Hoestblad met zonnestralen

Hij had erge last van zijn voorjaarshoest. Om daar vanaf te komen, legde hij wat wortels op gloeiende houtskool van cipressenhout. Met een trechter werd de rook opgezogen. De keel verzachte en het leven werd weer draaglijk. 

Hoewel wij bij hoest en keelproblemen niet moeten denken aan het inademen van rook, was deze behandeling met de wortel van Klein hoefblad al in gebruik bij de Romeinen. Zo’n 450 jaar geleden werd ook aanbevolen om de bladeren van het hoefblad als tabak te roken. Daarmee kon je de ‘oude hoest’ wegwerken. Soms werden bladeren ook in de zogenaamde astma-sigaretten verwerkt. De plant is al eeuwen door de mens in gebruik als medicijn en door werkzame stoffen in deze plant komt het vastzittend slijm weer los. Langdurig inwendig gebruik wordt afgeraden omdat er wel giftige en kankerverwekkende stoffen in zitten.

Bloem Klein hoefblad met buisbloemen en straalbloemen (foto Rob Vereijken)
Bloem Klein hoefblad met buisbloemen en straalbloemen (foto Rob Vereijken)

De naam hoestblad is veel ouder dan de naam hoefblad. De laatste naam verwijst naar de bladeren. Deze zijn hartvormig met aan de rand fijne tanden en ze lijken enigszins op de hoef van een paard.

Ik geniet altijd als ik de bloemen van het Klein hoefblad zie. Niet dat ik ze nodig heb voor mijn gezondheid, maar wel omdat het echte vroege bloeiers zijn. Eind februari kunnen de eerste al boven de grond verschijnen. Het bijzondere is dat de goudgele bloempjes al bloeien terwijl er nog geen blad te zien is. Dat komt meestal pas in april. De bloemen hebben een opvallende kleur. Maar omdat er in deze tijd nog maar weinig vliegende insecten zijn, spelen dieren bij de bestuiving maar een kleine rol.

De bloemen komen in een bundel uit de grond. Aan het eind van iedere geschubde wollige steel van zo’n 10 tot 20 centimeter komt één bloem. Zo’n bloem is echt een stralend lentezonnetje. In het midden zitten buisbloempjes. Die openen zich met vijf stervormige slippen. Hoewel ze een stamper hebben, zijn het eigenlijk meer mannelijke bloemen die stuifmeel verspreiden. Om het hart van de bloem zitten honderden heel dunne straalbloemen. Ieder straalbloempje is een afzonderlijke bloem met een eigen stamper. Dat zie je ook bij andere plantensoorten van de composietenfamilie. Ook bij de paardenbloem, madeliefje en margriet is ieder blaadje van de bloem een bloempje op zich.

Tijdens de bloei staan de bloemen van Klein hoefblad omhoog gericht. Na de bloei knikken ze omlaag en als de vruchten rijp zijn, staan de pluizenbollen weer mooi overeind.

Klein hoefblad groeit het meest in gebieden met klei of leem. Ook in steden en dorpen op de zandgronden kom je hem regelmatig tegen op net wat vochtigere plaatsen. Je vindt ze het meest op vrij open grond, zoals braakliggende terreinen en in bermen met puin. Gruis en steenafval voegen nog wat extra’s aan de bodem toe en dat zijn juist de plekken waar het hoefblad opduikt.

Op wat meer gestoorde grond, komt het regelmatig voor dat de bloemknoppen of bloemen al weggemaaid of weggeschoven zijn, zodat ze niet tot bloeien komen.

Omdat de plant een wortelstok heeft met allerlei lange ondergrondse uitlopers, krijg je hem niet zomaar weg. In tuinen en akkers is men niet zo blij met het taaie en steeds terugkerende hoefblad. 

Carnaval staat voor de deur. Het is een tijd waarin, door de luchtige kleding en door het kussen met wildvreemden, onze keel en luchtwegen het zwaar te verduren hebben. Mocht u op aswoensdag met een pijnlijke keel wakker worden, ga dan weer terug de stad in op zoek naar puinrijke plekken. Een gevonden hoefblad zal helpen, al is het maar door het zonnetje waarmee hij iedere vinder tegemoet straalt.

Deel deze pagina