Visjes onder de kerstdozen

De kersttijd brengt je op plekken waar je normaal niet zo vaak komt. Zo bezoek je hoeken van kamers waar de kerstspullen wachten om weer lekker vrij in een boom te bengelen. Bij het oppakken van de doos van de laminaatvloer schiet een wat glimmend beestje weg. Ik had een visje verstoord.

Er zijn diverse soorten visjes. Ik bedoel hierbij niet die geschubde waterdieren, maar een groep van primitieve insecten die het juist in huis goed doen. Toch is de naam ‘visje’ bij deze landdieren niet zo vreemd: het lichaam van het beestje is geschubd en sommige soorten zijn ook echt zilverachtig. Papiervisjes komen steeds vaker voor en hebben al heel wat woningen veroverd. Je moet snel zijn om ze te vangen, want ze glippen zo weg, schieten ergens tussen of verdwijnen in een kier.

Papiervisje (foto: Bart Horvers)

Lukt het om er een in een potje te krijgen, dan kun je het heel bijzondere lichaam goed zien. Het lijfje van een volwassen dier is anderhalve centimeter, met zowel aan de voor- als achterkant lange dunne uitsteeksels. Deze zijn ongeveer net zo lang als het insectenlichaam zelf. Bij de kop zitten twee enorme sprieten en aan het eind van het achterlijf ontspringen 3 lange staartdraden. Als je goed kijkt zie je ook de zes poten, waarmee hij er zo razendsnel vandoor kan gaan.

Soms loopt er een papiervisje over de muur, maar meestal leven ze verscholen tussen papier en boeken, in postzegelalbums of in dozen van golfkarton. Ook kunnen ze een hapje nemen van plantaardige textiel, zoals katoen. Als een volwassen papiervisje een ei legt, komt dat na ongeveer 6 weken uit. Het jonge beestje ziet er al helemaal uit als een volwassen dier en tijdens zijn leven verandert hij bijna niet. Het papiervisje groeit wel en als zijn huid te krap wordt, vervelt hij. Uiteindelijk kan het dier wel 8 jaar oud worden.

Zo’n 12 geleden is het papiervisje pas voor het eerst officieel in Nederland gevonden. Vanuit zuidelijke en warme streken heeft hij onze woningen bereikt. Ondertussen is hij in vele huizen een trouwe gast. Omdat ze maanden zonder eten overleven, kunnen ze het een hele tijd in huis volhouden zonder dat je er iets van merkt.

Een nauw verwante soort van het papiervisje is het zilvervisje. Hij wordt ook suikergast genoemd, omdat hij van suikers en zetmeel houdt. In vochtige aanrechtkastjes, in de badkamer en het toilet kwam ik ze vroeger nogal eens tegen. Ook dan waren ze vaak al weg voordat je ze goed in de gaten kreeg. Vooral ’s avonds, als het donker en vaak ook wat vochtiger is, kwamen ze tevoorschijn. Met hun kleine oogjes nemen ze alleen licht en donker waar en schieten weg als het ineens licht is. Door isolatie en centrale verwarming zijn de huizen veel droger geworden. Het papiervisje heeft daardoor in droge huizen de plek van het zilvervisje ingenomen.

Kom je zo af en toe eens een papiervisje tegen, dan zorgt dat meestal niet voor veel schade. Het wordt ernstiger als het boek met kerstverhalen niet goed leesbaar meer is door het geknabbel van het beestje. Dan is ingrijpen wel nodig.

Verlaag de behaaglijke kamertemperatuur waarin ze zich goed ontwikkelen. Tover ijsbloemen op de ramen en ga met de zangbundel buiten zingen in de koude, zalige kerstnacht.

Stop tijdschriften en kranten die je wilt bewaren in dichte plastic dozen. Stuur alle kerstkaarten en kerstpostzegels de deur uit. Het is geen aardige kerstgedachte om het kerstdiner van het papiervisje te verzenden, maar daarmee zorg je wel voor een gelukkig uiteinde voor de mensen om je heen.

Deel deze pagina