overkant van het hoopje puin, waar we overigens koffie hebben gedronken, vonden we al Kraailook.

Hoevense BeemdenNa de koffie weer verder naar een prachtig natuurstukje waar je verschillende broekbosjes vind, sloten met riet kragen en weilandjes, die niet meer bemest worden, waarin greppeltjes zijn die vol water en pitrus staan. De broekbosjes zijn perfecte schuilplaatsen voor de reeën. Al lopende kwamen we schelpen van de zoetwatermossel tegen, die door de vogels naar de kant waren gebracht. De zoetwatermossel geeft aan dat je met schoon water hebt te doen. In de sloten zagen we verschillende rattenvallen staan, maar de rat zelf hebben we niet gezien.

Ik had met een grote mond een reeën-waarneming beloofd, maar de wandeling liep al op z’n eind en we hadden nog geen ree gezien. De groep was tot mijn grote spijt helemaal uit elkaar gegaan (een gouden regel bij het gidsen is, dat je de groep bij elkaar moet houden). Maar als er mensen zijn die vooruit gaan lopen en niet echt op de groep letten doe je daar weinig tegen. Maar plotseling stopte de voorste gelederen, men stond te kijken en te wijzen en ja hoor, zij hadden een groep reeën in het vizier. Alles bij elkaar zijn er twaalf geteld. Een hele opluchting voor me: er waren reeën gezien!

Bovendien hadden we goed weer, ook iets wat ik tot mijn handelsmerk reken, maar het is altijd spannend of het uitkomt. Tegen het eind vonden we ook nog vroegeling en concludeerden we: "Het voorjaar komt er aan", vooral toen we een dode kikker tegenkwamen, dat geeft toch aan dat ze al uit de modder aan het kruipen zijn.

Onderweg hebben we veel Essen gezien. Op de stammen van deze Essen zaten allerlei bobbels. Peter had op internet nagekeken wat dit was. Nu blijkt dat er al veel onderzoek naar dit fenomeen is gedaan door allerlei onderzoekbureaus, maar dat nog niemand kan zeggen wat het is. Als je dan met KNNV-ers op stap bent zegt de een zit er geen beestje in? De ander zegt is het geen ziekte of zijn het geen slapende knoppen? Maar Peter liet zich niet van de wijs brengen en bleef erbij, dat de geleerden niet weten wat het is. Een dame uit het gezelschap wilde toch een knobbeltje hebben om onder de microscoop te kijken of er geen beestje in zit. Dit typeert de echte KNNV-er: altijd onderzoekend, altijd studerend.

Aan het eind van de wandeling kreeg Peter een applaus voor de wijze waarop hij zijn stage-opdracht had vervuld. Op zijn eigen rustige manier was hij aanwezig om vragen te beantwoorden en waar nodig wat te vertellen.

We hebben met z’n allen drie uur genoten van de mooie Hoevense Beemden.

 

Deel deze pagina